Opinie

    • Arjen Fortuin

Er hangt bloed aan het kledingrek

Zap Genaaid is televisie volgens het credo van Louis Paul Boon: „Schop de mensen, tot zij een geweten krijgen.”

Genaaid: De jonge fashionista Demy bij katoenplukkers in Myanmar.

‘Ik begrijp nu wel waarom dit programma Genaaid heet”, zegt een jonge modeontwerpster. Vijf twintigers waren door de EO gelokt met de belofte dat ze onder begeleiding van ontwerper Sjaak Hullekes kleding mochten maken voor een grote modeshow – het zou worden vastgelegd in een zesdelige realityreeks.

Ze hadden al op de eerste rij gezeten aan de catwalk van Claes Iversen, waar presentator Jennifer Hoffman opvallend vaak het woord ‘duurzaam’ had laten vallen. Sommigen hadden al toegegeven graag goedkope kleren te kopen, zichzelf cheapskate en saleskoningin genoemd. Of ze hadden achteloos gezegd, alsof het een wat suffe accessoire betrof: „Eigenlijk heb ik niets met duurzaamheid.” Die laatste bekentenis kwam van Demy, een fashionista die vorig jaar in First dates al had laten zien hoe televisiegeniek hij was.

Toen kwam het naaimoment. De vijf hadden net gekibbeld over de te volgen strategie, toen Hoffman opdook in hun atelier en meldde dat het gezelschap een paar weken naar Myanmar zou gaan. Niet om volgens de mores van het vlotte reportagewezen ‘een kijkje achter de schermen’ van de kledingindustrie te nemen, maar om te werken – in alle ketenen van het productieproces dat ertoe leidt dat er in Europese winkels T-shirts van vijf euro liggen. Ze schrokken zich een hoedje.

Niet zachtzinnig

Zachtzinnig is Genaaid niet: het is televisie volgens het credo van Louis Paul Boon: „Schop de mensen, tot zij een geweten krijgen.” Woensdag zagen we de vijf-aspirant-ontwerpers aankomen in een dorpje. „Enigszins overdressed”, voiceoverde Hoffman. Dat gold zeker voor Demy, die een hagelwit pak kreukvrij door de vliegreis had weten te loodsen. Realistisch: „Dit houd ik hier niet wit.”

‘Dit houd ik hier niet wit’

Verdwaasd keken de Hollandse gasten rond in de logeerkamers. Geen bed, maar een matje om op te slapen. Ze sloegen zich er moedig doorheen, ook door het katoenplukken de volgende dag (er zitten beestjes in!). De komende weken krijgen ze het nog meer voor de kiezen in de textielververijen, waar mensen onbeschermd met kokend water in de weer zijn, door giftige vloeistoffen waden en dagelijks dingen inademen waar het menselijk lichaam niet goed tegen kan.

Genaaid werkt. De ontluisterende feiten over uitbuiting en vervuiling in de wereld-kledingindustrie worden er hard ingestampt; het is de op één na meest vervuilende industrie ter wereld. Nederlanders kopen 60 procent meer kleding dan 15 jaar geleden – en gooien alles razendsnel weer weg: fast fashion.

Schaduwzijde

Het programma biedt ook ruimte om de jongeren te portretteren, die meer te bieden hebben dan hun soms ten hemel schreiende naïviteit. Een aantal heeft al iets op het leven veroverd: opgroeien met een psychisch zieke moeder, een deels onbegrepen overstap van elektrotechniek naar mode, een geschiedenis van pesterijen op school. Allemaal hebben ze mode als droom – en de open wijze waarop ze bereid zijn de schaduwzijde van die droom te beleven, neemt je voor ze in.

Het was pas het begin van de mode-avond op tv. Op NPO3 vervolgde de NTR met het wat vlakke Het leven is een jurk, waarin topontwerper Bas Kosters een jumpsuit maakte voor journaallezer Annechien Steenhuizen. Intussen volgde Zembla illegale katoensporen vanuit Oekraïne, waarna BBC-ster Stacey Dooley in haar van RTL naar NPO overgekomen programma op een van de vervuiling kolkende Indonesische rivier dobberde.

De rampzalige gevolgen van fast fashion waren overal. Zoals ontwerper Sjaak Hullekes zei in Genaaid: „Er hangt bloed aan die kledingrekken.”

Correctie (15 november 2018): in een eerdere versie van dit artikel werd Demy aangeduid als Demi. Dat is hierboven aangepast.

    • Arjen Fortuin