Recensie

Hoe klimaatwetenschap en politiek verweven zijn

Bruno Latour In een essay onderzoekt filosoof en socioloog Latour hoe klimaatwetenschap en politiek verweven zijn. ‘We voelen ons van alle kanten aangevallen in onze gewoontes en bezittingen.’

Het ozongat boven Antarctica op 4 september 2018 Foto European Space Agency

Eind jaren zeventig stond Bruno Latour twee jaar lang met een notitieblok in een laboratorium in Californië. Terwijl de wetenschappers aantekeningen maakte van het gedrag van ratten, maakte Latour aantekeningen van het gedrag van de onderzoekers. Hij publiceerde er samen met socioloog Steve Woolgar een boek over, Laboratory Life, waarin zij beschrijven hoe wetenschappelijke bevindingen tot stand komen. Het maakte Latour beroemd, maar gaf hem ook de naam geen eerbied te hebben voor wetenschappelijke feiten, en ook is hij er weleens van beschuldigd de kiem te hebben gelegd voor een relativering van wetenschappelijke kennis die inmiddels populisten in het zadel helpt.

Maar Latours constateringen in Laboratory Life (1979) maken hooguit een einde aan het cartesiaanse ideaal dat de waarheid over de dingen voor het oprapen ligt, mits er consciëntieus naar wordt gezocht. Een rechtvaardige god immers zou de goedbedoelende wetenschapper niet willens en wetens om de tuin leiden. Latour concludeerde dat feiten niet liggen te luieren tot ze worden ontdekt door de mannen in witte jassen, maar zorgvuldig worden geconstrueerd uit onderzoek, falsificatie en commentaar van vakgenoten, afhankelijk van fondsen en materieel – tot nieuwe resultaten tot een nieuwe theorie nopen die betere verklaringen geeft.

Negenendertig jaar na het verschijnen van Laboratory Life is Latour nog steeds druk met hoe de mens de wereld om zich heen in kaart brengt en wat de gevolgen zijn van de gehanteerde methodes. Zijn fascinatie voor mens en wetenschap is nu nog relevanter dan in de jaren zeventig, want waar het in het lab nog ging om de structuur van een hormoon, gaat het Latour nu om klimaatwetenschap.

In zijn zojuist vertaalde boek Waar kunnen we landen?, de politieke opvolger van het vorig jaar in het Nederlands verschenen Oog in oog met Gaia, beschrijft Latour hoe onhoudbaar het is om als neutraal observerend subject de aarde te gaan zitten bestuderen. Want de aarde kreunt en kraakt onder de menselijke exploitatiedrift en is geen bestendig object. Bovendien is de mens geen buitenstaander, maar cruciaal onderdeel van wat Latour de kritieke zone noemt, of Gaia: de paar kilometers tussen aardse gesteenten en atmosfeer waar het leven woekert. De natuur is geen park, geen Oostvaardersplassen met een hek eromheen waar we ons kunnen vergapen aan grote grazers; we zijn verstrengeld met onze leefomgeving, met de mijten op onze huid en de bacteriën in onze darmen, krioelende insecten op akkers, vogelgriep en CO2.

Gesponsorde klimaatscepsis

Klimaatwetenschapper Heleen de Coninck stelt in een nog geheim rapport dat het mogelijk is de opwarming van de aarde beperkt te houden tot anderhalve graad. Lees ook het interview: ‘Ik blijf geloven dat de wereld te redden is’

De bodem roert zich onder ieders voeten en voedt een existentiële onzekerheid over waar we nog thuis kunnen zijn, is de stelling van Latour. De natuur is territorium geworden, schrijft hij, en zo zijn ook migratie, populisme, en economische ongelijkheid te begrijpen. Met de val van de Muur en de overwinning van de ‘vrije wereld’, oftewel het globale kapitalisme, kwam ook het besef dat de bronnen die de welvaart opstuwden, eindig zijn en tot die tijd steeds meer voorbehouden aan een elite. Vanaf dat moment werd klimaatwetenschap politiek, want de voorstanders van de globalisering hadden er baat bij de wereld als een groot pakhuis neer te blijven zetten. Leidende klassen begonnen klimaatscepsis te sponsoren, schrijft Latour, waaronder Exxon Mobile, dat halverwege de jaren negentig ineens de dreigingen van een veranderend klimaat (waarover het eerder had gepubliceerd) begon te bagatelliseren om de eigen onderneming voort te kunnen zetten.

Volgens Latour is het niet zijn eigen kritische ontleding van de wetenschappelijke praktijk, maar dit soort zwendel dat de weg heeft geplaveid voor een wereld waar verschillende realiteiten naast elkaar kunnen bestaan. Een American way of life is nu eenmaal niet compatibel met een besef van beperkte grondstoffen. Toch doet Trump alsof zijn wereld de onze niet is, schrijft Latour, door het Klimaatakkoord op te zeggen en zich te verschansen achter een muur – alsof die weerstand zou bieden aan de overtrekkende CO2.

De vraag waar links en rechts zich op zouden moeten bezinnen is volgens Latour hoe we ons tot de aarde verhouden, omdat we afscheid moeten nemen van de moderne, rationalistische droom van een grenzeloze wereld, zonder te vervallen in oude zekerheden van landsgrenzen en nostalgische ideeën over natiestaten.

Kushner

De eerste stap is erkennen dat we afhankelijk zijn van de grond die we bewonen, en onderdeel zijn van alle bio- en geochemische verschijnselen. We moeten herontdekken, schrijft Latour, hoe we vormen van bescherming vinden, zonder te rekenen op de natiestaat, die alleen niet is opgewassen tegen klimaatmutaties.

Latour werpt de vraag op, meer dan die te beantwoorden. Zijn essay is niettemin honderdtwintig bladzijden lang origineel en prikkelend. Het is opmerkelijk hoezeer hij trouw is gebleven aan zijn oorspronkelijke thema, de sociale en maatschappelijke dimensie van wetenschap. Maar wat klimaatonderzoek betreft, maakt Latour nog een extra slag: de mens kan zich daar niet buiten het onderzoeksveld plaatsen. Latour neemt zo afstand van een newtoniaans idee van wetenschap, waarin de wereld vanuit een soort arbitersstoel kon worden beschreven. Latours idee van wetenschap en de betrokken onderzoeker strookt misschien meer met de bevindingen in de quantumfysica, waar de handeling van het meten de meting lijkt te beïnvloeden.

Het motto van Waar kunnen we landen? komt van Jared Kushner, Donald Trumps schoonzoon, en luidt: ‘We’ve read enough books’. Kushner zei dit in een bespiegeling op wat nodig was voor vrede in het Midden-Oosten, waarvan hij de beoogde stichter is. Die woorden, en het boek van Latour, roepen een van de belangrijkste vragen van het decennium op, namelijk hoe we de juiste kennis kunnen verkrijgen uit een kolkende stroom ongefilterde informatie. Een vraag die nog urgenter is wanneer het om het klimaat gaat, of natuurlijk: vrede in het Midden-Oosten.

    • Nynke van Verschuer