Het mooie plan van het Frans Hals Museum kón niet misgaan

Frans Hals Museum De twee locaties van het Frans Hals Museum in Haarlem, Hof en Hal, zijn nodig aan een verbouwing toe. Maar bij de coalitiebesprekingen bleek de bibliotheek een grotere prioriteit. Voor het museum dreigt nu een patstelling.

De locatie Hal van het Frans Hals Museum aan de Grote Markt in Haarlem. Het zijn feitelijk drie gebouwen, de ingang zit verstopt in het vishuisje, tussen het gebouw uit 1600 links en de Verweyhal rechts. Foto Walter Herfst

Het Frans Hals Museum in Haarlem trok vorig jaar 150.000 bezoekers. Wanneer die een kaartje kochten, stond daar een routebeschrijving op: het museum is gehuisvest op twee plekken in de stad. In het voormalige Oudemannenhuis aan het Groot Heiligland, een smalle straat aan de rand van het historisch centrum, hangen de oude meesters. ‘Hof’ heet dat deel.

Tien minuten wandelen verderop is de andere locatie, met moderne en eigentijdse kunst. Eigenlijk zijn dit drie gebouwen, als je ervoor staat zie je van links naar rechts de Vleeshal uit 1600, het ‘vishuisje’ waar ooit de knecht van de vismarkt woonde, en helemaal rechts de Verweyhal, een negentiende-eeuws gebouw waarvan het museum alleen de bovenste verdieping bezet. Deze locatie heet ‘Hal’. Het ligt aan de Grote Markt.

Van de 150.000 bezoekers in 2017 ging ruim tweederde naar Hof, 40.000 mensen bezochten Hal. Dat is niet raar als je bedenkt dat de oude meesters in Hof hangen. Aan de andere kant: de Grote Markt is een bijzonder druk bezocht plein, met behalve tal van monumentale gebouwen ook veel horeca. Wat je noemt een toeristische trekpleister.

Alleen zie je op die Grote Markt niet, of nauwelijks, dat Hal een locatie is van het Frans Hals Museum. De entree is verstopt, het is het deurtje van het vishuisje. En de Verweyhal, het meest rechtse gebouw, lijkt nog het meest op een verlaten V&D. De benedenverdieping staat leeg, en op de eerste verdieping, die van het museum, zijn in verband met de slechte klimatologische omstandigheden de ramen permanent afgeplakt. Overigens lopen ook nogal wat mensen voorbij aan de ingang van Hof, ook daar is de entree onopvallend.

De locatie Hof van het Frans Hals Museum, waar de oude meesters hangen

Foto Walter Herfst

Ann Demeester is sinds 2014 directeur van het Frans Hals Museum. „De gebouwen zijn een blokkade”, merkte ze meteen. „Van buiten zijn ze niet goed zichtbaar, van binnen zijn ze labyrintisch.” Eind vorig jaar diende ze bij de gemeente – die eigenaar is van panden en collectie – een plan in om daar wat aan te doen. Er moesten beter zichtbare, ruimer toegankelijke entrees komen, stond daarin, en een helderder route langs de kunstwerken. In Hof moest je in het café, de winkel en de binnentuin ook terecht kunnen zonder dat je eerst een kaartje moet kopen. En Hal hád niet eens een café, dat zou er moeten komen, evenals een dakterras met een panoramisch uitzicht en een geklimatiseerde zaal, zodat ook daar oude meesters kunnen hangen.

Kosten: 6 miljoen euro, waarvan het Frans Hals Museum zelf 1,5 miljoen wilde betalen, onder meer dankzij 500.000 euro van de BankGiro Loterij. Op de site van het museum is het plan nog na te lezen, „gestreefd wordt om in de tweede helft van 2019 te starten met de verbouwing van beide panden”, eindigt het.

Van buiten zijn de gebouwen niet goed zichtbaar, van binnen zijn ze labyrintisch

Een mooi plan, zeiden ze

Maar dat gaat niet gebeuren. Want ondanks de positieve reactie van de gemeente – „Een mooi plan”, schreef het vorige college – en een al even lovende zin in het coalitieakkoord van het nieuwe college („We vinden de plannen aantrekkelijk en dragen deze een warm hart toe”), bleek 4,5 miljoen euro te veel. Het werd 0. Ter vergelijking: Leiden trekt bijna 20 miljoen euro uit voor renovatie van De Lakenhal, Arnhem ruim 20 miljoen voor Museum Arnhem. Rotterdam, werd twee weken geleden bekend, 220 miljoen voor Boijmans Van Beuningen.

Wat is er misgegaan in Haarlem?

Ann Demeester: „Wij hebben ons plan vorig jaar juni voor het eerst in het openbaar gepresenteerd op een raadsmarkt. Dat was ons aangeraden, daar wordt de hele gemeenteraad voor uitgenodigd in plaats van alleen een bepaalde commissie.” De presentatie was in Hal. „Dat was opzettelijk, we wilden het potentieel tonen. Bovendien moet je wel stekeblind zijn als je denkt dat dat gebouw in een goede conditie is.” Alleen zagen niet veel raadsleden de slechte staat van het gebouw: 5 van de 39, meer kwamen niet op de presentatie af.

Dat was misschien toeval, er was diezelfde dag ook een andere bijeenkomst en veel raadsleden hebben overdag een baan. Hoe dan ook volgden er meer presentaties: toch maar voor een raadscommissie, voor de wethouder van cultuur, voor enkele ambtelijke afdelingen, een keer voor de hele stad. Met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen van maart werden ook alle politieke partijen afzonderlijk bezocht. Robbert Berkhout, fractieleider van GroenLinks: „Ik herinner me dat bezoek nog goed, er was die dag toevallig ook taart omdat we wat te vieren hadden. Achteraf denk ik: we maakten daardoor misschien wel een erg positieve indruk.”

Die positieve indruk kon het museum ook krijgen door de betrokkenheid van de gemeente bij de totstandkoming van het plan. Haarlem voegde twee jaar geleden voor één dag per week een ambtenaar toe aan het speciale projectteam van het museum: Patrick Vlegels, tegenwoordig werkzaam bij het Noord-Hollands Archief. „De ambtenaren van cultuur, en ook die van vastgoed en monumentenzorg, zagen het nut van de renovatie in. Ook in de museale wereld was dat duidelijk”, zegt hij.

Een snelkookpan was het

Eigenlijk waren er geen signalen dat het mis kon gaan. Behalve dan misschien dat aan alle lovende woorden steeds werd toegevoegd dat pas een volgende gemeenteraad en een volgend college de knoop door zouden hakken.

Na de verkiezingen was GroenLinks de grootste partij in Haarlem. Informateur van het nieuwe college was fractieleider Robbert Berkhout. Er waren, zegt hij, bij de coalitiebesprekingen „veel meer wensen dan we konden honoreren, zo’n formatie is een soort snelkookpan”. GroenLinks, D66, CDA, PvdA: ze hadden allemaal hun prioriteiten. „Als andere partijen dan geen cultuur willen binnenhalen, moet jij het doen ten koste van iets wat je ook wilde.”

Er ging geld naar woningbouw, naar duurzaamheid, naar jeugd en sport, naar schuldaflossing. Toen het onderwerp cultuur ter sprake kwam, was er niet veel meer over. Het meeste daarvan, 6 miljoen, kreeg de bibliotheek. Robbert Berkhout: „Dat pand heeft veel achterstallig onderhoud. Ook wil dit college dat cultuur en sociale samenhang hand in hand gaan. En dat is precies wat daar gebeurt, de bibliotheek is een ontmoetingsplek met een sociale functie.”

Had het anders kunnen lopen? Misschien, zegt Berkhout: „Tijdens de formatie hebben we geen contact meer gehad met het museum. We hadden de indruk: het is het bedrag dat ze vragen, of niks. Over een mogelijk gefaseerde uitvoering van het plan bijvoorbeeld is niet gepraat.”

Was het te veel geld dan, dat werd gevraagd? „Het lijkt misschien niet veel als je het afzet tegen de verbouwingskosten van andere musea. Maar je kunt het ook anders bekijken. Haarlem geeft elk jaar 19 miljoen uit aan cultuur, bijna 3 miljoen daarvan gáát al naar het Frans Hals Museum.”

Hoe nu verder? Op die vraag antwoordt cultuurwethouder Marie-Thérèse Meijs (GroenLinks) per mail: „Daarover zijn en blijven we met het museum in gesprek.” Het laatste gesprek, 18 oktober, leidde tot een vervolgafspraak met ambtenaren, om verschillende financiële scenario’s uit te werken. „Daar zijn we nu mee bezig”, zegt museumdirecteur Ann Demeester. Een investering van 4,5 miljoen zal er niet inzitten, mogelijk wel een kleine opknapbeurt voor de bovenverdieping van de Verweyhal. „Maar we blijven inzetten op meer.”

Een Haarlems Museumkwartier?

Die Verweyhal is intussen onderdeel geworden van een plan voor een Haarlems ‘Museumkwartier’, dat is ontstaan na de afwijzing van de renovatieplannen. Het idee: de Verweyhal wordt verkocht en het Frans Hals Museum komt in zijn geheel aan zowel het Groot Heiligland als in een leegstaand monument om de hoek van het Groot Heiligland, de Egelantier. Ook een aantal andere culturele instellingen, waaronder een architectuurcentrum en een historisch museum, zouden naar dit voormalige ziekenhuis kunnen verhuizen.

Jan van Eeden, mede-initiatiefnemer van het plan voor een Museumkwartier: „Wij denken dat dit een goed alternatief is. En het gaat ons ook om het doorbreken van de patstelling.” Niet alleen de patstelling rond de 4,5 miljoen euro voor het Frans Hals Museum, bedoelt hij, ook die over het gedeelde eigenaarschap van de Verweyhal. Daarvan verkocht Haarlem in het crisisjaar 2009 de begane grond aan voetbalmakelaar-miljonair Mino Raiola, die er toen als huurder horeca uitbaatte. Intussen staat het al vier jaar leeg.

Over die verkoop schreef de gemeente twee weken geleden aan de raad: „Achteraf betreurt het college dit besluit, omdat het een mogelijke uitbreiding van het museum blokkeerde.” Raiola wil zijn verdieping niet terugverkopen, hij wil het hele gebouw kopen en heeft intussen de gemeente voor de rechter gedaagd, onder meer omdat de bovenverdieping geen museale bestemming zou hebben.

Dat heeft die verdieping wel, aldus het college, dat omgekeerd niet van plan is de rest van het gebouw te verkopen. De Verweyhal is „strategisch erfgoed” en het college „hecht zeer aan een culturele bestemming van het gezichtsbepalende gebouwencomplex aan de Grote Markt”, staat in dezelfde brief van twee weken geleden.

De Egelantier wordt wél verkocht. Bedoeling is dat er een hotel en appartementen in komen. Volgens het college vormen Hof aan het Groot Heiligland en dit „aantrekkelijk historisch hotel aan het water” dan straks „een voor de stad waardevolle combinatie”.

    • Gretha Pama