Recensie

‘Kabul, City in the Wind’ opent IDFA

Filmfestival

In zijn documentaire over de Afghaanse hoofdstad Kabul romantiseert Aboozar Amini niets. De film is als visuele kamermuziek.

Spelen bij onderdelen van een oude Sovjet- tank: openingsfilm over Kabul op documentairefestival IDFA in Amsterdam. IDFA

Na een jaar zonder vaste directeur opende het International Documentary Festival Amsterdam (IDFA) woensdagavond met de in Syrië geboren Orwa Nyrabia (40) als nieuwe artistiek leider. In het Amsterdamse theater Carré lanceerde hij woensdagavond de 31ste editie van dit festival voor documentaire films als een evenement dat in het teken staat van „pluralisme, want dat is de kernwaarde van democratie”.

Onder zijn leiding zal het festival sterk inzetten op „inclusiviteit”, met meer niet-westerse filmmakers en meer films van vrouwen. Verder zal IDFA de nadruk leggen op de documentaire als kunstvorm en de films niet louter beschouwen als middel om belangrijke thema’s aan te kaarten.

IDFA werd officieel geopend door minister Sigrid Kaag (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, D66). In haar toespraak prees ze de documentaire film als een filmvorm die tegenwicht kan bieden aan „een wereld waarin mensen de ander steeds minder zien staan”. Volgens Kaag kan juist de „kracht van cultuur” daar tegen ingaan.

Veertienjarige vluchteling

Openingsfilm was Kabul, City in the Wind van de Nederlands-Afghaanse regisseur Aboozar Amini: een bescheiden, ingetogen, indrukwekkende film over het dagelijkse bestaan van de inwoners van Kabul, de geteisterde hoofdstad van Afghanistan. Amini (1985) kwam als veertienjarige vluchteling met zijn broer naar Nederland. Voor Kabul, City in the Wind ging hij terug naar zijn land van herkomst.

De film vertelt twee geschiedenissen: de jonge tiener Afshin heeft de zorg op zich genomen voor zijn jonge broertje Benjamin. Hun vader gaat werken in het buitenland en Afshin is nu de ‘man in huis’. Amini volgt de twee jongens als ze lopend een lange weg van hun huis naar een winkel afleggen om thee en suiker te kopen. Die tocht biedt genoeg stof om de wereld van de jongens compleet op te roepen.

Lees ook een interview met Aboozar Amini over zijn film: ‘Wat ik uit de media wist, wilde ik vergeten’

Daarnaast concentreert Amini zijn film op de zwaar blowende chauffeur Abas. Hij rommelt aan zijn aftandse bus en mijmert over zijn uitzichtloze bestaan. „Dit is Afghanistan. Dit is zelfmoord”, bromt hij, terwijl hij nog maar eens diep inhaleert van een geïmproviseerde hasjpijp. Vol somberheid: „Ik denk dat ik nog een jaar of tien, vijftien heb.” Abas behoudt desondanks een twinkeling in zijn ogen en leeft op als hij met zijn kinderen speelt. Dat maakt hem tot een innemende hoofdpersoon.

Kabul, City in the Wind – ‘Kabul, City of Dust’ was een even passende titel geweest – is niet zozeer de stadssymfonie die Amini aanvankelijk voor ogen stond. Het is eerder visuele kamermuziek. Amini heeft aan twee, drie instrumenten genoeg voor zijn portret van stadsbewoners die murw zijn door decennia lang geleefd te hebben met burgeroorlog en permanente terreurdreiging.

Maar het leven gaat door. Kinderen zijn nog steeds kinderen, terwijl ze spelen in een oude Sovjet-tank. Amini romantiseert niet: de armoede haalt niet het goede uit mensen naar boven, ze moeten elkaar juist regelmatig bespelen en bedriegen om te kunnen overleven. Anderzijds heeft ook een nietsnut als Abas een zorgzame, vrijgevige kant. Want Kabul, City in the Wind is geen film die enkel wanhoop uitserveert.

Mannenwereld

Visueel valt er ook genoeg te beleven. Dat het karige huis van Afshin en Benjamin op een heuvel boven de stad staat, geeft Amini de gelegenheid om mooie panoramabeelden te maken.

Hij filmt niet binnen bij de jongens, omdat hun moeder buiten beeld wil blijven. Hij grijpt dat wel aan door en passant te laten zien hoe streng gescheiden mannen en vrouwen leven in de stad. Het leven van Abas speelt zich bijvoorbeeld bijna volledig in een mannenwereld af.

Inzet van IDFA is dat de competitie meer gewicht krijgt. Twaalf films dingen mee naar de prijs voor de beste lange documentaire en dertien strijden om de prijs voor het beste debuut. Kabul, City in the Wind is meteen een geduchte kanshebber voor de prijs voor de beste debuutfilm.

    • Peter de Bruijn