De revolutie blijft uit in de eredivisie

Hervorming Eredivisie Een innovatief plan om het Nederlandse voetbal vooruit te helpen, dat was het idee. Veel lijkt er niet te veranderen. Wat besloten de achttien clubs wél?

Ajax-aanvoerder Matthijs de Ligt maakt een sliding op het kunstgras van VVV-Venlo. Kunstgras wordt, ondanks de wens van topclubs, niet verboden. Foto Stanley Gontha

De revolutie is uitgebleven, zei Jacco Swart, directeur van de Eredivisie CV, de organisatie die belangen van de eredivisieclubs behartigt. Er komen geen grote hervormingen in de eredivisie, bleek donderdag op de persconferentie in stadion Galgenwaard in Utrecht. Het volgt op een urenlange vergadering in de Willem van Hanegem-zaal tussen de achttien eredivisieclubs, als slotstuk van de zogeheten veranderagenda, die een jaar geleden werd opgezet om de competitie toekomstbestendig te maken.

De belangrijkste uitkomsten: er komt geen verbod op kunstgras en de eredivisie krijgt geen nieuwe opzet met zestien clubs en play-offs om de landstitel. Wel komt er een bonusregeling voor clubs die op natuurgras of hybride gras spelen, wat voor kunstgrasclubs een stimulans moet vormen om over te stappen.

Het had een ingrijpend, innovatief plan moeten worden om de eredivisie verder te helpen, maar wat overblijft is een uitgekleed plan. „Het is suboptimaal”, zegt Eric Gudde, directeur betaald voetbal van de KNVB. „Toch heb ik er wel een goed gevoel bij.” Zestien van de achttien clubs stemden in. Heracles Almelo en FC Emmen stemden tegen. De plannen gaan in vanaf het seizoen 2020-2021.

1. Waarom werd dit hervormingsplan opgezet?

Om de competitie kwalitatief sterker te maken. Aanleiding waren met name de ondermaatse prestaties van Nederlandse clubs in Europa, waardoor de eredivisie plekken kwijtraakte in de Europese competities.

Daarnaast speelt ook mee dat de publieke belangstelling bij een aantal clubs (zoals FC Groningen en sc Heerenveen) fors onder druk staat. En: de totale voetbaleconomie van de eredivisie (begrotingen van alle clubs samen bedraagt dit seizoen zo’n 430 miljoen euro) blijft achter bij de groei van andere Europese competities.

Drie onderwerpen werden specifiek uitgewerkt om de eredivisie interessanter, competitiever en lucratiever te maken: een nieuwe competitieopzet, herverdeling van de tv-gelden en een eenduidige ondergrond (ofwel: kunstgras verbannen). Eveneens meegenomen in de plannen: het beter beschermen van de jeugdopleidingen en de ontwikkeling van de bedrijfstak als geheel.

Doel: meer spanning, vollere stadions, economische groei van clubs en concreet de achtste plek op de UEFA-coëfficiëntenlijst, de ranglijst die bepaalt hoeveel Europese tickets een land krijgt en voor welke toernooien. De eredivisie staat daarop nu twaalfde.

2. Wat gaat er gebeuren met kunstgras in de eredivisie?

Er komt geen verbod. Momenteel spelen zes clubs op kunstgras. De transitie van kunstgras naar natuurgras brengt gemiddeld per club ruim een half miljoen euro aan extra jaarlijkse kosten met zich mee, berekende onderzoeksbureau The Stadium Consultancy in opdracht van de Eredivisie CV (ECV). Onder meer door extra onderhoud en aanleg van trainingsvelden.

ADO Den Haag en PEC Zwolle willen overstappen naar natuurgras of hybride gras, maar andere kunstgrasclubs (zoals Heracles) wilden niet buigen. Het bleek onmogelijk om een meerderheid te krijgen voor een algeheel verbod.

Lees ook: Voetbal schreeuwt om verbod op ‘plastic shit’

De keuze blijft dus vrijwillig. Wel is er ingestemd met een bonusregeling voor clubs die op natuurgras of hybride spelen. Die krijgen maximaal 350.000 euro per jaar, geld dat uit een nieuw opgericht potje komt gevuld met extra inkomsten van clubs die actief zijn in Europese competities. De hoop is dat kunstgrasclubs daarmee „de prikkel” voelen om ook over te stappen naar echt gras, zei Swart.

Dat clubs die actief zijn in Europa het geld dat ze daar verdienen verdelen onder clubs is uniek in Europa, zegt Swart. Enige onzekerheid in deze: het is een variabel bedrag, omdat Europese inkomsten niet gegarandeerd zijn. In totaal gaat het om een jaarlijks te verdelen bedrag van maximaal 3,5 miljoen euro.

3. Waarom komt er geen ander competitiemodel?

De competitie blijft grotendeels zoals die is: achttien teams en de club die na 34 speelronden bovenaan staat is kampioen. Clubs uit de top en de subtop wilden naar zestien teams en play-offs voor de landstitel met de zes beste ploegen. Doel: meer topwedstrijden en meer inkomsten. „Spelers worden daardoor veel meer uitgedaagd”, zei Ajax-coach Erik ten Hag zondag, na een 7-1 zege bij Excelsior.

Ten Hag: „Dat zal de weerstand en ook het spanningsveld in de eredivisie doen vergroten. Ik denk dat dat zowel sportief als ook commercieel vele malen verstandiger is. Sportief ook Europees gezien, dat je vanuit je hogere weerstanden ook op het Europese podium beter beslagen ten ijs komt.”

Maar de clubs onderin de eredivisie zagen die inkrimping als een te grote bedreiging voor hun eredivisieschap: zij vreesden degradatie. Daarmee viel bij de topclubs ook het draagvlak weg voor een substantiële herverdeling van televisiegelden (dit seizoen in totaal ruim 70 miljoen euro). De topclubs waren bij de komst van een nieuwe competitieopzet bereid geld in te leveren, maar toen die eredivisie nieuwe stijl onhaalbaar bleek, lieten ze hun steun voor een ingrijpende herverdeling van de tv-gelden vallen.

Andere stappen hadden meer resultaat kunnen hebben op de toekomst van het Nederlandse voetbal.

Edwin van der Sar algemeen directeur Ajax

De verschillen in de verdeling van de tv-gelden, gebaseerd op het model van de zogeheten mediaranking, zijn nu groot. Voorbeeld: Ajax ontvangt dit seizoen 9,5 miljoen euro, Excelsior 2,3 miljoen. Wel komt er een kleine aanpassing: voortaan wordt 5 procent van de tv-gelden gelijkmatig verdeeld over de clubs (en 95 procent op basis van de mediaranking). In het oude plan zou er liefst 25 procent gelijkmatig verdeeld worden.

Het enige dat nu waarschijnlijk verandert in de competitieopzet is dat de twee clubs die als laatste eindigen direct degraderen, in plaats van alleen de nummer laatst zoals nu. Dit zal de doorstroming vergroten, is het idee. Dit plan moet nog verder uitgewerkt én uitonderhandeld worden met de eerstedivisieclubs.

Edwin van der Sar, algemeen directeur van Ajax, is teleurgesteld dat het niet is gelukt om te komen tot een competitie met zestien clubs en play-offs om de landstitel. „Uiteindelijk is het nu nog steeds dezelfde competitie”, zei hij. „Andere stappen hadden meer resultaat kunnen hebben op de toekomst van het Nederlandse voetbal.”

4. Zijn er nog andere, belangrijke veranderingen?

Ja, bij de jeugd. De opleidingsvergoeding bij het overnemen van jeugdspelers stijgt van 14.000 naar 35.000 euro per jaar. Swart: „Zo wordt een barrière opgeworpen. En kunnen clubs niet meer zomaar zeggen: ik haal de beste talenten weg bij clubs.” Er is een ‘herenakkoord’ gesloten tussen de clubs met een jeugdopleiding op het hoogste niveau: Ajax, Feyenoord, PSV, FC Utrecht, Vitesse en AZ. Zij zullen in principe geen jeugdspelers meer van elkaar overnemen. Doen ze dat wel, dan wordt de vergoeding twee keer zo hoog.

Lees ook deze NRC checkt: ‘De ene club krijgt tien keer zo veel tv-geld als de andere’

5. Is deze manier van besluitvorming nog houdbaar?

Het democratisch model van de ECV is complex: bij besluiten moeten altijd vijftien van de achttien clubs instemmen. „De kunst is, en dat is hartstikke moeilijk, om over je eigen schaduw, het belang van je eigen club, heen te kijken”, zei FC Groningen-directeur Hans Nijland donderdag. „Dat valt niet altijd mee, voor mij eerlijk gezegd ook niet.”

Deze structuur lijkt ingrijpende vernieuwing te blokkeren, omdat plannen makkelijk worden gedwarsboomd. Swart zei donderdag dat ze gaan kijken naar de bestuursstructuur en het mandaat van de ECV, maar dat het „op dit moment veel te voorbarig is om daar iets over te zeggen”. KNVB-voetbalbaas Gudde: „Als het stof is neergedaald moeten we over dat soort dingen praten en goed evalueren of dit nou wel de manier is waarop je de komende tien jaar door moet gaan.”

    • Steven Verseput