De beer van de recessie snuffelt vast wat rond

Conjunctuur De Duitse economie krimpt, de Nederlandse groei loopt terug. Begint er een recessie? Niet noodzakelijk. Maar de piek is wel voorbij.

Onder analisten verschillen de meningen over de staat van de economie. Volgens economen van ING is er op dit moment een precair evenwicht tussen pessimisme en optimisme, en het kan beide kanten op gaan. Foto Kai Pfaffenbach/ Reuters

Is de economie van de eurozone over haar hoogtepunt heen? Dat is de vraag die rondzingt nu woensdag bleek dat de economie van Duitsland in het derde kwartaal is gekrompen. Dramatisch hoeft dat niet te zijn: de krimp is, met 0,2 procent ten opzichte van het vorige kwartaal, beperkt. Pas na twee krimpende kwartalen achtereen mag van een recessie gesproken worden. En ten opzichte van een jaar geleden is er in Duitsland nog steeds groei.

Toch waait er een vleug van malaise door Europa. De gemiddelde groei, zo bevestigde het statistische bureau Eurostat woensdag, bedroeg in het derde kwartaal nog maar 0,2 procent ten opzichte van het kwartaal daarvoor. Dat is mager.

Voor die ondermaatse groei kunnen tal van redenen worden aangevoerd. De spanningen die het dreigende handelsconflict met de Verenigde Staten veroorzaakt bijvoorbeeld. Dat geldt niet alleen voor Europa zelf, dat nog steeds in onderhandeling is met de regering-Trump. Het gaat zeker ook op voor belangrijke handelspartners van de EU, China voorop.

Dan is er Brexit, die een voortdurende onzekerheid veroorzaakt in het bedrijfsleven in zowel het Verenigde Koninkrijk zelf als op het continent. En er zijn de spanningen rond Italië, waar de regering van Lega en Vijfsterrenbeweging in het derde kwartaal op ramkoers lag met Brussel over de begroting. Maar de bedreiging van de hoogconjunctuur in de eurozone komt misschien vooral van thuis. Want kan Europa nog wel beter dan het nu presteert?

Lees ook de column: Krimpt de Duitse economie nu al?

Eigen onvermogen

De economie heeft moeten herstellen van een dubbele klap: eerst de Lehman-crisis van 2008, en daarna de eurocrises van 2011 en 2012. Door de lage economische groei en perioden van krimp is er een gat ontstaan tussen de economie die we hebben, en de economie die we hadden kunnen hebben. Want als de eurozone was doorgegroeid op de voorheen gebruikelijke voet, was de welvaart nu een zesde groter geweest dan hij daadwerkelijk is.

Het gedeeltelijk inlopen van de achterstand ging gepaard met een bovengemiddelde economische groei. Maar er zijn veel indicatoren die er op wijzen dat de economie van de eurozone inmiddels op zijn volle capaciteit draait. Volgens het Internationale Monetaire Fonds is het zogenoemde output gap tussen ‘potentiële’ en daadwerkelijke productie inmiddels dicht. Fors doorgroeien veroorzaakt toenemende krapte, waardoor de wal het schip vanzelf keert. Berekeningen van de Europese Commissie in het jongste Najaarsrapport over de economie wijzen op hetzelfde.

Het IMF meldde vorige maand in de World Economic Outlook al dat de economische groei in de wereld op een plateau zit

Nu kan er rustig een tijd boven het potentieel worden gegroeid. Maar de stemming begint inmiddels te verslechteren. De OESO, de club van gevestigde industrielanden, houdt een zogenoemde leading indicator bij, waarbij allerlei gegevens worden gecombineerd die aangeven hoe de vooruitzichten zijn. Van capaciteitsgebruik tot orders van de industrie, van voorraden tot het oordeel over het economische klimaat.

De leading indicator voor de eurozone is in september gedaald tot een niveau dat in het verleden voorafging aan recessies. Er zijn twee belangrijke uitzonderingen: 1985 en 1995. En over 2000 valt te twisten. Destijds bleek de zwakte tijdelijk en groeide de economie nog jaren door.

De scenario’s

Wat is het scenario nu? De Verenigde Staten zijn nog bezig aan een periode van hoge groei, die vermoedelijk pas afloopt als in de loop van volgend jaar de economische stimulering van de regering-Trump van eind 2017 zijn glans verliest. Maar op de financiële markten lijken de pieken van de aandelenkoersen voorlopig achter de rug. In de Verenigde Staten noteert de S&P-500 index nu ruim 7 procent onder zijn record van afgelopen september. De AEX ligt ruim 8 procent onder de piek van juni dit jaar.

Nu zeggen aandelenkoersen niet alles. Maar onder analisten verschillen de meningen over de staat van de economie. Met de melding van de economische krimp in Duitsland kwam woensdag het bericht dat de Japanse economie in het derde kwartaal eveneens kromp.

Volgens zakenbank UBS is dat niet per se alarmerend. De wereldeconomie gaat volgens de Zwitserse bank weliswaar door een ‘zachte’ periode heen, die het ergst is sinds de eurocrisis. Maar dat is van voorbijgaande aard. UBS wijst op aantrekkende investeringen in zowel de eurozone als Japan, en stelt dat er geen recessie bekend is die onder zulke omstandigheden begon.

Economen van ING dachten daar woensdag genuanceerder over. Er is volgens hen op dit moment een precair evenwicht tussen pessimisme en optimisme, en het kan beide kanten op gaan. Incidenten kunnen de stemming snel doen omslaan. De economen halen voormalig president Bernanke van de Amerikaanse Federal Reserve aan, die zei: „Een economisch herstel sterft zelden door ouderdom.”

Nederland verzwakt licht

Wie enkel naar Nederland kijkt, zou moeten concluderen dat er niets aan de hand is. De groei was in het derde kwartaal weliswaar zwakker, met 0,2 procent op kwartaalbasis en 2,4 procent op jaarbasis, maar voor de rest was er vooral goed nieuws. Met name op de arbeidsmarkt, waar het aantal banen toenam met 60.000, het aantal vacatures met 10.000 en 140.000 medewerkers een vast arbeidscontract kregen, vooral omdat hun werkgevers bang zijn om hen kwijt te raken. Maar werkgelegenheid is in de regel een indicator die achter de conjunctuur aanholt, in plaats van vooruitsnelt.

Als laatste is er de kans op een milde recessie, waarna de groei gewoon weer aantrekt. Onwaarschijnlijk? De Lehman-crisis van 2008 heeft een diep trauma achtergelaten, waardoor elke recessie nu als een nieuw Armageddon wordt gezien.

    • Maarten Schinkel