Opinie

    • Lotfi El Hamidi

‘Je kunt er nog geen paracetamol krijgen’

‘Weinig mensen in Nederland beseffen dit”, zegt Enrique Kike Guzmán, „maar ons grootste buurland qua oppervlakte is Venezuela.” De Venezolaanse Nederlander heeft het over „Cubaanse taferelen” bij de Antillen, doelend op de uittocht van 100.000 Cubaanse vluchtelingen naar Florida in 1980. Zo groot is de Venezolaanse bootmigratie bij lange na niet, maar iedere dag komen wanhopige Venezolanen aan in ons koninkrijk, op de vlucht voor de socialistische dictatuur.

Benieuwd of vluchtelingen de Caribische eilanden als springplank gebruiken om naar Nederland te komen, zocht ik contact met Guzmán. Samen met een aantal vrienden beheert hij de besloten Facebookgroep Venezolanos en Holanda, waar Venezolanen in Nederland hun ervaringen delen en elkaar ondersteunen.

Guzmán komt oorspronkelijk uit wat hij noemt „het Amstelveen van Caracas”. Bijna twintig jaar geleden kwam hij naar Nederland, „voor de liefde”. Hoewel die liefde uiteindelijk strandde bleef hij in Nederland voor zijn zoontje. „Ik wilde geen vader op afstand zijn.” Wel bezocht hij elk jaar zijn geboorteland, waar zijn ouders en zus nog altijd wonen. Sinds drie jaar komt hij er niet meer. Te gevaarlijk.

Het aantal Venezolaanse asielzoekers is klein. Exacte cijfers zijn niet te krijgen en niet elke vluchteling dient een verzoek in. Volgens Guzmán zijn in Nederland drie groepen te onderscheiden: Venezolanen die al een Europees paspoort hadden, politieke asielzoekers en migranten die op de bonnefooi zijn gekomen. Die laatste groep doet geen asielaanvraag en gaat zonder papieren door het leven en weet dat de kans op een legaal verblijf nihil is. „De IND is veel te streng in het behandelen van de aanvragen”, zegt hij. „Dit jaar is slechts één persoon in aanmerking gekomen voor politiek asiel. De kans om uitgezet te worden is groot.”

Kun je mensen wel terugsturen naar een land als Venezuela? De omstandigheden in het Zuid-Amerikaanse land zijn mensonterend. Guzmán: „Je kunt nog geen paracetamol krijgen. Mensen sterven van de honger en aan ziektes die er voorheen niet waren.” Ook de wetteloosheid op straat is onvoorstelbaar, zegt hij. „Caracas was al voor de crisis de moordhoofdstad van de wereld. Dat is nu alleen maar erger geworden.”

Guzmán is teleurgesteld in de opstelling van de Nederlandse regering, die volgens hem regionale handelsbelangen boven de mensenrechten verkiest. Regelmatig bezoekt hij de Tweede Kamer om de Venezolaanse zaak onder de aandacht te brengen – met weinig resultaat. Hij heeft niet veel hoop op de „diplomatiek onhandige” minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok. „Je hoorde wat hij allemaal dacht over Suriname. Wat zal hij wel niet denken over Venezuela.”

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl@Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

    • Lotfi El Hamidi