Ongewenste haantjes opsporen in het ei

Hen of haan

Al in het bevruchte kippenei kijken of het een haan wordt of een hen. Het kan en zou op termijn kunnen voorkomen dat er 45 miljoen haantjes per jaar in Nederland na één dag worden vergast.

Boven: Eendagskuikens. Onder: Oprichters Wil Stutterheim (r) en Wouter Bruins van In Ovo in Leiden. Foto iStock

Het is zo’n gegeven waar de kippensector zelf ook niet trots op is: voor elke hen die eieren legt is een haan gedood. Uit de helft van de bevruchte eieren komt nu eenmaal een haantje en die zijn ongewenst. Niet alleen leggen ze geen eieren, ook zijn ze niet geschikt als vleeskip omdat ze langzaam groeien.

In Nederland worden zo’n 45 miljoen haantjes per jaar gedood. Meestal binnen een dag (vandaar de term eendagskuiken). Ze worden vergast, ingevroren en gevoerd aan dierentuin- of huisdieren.

Een oplossing voor deze eendagskuikens lijkt de afgelopen tijd dichtbij gekomen. Het Leidse biotechbedrijf In Ovo maakte eind oktober bekend dat het „enkele miljoenen” aan investeringen heeft opgehaald om op grote schaal haantjes al in het ei op te sporen. Het geld komt van een Duits chemiebedrijf, een investeringsfonds uit Singapore en de Universiteit Leiden.

Met dat geld moet de methode In Ovo sneller en nauwkeuriger worden, vertelt Wil Stutterheim in het kantoortje van In Ovo. Hier huist het bedrijf sinds hij het in 2012 oprichtte met Wouter Bruins. De twee kennen elkaar van het mastertraject Science Based Business aan de Universiteit Leiden. Nu staan er overal dozen: binnenkort gaat In Ovo verdubbelen in medewerkers (van vijf naar tien) en is een nieuwe locatie noodzakelijk.

De In Ovo-methode werkt als volgt: in het ei wordt een piepklein gaatje gemaakt, daaruit wordt vloeistof bij het embryo weggehaald. Chemische analyse toont aan of het een hen of een haan is. De haantjesembryo’s worden niet verder uitgebroed.

In een testopstelling gaat dit goed (al is de foutmarge nog relatief groot: bij 4 procent van de eieren zitten ze ernaast). Nu moet het bedrijf machines ontwikkelen die deze test automatisch op grote schaal kunnen uitvoeren. Snelheid moet de extra kosten laag houden. Stutterheim: „Ons streven is minstens 10.000 eieren per uur.” De sector ziet nog liever 30.000 à 40.000 eieren, zegt hij.

Wanneer liggen er eieren in de winkel van hennen die zij gescreend hebben? Begin 2021, denkt Stutterheim. Misschien zelfs al wat eerder. Maar nog wel op bescheiden schaal.

In de Duitse supermarkt

Twee jaar is In Ovo bezig geweest met het binnenhalen van een nieuwe investeringsronde. Het bedrijf meldde het nieuws dan ook verheugd, eind oktober. Toch werd het al snel ietwat overstemd door een bericht uit Duitsland van concurrent Seleggt, een samenwerkingsverband tussen een Nederlandse fabrikant uit de pluimveesector, de universiteit van Leipzig en supermarktreus Rewe.

Wat In Ovo over zo’n twee jaar hoopt te bereiken, lukt Seleggt nu al. Rewe verkoopt sinds deze maand eieren van hennen ‘zonder broertjes’. Nu nog op vrij kleine schaal: in ongeveer 200 winkels. Binnen afzienbare tijd moeten ze in alle 5.000 vestigingen van Rewe en dochteronderneming Penny liggen.

Deze eieren zijn wel een stukje duurder: zo’n 2 cent per stuk. De kosten die bespaard worden, bijvoorbeeld omdat de helft van de eieren maar uitgebroed hoeft te worden, wegen niet op tegen de hogere prijs van het testen en wat daarbij komt kijken. Er wordt nu nog veel gebruik gemaakt van menselijke arbeid en de aantallen eieren zijn nog relatief klein, zegt Martijn Haarman, de Nederlandse directeur van Seleggt. „Straks hebben we schaalvoordelen.”

Maar even goedkoop wordt het ook dan niet. Haarman verwacht dat hun oplossing alleen zal aanslaan in delen van de wereld waar het doden van haantjes op „grote ethische bezwaren” stuit. „Daar is men bereid meer te betalen.”

De testmethode van Seleggt lijkt best op die van In Ovo. Ook zij maken een heel klein gaatje in het ei en testen vloeistof. Allebei doen ze deze test op de negende dag na bevruchting. Dat is niet toevallig. Uit het weinige onderzoek dat er is, weten we dat het zenuwstelsel van kuikenembryo’s rond dag tien zover af is dat kuikens mogelijk pijn voelen, zegt pluimvee-onderzoeker Ferry Leenstra, verbonden aan Wageningen Livestock Research. Eerder testen zorgt voor minder nauwkeurige resultaten. Verschil is wel dat Seleggt meet op basis van aanwezige hormonen, enigszins vergelijkbaar met een zwangerschapstest. In Ovo meet juist zogeheten metabolieten, die vrijkomen tijdens de stofwisseling.

Dat Duitsland de eerste haantjesvrije eieren in het supermarktschap heeft, is niet vreemd. De Duitse overheid wil af van het doden van eendagskuikens, al werd een wettelijk verbod door de rechter tegengehouden, omdat er geen werkbare alternatieven beschikbaar waren. Net als in Nederland gaat het om ongeveer 45 miljoen haantjes per jaar.

Seleggt en In Ovo zijn bepaald niet de enige die het eendagskuikenprobleem willen aanpakken. Al jaren worden er initiatieven opgestart, vaak in samenwerking met universiteiten en (deels) met overheidsgeld. „Maar tot nu toe is het behalve ons nog niemand gelukt om uit het laboratorium te komen”, zegt Haarman.

Lees ook: Hoe de haantjesmoord te stoppen

Fluorescerende kippen

Vergassen (of fijnhakken, dat gebeurt ook) van eendagskuikens is geen prettig idee. Toch zijn alternatieven vaak óók omstreden. Zoals de oplossing van de universiteit in Wageningen om mannelijke kippenembryo’s fluorescerend te maken door middel van een gen uit kwallen. Ook pluimvee-onderzoeker Leenstra was daarbij betrokken. Dat plan riep nogal wat politieke weerstand op. Het kwam in 2013 niet door de Tweede Kamer.

Ook fokkers zaten niet op deze genetische modificatie te wachten, zegt Stutterheim. In Ovo kon profiteren van de kritiek op de ‘kwalkip’. Het kreeg enkele tonnen subsidie van het ministerie van Economische Zaken om hun methode te ontwikkelen.

Maar ook die manier heeft zijn ethische beperkingen. Cru gezegd komt het toch neer op een soort haantjesabortus. Stutterheim bekijkt dat kritiekpunt „pragmatisch”. „We hebben nu iets nodig dat werkt. Niet een perfecte oplossing over twintig jaar.”

Een ander heikel punt is dat vergaste haantjes nu diervoer worden. Voor de niet meer uitgebroede eieren moet ook iets gevonden worden, zegt Stutterheim. Seleggt zegt daar iets op gevonden te hebben: die eieren worden gebruikt in diervoer.

Wat is de positie van In Ovo, nu Seleggt al op de markt is? Op dit moment liggen de eieren alleen bij Rewe, maar het contract met deze supermarkt is niet exclusief, zegt Haarman.

Stutterheim denkt dat de In Ovo-methode, die test op andere stofjes, „sneller en goedkoper” kan zijn dan die van de concurrent. Maar, zoals dat hoort bij een bedrijf in de start-up-fase, zijn er geen zekerheden. „Als de kosten per ei te hoog blijven, of als er straks een partij opstaat die al op dag nul kan toetsen, dan zijn we klaar met dit project. Dan hebben we het geprobeerd.”

    • Geertje Tuenter