Opinie

    • Luuk van Middelaar

Brexit toont zwakte van Brits stelsel aan

Het scheidingsakkoord tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk regelt een ordelijk vertrek per 29 maart 2019, stelt veel uit en houdt de Britten op de drempel. Een kunststuk van labiele evenwichten. Maar grote onzekerheid blijft en de gebeurtenissen volgen elkaar in hoog tempo op. Theresa May kreeg woensdag unanieme steun van haar kabinet, maar na een nachtje slapen namen twee ministers alsnog ontslag en volgde voor de premier een pittige dag in het Lagerhuis.

Ze ligt van twee kanten onder vuur, ook in haar eigen partij. Neem de gebroeders Johnson. Branie-broer Boris valt de voorgestelde deal namens de Leavers aan, terwijl brave broer Jo er juist als Remainer onderuit wil. Houdt de angst voor Corbyns linkse Labour en de chaos van een no-deal het Conservatieve front gesloten? Of valt de regering? Loopt het met een sisser af? Of komen er verkiezingen, nog een referendum? Laconiek meldde Donald Tusk, voorzitter van de Europese-Raad, gisteren dat hij een top ter bezegeling van het akkoord plant voor 25 november, „mits er niets buitengewoons gebeurt”.

Brexit – de ingrijpendste Britse nationale beslissing in vredestijd – houdt ons terecht op het puntje van onze stoel. De regering zou immers zomaar kunnen vallen. Toch zit de kwetsbaarheid van de Britse regering vanouds ‘ingebakken’ in het politieke systeem. In The English Constitution (1867) schreef de briljante journalist Walter Bagehot dat het Britse Cabinet per definitie wankel is, omdat het steunt op een meerderheid in het Lagerhuis en die staat bloot aan humeuren, roddels, verhalen, peilingen en leiderschapsfantasieën van individuele parlementariërs. Bovendien legt de oppositie, vanaf de bankjes frontaal aan de overkant, de regeerders het vuur na aan de schenen. En dankzij de veelgelezen kranten komt het wispelturige volksgemoed meteen binnen.

Dit alles wordt versterkt doordat alle kabinetsleden tevens in het parlement zitten. Niks scheiding der machten: Theresa May is Prime Minister, parlementslid en Conservatief partijleider ineen. Ze kan dus niet, zoals Merkel, één functie neerleggen en doorregeren.

Bagehot contrasteerde deze permanente hoogspanning in Westminster met het – destijds – kalm tikkende mechaniek in Washington: een Amerikaans president is na zijn verkiezing verzekerd van vier jaar regeermacht; dus doen parlementaire debatten er minder toe. Er vloeit geen bloed in het Huis van Afgevaardigden en zo verslapt de publieke aandacht, en daarmee, meende hij, ook de kwaliteit van pers en openbaar debat.

Zolang ‘gaan of blijven’ Tories én Labour splijt, helpen nieuwe verkiezingen niets

Maar waarom liet de opvoedende kracht van parlementair debat de Britten juist inzake Europa in de steek? Hoe komt het dat illusies over ’s lands plaats naast zijn buren en in de wereld – het absurde idee dat een staatje van 65 miljoen inwoners met de vingers in de neus gunstige handelsdeals met India en China zou gaan sluiten! – zolang onweersproken blijven?

Nostalgie over het Britse rijk, natuurlijk. Wellicht ook de media, met hun buitenlandse eigenaars en veranderd verdienmodel. Maar belangrijker is dat de oppositie niet werkt. Beide grote partijen zijn sinds de Britse toetreding in 1973 tot op het bot verdeeld over Europa. Zo worden de echte vragen nooit volledig zichtbaar en frontaal uitgevochten op de beste plaats die daarvoor is: het Lagerhuis. Dat gebeurt in de kranten, wandelgangen en achterkamertjes.

En dus zullen ook eventuele nieuwe verkiezingen geen antwoord geven op de kernvraag, Gaan of Blijven? Voor beide opties kun je nog steeds zowel terecht bij de partij van May als die van Corbyn. Zonder herschikking van het partijlandschap zijn er maar twee manieren om chaos te vermijden: een deal, of een tweede referendum.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof, historicus en hoogleraar Europees recht (Leiden). Zijn column is wekelijks.
    • Luuk van Middelaar