Matthijs de Ligt in voorbereiding op het Nations League-duel tegen Frankrijk.

Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Toptalent Matthijs de Ligt: ‘Het begin is er, maar alles kan nog beter’

Interview Matthijs de Ligt (19) Ajax-verdediger Matthijs de Ligt is een vaste schakel in het vernieuwde Oranje, dat vrijdagavond tegen wereldkampioen Frankrijk speelt. „De pot dichthouden”, daar draait het om.

Hij noemt het woord meer dan tien keer, in een interview van twintig minuten: gewoon. Veel zaken zijn gewoon in de beleving van Matthijs de Ligt, het negentienjarige buitengewone Ajax-talent.

Over hoe hij zich voorbereidt op het uitschakelen van spitsen: „Meestal ga je toch uit van jezelf. Dan speel je gewoon de wedstrijd eigenlijk. Niet echt iets bijzonders.”

Op de vraag of hij met specifieke doelstellingen een wedstrijd ingaat: „Nee nooit. Ik speel gewoon altijd, en ik zie wel wat er gebeurt.”

Over een mogelijke transfer naar het buitenland, volgende zomer: „Op dit moment zit ik gewoon bij Ajax, dus heeft het geen zin om te denken over een vertrek.”

Hij praat snel, afgemeten, zonder opsmuk. Wat hij zegt, klinkt verstandig, deze dinsdag in een persgesprek in het spelershotel van Oranje in Zeist. Hij leunt rustig achterover. Als hij ziet dat een journalist een plekje zoekt om aan te schuiven bij zijn tafel, staat hij op om plaats te maken en gaat in een andere stoel zitten.

Met enkele andere beloften is hij de personificatie van het vernieuwde Oranje. Hij is een vaste schakel, centraal achterin bij deze ploeg in opbouw: in alle acht interlands onder leiding van bondscoach Ronald Koeman begon hij in de basis. Vrijdag wacht het duel tegen wereldkampioen Frankrijk in de Kuip en maandag Duitsland in Gelsenkirchen – beide voor de Nations League, het nieuwe landentoernooi.

Zijn ster is rijzende, ook internationaal. Ajax-ploeggenoot Frenkie de Jong zei deze week half grappend tegen VI dat hij verwacht dat De Ligt uiteindelijk voor 68 miljoen euro vertrekt. Meerdere Europese topclubs hebben belangstelling.

De Ligt groeide op in Abcoude, vlakbij de Arena. Zijn vader hockeyde en tenniste, zijn moeder deed alleen aan tennis. Tot zijn elfde zat De Ligt ook op tennis, hij werd een keer clubkampioen bij de Abcouder Lawn Tennis Club.

Hij vertelt dat hij één training op hockey zat. In Abcoude liggen de hockey- en voetbalclub naast elkaar, tijdens die training zag hij zijn vriendjes verderop voetballen. „Toen dacht ik: ik ga ook voetballen, en ben ik overgelopen. Sindsdien heb ik nooit meer gehockeyd.”

Breed bovenlichaam

Hij was toen zes. Hij speelde drie jaar bij FC Abcoude, tot hij op zijn negende naar de jeugdopleiding van Ajax vertrok. Er zou sprake zijn geweest van enige twijfel bij de club, omdat hij toen iets te zwaar zou zijn. De Ligt: „Dat zou best kunnen kloppen, ja. Toen ik bij Ajax kwam werd ik gelijk naar de diëtiste gestuurd.” In de Ajax-jeugd werd hij ook wel ‘dikkie’ genoemd. „Die tijden zijn nu wel voorbij.”

Hij is pezig, sterk, breed, 1 meter 88 lang. Zijn mentor en zaakwaarnemer, oud-Ajax-speler Barry Hulshoff, zei tegen website Ajax Showtime dat De Ligt op zijn zeventiende een lichaam had dat twee tot drie jaar verder was dan een gemiddelde zeventienjarige.

De Ligt: „Ik heb van nature wel sterke benen. Maar het is ook wel onderhoud en versterken daarvan. Het zijn allemaal factoren die daarbij helpen: rust, voeding, training.” Zijn vader vertelde in hetzelfde artikel dat zijn zoon het brede bovenlichaam, de kuiten en bovenbenen niet van hem heeft.

Op foto’s uit zijn jeugd, toen hij nog in de F1 van Abcoude speelde, is te zien dat De Ligt er qua lengte en breedte niet uitsprong ten opzichte van zijn ploeggenoten. Hij vertelt dat hij van zijn dertiende tot en met zijn zestiende de grootste groei doormaakte. „Tien centimeter in een jaar, dat is geen supergroei. Maar ik groeide wel meer dan normaal.”

Dat zijn motoriek sterker is ontwikkeld omdat hij tot zijn elfde tenniste, kan „wellicht” een factor zijn geweest, zegt De Ligt „Ik kon aardig tennissen, ik had redelijk balgevoel, maar je doet het met je handen, daar heb je bij voetbal niet veel profijt van. Ik denk dat het zeker wel heeft kunnen helpen.”

Hij is een klassieke, bijna on-Nederlandse verdediger. In de jongste jeugd speelde hij als middenvelder. Pas bij Ajax werd hij achterin neergezet. „,Toen ging ik mij ook wat meer verdiepen in het verdedigen, tips vragen.” Hij sprak met trainers en oud-verdedigers als Winston Bogarde en Jaap Stam. Hij kan nu genieten van slidings, van gewonnen één tegen één duels. „Dat geeft een kick.”

Hij gebruikt in het interview een enkele keer verdedigerstaal, bijna vervlogen terminologie – „de pot dichthouden”. Hij had in zijn jeugd geen voorliefde voor verdedigen, vertelt hij.

Ik kan genieten van Italiaanse verdedigers, ook die uit het verleden

Matthijs de Ligt Ajax-verdediger

De Ligt: „Op dit moment kijk ik graag naar Sergio Ramos, ook al is dat misschien soms een wat vuile speler.” Hij is onder de indruk van zijn prijzenkast, zijn persoonlijkheid, van de manier waarop de Spanjaard Real Madrid aanvoert. „Italiaanse verdedigers kan ik ook erg van genieten, in het hedendaagse voetbal, maar ook die uit het verleden.” Hij noemt Giorgio Chiellini, Alessandro Nesta, Paolo Maldini, Franco Baresi.

Hij is rücksichtslos als het nodig is. In het harde Champions League-gevecht bij Benfica vorige week botste hij in een luchtduel met spits Jonas, waarbij De Ligt wat onbesuisd met zijn armen inkwam. Jonas lag even aangeslagen op de grond.

De Ligt denkt niet dat hij meedogenlozer is geworden. „Dat deed ik altijd wel, misschien dat het nu wat meer opvalt”, zegt hij. „Ik probeer altijd gewoon mijn duels te winnen, daar doe ik alles voor. Toevallig stond er nu een tegenstander tussen. Dat is niet mijn probleem.”

Bekijk hier de beelden van het bewuste duel tussen De Ligt en Jonas, met analyse van oud-topverdediger Jaap Stam:

Rustiger geworden

Hij zegt het meerdere keren: hij kan nog „heel veel dingen” verbeteren aan zijn spel. „De basis ziet er op zich goed uit. Ik denk dat ik fysiek goed in elkaar zit, en tactisch redelijk. Technisch ook. Het begin is er, maar alle dingen kunnen nog beter. Er is niet specifiek iets waarvan ik zeg: dat móét heel erg beter.”

Bij Ajax zit ik qua snelheid bij de topvijf van het eerste elftal

Matthijs de Ligt

Door zijn postuur was De Ligt van nature niet een van de meest snelle, explosieve spelers. Hij werkte aan dit onderdeel met oud-topsprinter Troy Douglas, nu specialisttrainer bij Ajax. De Ligt: „Ik weet dat mijn snelheid gewoon prima is, bij Ajax zit ik bij de topvijf van het eerste elftal. Maar ik probeer alles te verbeteren. Startsnelheid, maar ook koppen, verdedigen, één op één.”

Het laatste half jaar heeft hij de meeste vooruitgang geboekt in „het positioneel positie kiezen”, zegt hij. „En ik denk dat ik ook wat rustiger ben geworden. Vorig jaar had ik rond deze tijd vijf gele kaarten, nu één. Als jonge jongen wilde ik er altijd inkleunen en volle bak gaan, met het risico dat je soms te laat bent. Nu schat je de situatie beter in, ook door ervaring.”

Hij geeft iedereen een hand, bedankt het journaille voor de interesse. En loopt weg door de gangen van hotel. Het meest gewone – en tegelijkertijd ook ongewone talent van Nederland.

    • Steven Verseput