De Machinist is een van de beste bistro’s van Rotterdam

Restaurant De Machinist aan de Coolhaven. Foto Walter Herfst

Het is een plek in de stad die zich in sfeer, inrichting en omvang laat vergelijken met die van het Westerpaviljoen, Loos en Hotel New York. De panden waarin die drie Rotterdamse grand cafés zijn gehuisvest, zijn weliswaar elk iets ouder, maar dat van De Machinist, uit 1949, kan er zich in monumentaliteit gemakkelijk mee meten. Tot 2005 was het Scheepvaart en Transport College erin ondergebracht. Erna richtte Karin Yntema, eerder directeur van Hotel New York, het robuuste gebouw aan de Coolhaven in tot een multifunctionele uitgaansgelegenheid. Ze organiseert er sindsdien onder meer jazzconcerten, comedy nights en dansavonden, er zijn een pub, een boekwinkel, werkruimtes en zes zalen om in te vergaderen, te trouwen of andere feestjes te geven.

Dom, dom, dom

Dat multifunctionele karakter van De Machinist zal mij ooit de indruk hebben gegeven dat ik er niet per se voor het eten zou hoeven komen; ik kan er achteraf geen andere reden voor bedenken. Dom, dom, dom, weet ik nu, en ik reken mezelf de vergissing zwaar aan. Want de keuken van chef Marcel Beijerling behoort in zijn prijsklasse en culinaire segment zeker tot het beste wat de Rotterdamse restaurantwereld heeft te bieden. Persoonlijk vind ik het nogal ouderwets om een kok na afloop van een diner nog even te gaan complimenteren, als de verlegenheid me daar al niet van weerhoudt, maar in dit geval had mijn tafelgenote gelijk toen ze me met een ‘erheen!’ zijn kant op stuurde.

Verwacht op grond van het voorafgaande geen belevenis die je van het ene exquise hoogtepuntje naar het andere leidt. Het restaurant is gevestigd in de voormalige smederij en machinekamer van de scheepvaartopleiding en heeft nu het meest weg van een grote Franse of Belgische stationsbrasserie. In De Machinist eet je klassieke schotels die bij zo’n omgeving passen, zoals sliptong, kabeljauw, runderlende, ribeye, kalfssukade en konijn, met royale porties verse groenten, frites en huisgemaakte sauzen. Gezelschappen kunnen er à 26,50 euro p.p. het ‘Rotterdams tafeltje vol’ bestellen, met een palet van meerdere gerechten van de kaart. Daarnaast voert Beijerling een dagmenu en heeft hij een paar eigen lievelingsgerechten heel het jaar door wel op de kaart.

Een daarvan is de gebakken Drentse bloedworst met gekaramelliseerde appel en ui (13,50 euro). Ik bestel hem als voorafje en weet er – met één (moeizaam afgestaan) hapje – de verklaarde bloedworst-weigeraarster tegenover me moeiteloos mee in de rijen van de fans te krijgen. Omgekeerd deel ik haar enthousiasme voor Beijerlings terrine van eenden- en maiskippenbout (9,50 euro). Vervolgens gaan de vorken aan tafel ook regelmatig over en weer voor het ‘konijn van de jager’ (17,50), de kolossale moot kabeljauw met wasabikorst (20,50) en de gegrilde ribbetjes van wildzwijn (13), die Beijerling laat vergezellen door een jus van gefermenteerde zwarte knoflook en een saus van mascarpone en Griekse yoghurt waarvan de chef de receptuur meenam van een recent tripje naar Belgrado, zo hoor ik later.

Ambachtelijkheid en liefde

Het zijn, net als de terrine, stuk voor stuk gerechten waaruit Beijerlings ambachtelijkheid, smaak en liefde voor het vak spreken. Kwaliteiten die ook zijn overgedragen op de even vriendelijke als toegewijde bediening. Van het rijkelijk aanwezige personeel in De Machinist zijn er maar liefst drie medewerkers die me na het dessert komen vragen hoe de broodpudding met kardemom-ijs (6 euro) is bevallen, aangezien die ook een van de favoriete creaties van Beijerling zelf blijkt te zijn. Ook de chef informeert ernaar wanneer ik hem lof kom prijzen voor al het gebodene. Maar hierbij gewoon nog eens voor de vijfde maal: ik keer er graag nog eens in De Machinist voor terug, net als voor veel meer wat er daar zoal op de kaart staat.

is culinair recensent.
    • Wim de Jong