Recensie

Maatschappijkritisch, maar vooral mooi boven de bank

Galerie De Zuid-Afrikaanse kunstenaar Kendell Geers presenteert zichzelf als geëngageerd maker, maar zijn werk ziet eruit als hippe decoratie. Is dat inconsequent, of werkt hij als een paard van troje?

Zaalopstelling van de tentoonstelling van Kendell Geers bij galerie Ron Mandos. Foto Courtesy Galerie Ron Mandos, Amsterdam

Even een opsomming. In de werken die de Zuid-Afrikaanse kunstenaar Kendell Geers onder de titel Voetstoots exposeert bij galerie Ron Mandos in Amsterdam zitten, volgens de teksten, onder andere verwijzingen verwerkt naar de volgende personen, objecten en tradities: Marcel Duchamp, Congolese Nkondi-beelden. J.M. Coetzee, oorlogsgod Mars, de Hottentotten, Theo van Doesburg, Pablo Picasso, muurschilderingen van de Ndebele, Arthur Rimbaud, Heineken, Dan Flavin en Bruce Nauman – en dat is nog niet alles. Je zou dus denken dat het hier een rijke, complexe tentoonstelling betreft. Dat maakt het nogal verwarrend dat Geers werk eruitziet als hippe decoratie voor boven de bank van een jonge investmentbanker die een jaartje Johannesburg heeft gedaan: wat goud, wat geometrie en véél verwijzingen naar de Afrikaanse cultuur, want wie een beetje meetelt, dezer dagen, laat zien dat zijn horizon ver voorbij het westen reikt.

En inderdaad: dit klinkt behoorlijk cynisch.

Het vervelende is: je weet nooit zeker of zo’n veronderstelling terecht is. Geers, afkomstig uit Zuid-Afrika, draait al lang mee in de kunst, maakte naam met provocerende en kritische installaties en heeft zich goed verdiept in de Afrikaanse en westerse kunsttraditie. Daar is hij behoorlijk beroemd mee geworden en zo bekeken is het bijzonder dat Mandos erin is geslaagd Geers tot een solo in zijn galerie te verleiden. Maar in dat laatste woord zit ook de crux.

Geers presenteert zichzelf als de man van de diepte, van de confrontatie en de provocatie, maar zijn werk spreekt de flemende taal van de verleiding, de decoratie, de markt. Dat is ook een groot probleem voor de stevige engagement-golf die nu al jaren door de kunst trekt: die heeft maatschappelijk betrokkenheid en historische verdieping, vooral met Afrika, hip gemaakt en bankable. Daar zit een raar dilemma: we zien steeds meer kunst, zoals die van Geers, die zegt maatschappijkritisch te zijn, maar tegelijk gretig de smaak van de macht bevestigt. Is dat inconsequent en opportunistisch, of moet je een kunstenaar als Geers beschouwen als een paard van Troje, die complexe, subversieve verhalen bij het establishment naar binnen glibbert en zo het systeem van binnenuit ondergraaft? Maar telt dat nog, als je er zelf goed aan verdient? En als je je methode nooit aan iemand kunt vertellen? Het is een intrigerend dilemma, waarbij Geers’ expositie bij Mandos nét het nadeel van de twijfel verdient: daarvoor slaat in dit nieuwe werk de balans tussen kritiek en bevestiging te ver door naar dat laatste.

    • Hans den Hartog Jager