China verleidt vooral jonge Taiwanezen

Eiland in het nauw

Taiwan is de democratische tegenhanger van China. Inmiddels willen steeds meer Taiwanezen aansluiting bij het ‘vasteland’.

Aanhangers van de oppositionele Kuomintang-partij op een campagnebijeenkomst zaterdag in Taipei (boven). Foto rechts: twee vrouwen in Taipei bij een standbeeld van ‘Vader van de Natie’ Sun Yat-Sen. Foto’s Chris Stowers/AFP

Kuo Heng Chih (28) rijdt zijn zwarte Volkswagenbusje door de heuvels rondom het stadje Miaoli in Taiwan. De heuvels zijn kaal, zonder bomen. Hij heeft vandaag een passagier. Her en der verspreid staan losse flatgebouwen die zonder veel planning lijken te zijn gebouwd. Ze stammen uit de tijd dat Taiwan razendsnel groeide.

Kuo praat graag, over van alles. „Ik ben vóór Taiwans aansluiting bij het vasteland van China”, zegt hij. Verrassend voor wie bedenkt dat Taiwan zich verkoopt als lichtpunt van vrijheid en democratie in een duistere regio. De bevolking zou ook gehecht zijn aan die democratie, is de boodschap die naar buiten wordt gebracht.

President Tsai Ing-wen, die sinds 2016 aan de macht is, verklaarde in oktober tijdens een speech op de nationale feestdag dat Taiwan ook voor de regio een baken van licht is „voor hen die verlangen naar democratie”.

Kuo werkte een paar jaar in Shanghai voor een Chinese bank en verdiende er behoorlijk. Hij had langer willen blijven, maar zijn vrouw in Taiwan kreeg een kind, dus rijdt hij nu in zijn busje met zakenlui langs fabrieken en toeristische plekken.

Hij merkte dat het er in Shanghai heel anders aan toe ging dan in Taiwan. „Je mag daar geen kritiek hebben, je mag niet zomaar wat zeggen.” Maar hoe erg is dat, vraagt hij zich af, wanneer je bedenkt dat ze in Taiwan „opgescheept zitten met corrupte politici die elkaar voortdurend de tent uit vechten. En de economie stagneert. Wat koop je dan eigenlijk echt voor die democratie?”

China’s snelle ontwikkeling en het gevoel van stagnatie in Taiwan maken dat met name steeds meer jongeren met bewondering naar China kijken. Officieel werken er nu zo’n half miljoen Taiwanezen in China, maar het zijn er veel meer. Taiwan telt ruim 23 miljoen inwoners.

Lees ook: Bij een Chinese aanval is Taiwan kansloos zonder de VS

Vloeken in de kerk

Tsai Ing-wen werd in 2016 verkozen omdat ze afstand van China wil houden. Ze gaat er niet van uit dat Taiwan automatisch bij China hoort. Dat is voor Beijing vloeken in de kerk. Het stelt dat het vasteland van China en Taiwan één ondeelbaar land vormen, ook al zit er in de praktijk een onafhankelijke regering in Taiwan. Voor Beijing is dat principe, het één-Chinabeleid, hét politieke fundament onder de relatie met Taiwan en met alle landen wereldwijd.

Toen in 1949 de leden van de Nationalistische Partij van Chiang Kai-shek van het Chinese vasteland moesten vluchten omdat de communisten hen hadden verdreven, vestigden ze zich in Taiwan. Daar hielden ze net als de communisten vast aan het idee van één ondeelbaar China. Alleen: in hun ogen was de nationalistische regering in Taiwan de wettige, volgens Beijing de communistische regering. Het was en bleef één land, zowel in de ogen van de communisten als de nationalisten.

De Democratische Progressieve Partij van de huidige president brak met dat dogma. Maar de nationalistische partij die vóór Tsai aan de macht was, erkende het één-China-beleid, werd beloond met reguliere, rechtstreekse vluchten tussen heel China en Taiwan en met intensieve economische onderlinge contacten.

Beijing maakt het Tsai nu lastig. China verbrak in 2016 alle officiële banden met Taiwan. Niet alleen nam de militaire dreiging erna snel toe, ook op diplomatiek en economisch vlak ondervindt Taiwan de nadelige gevolgen: China koopt steeds meer diplomatieke relaties weg, Chinese studenten mogen minder snel studeren in Taiwan terwijl eigen talent makkelijker naar China trekt, en hoogleraren worden weggekocht door China en Hongkong.

Dat is niet het enige. Zeker sinds de handelsoorlog tussen China en de VS doet Beijing er alles aan de eigen productie van computerchips zo snel mogelijk op te voeren. Zo wil China de afhankelijkheid van import uit de VS verminderen. Daarvoor verleidt het ook de ingenieurs die Taiwan zelf hard nodig heeft om de hightechindustrie overeind te houden.

Zo meldde Reuters in september dat er in 2018 al meer dan driehonderd hooggekwalificeerde ingenieurs van Taiwan naar China zijn verhuisd. Zij verdienen er niet alleen salarissen die twee of drie keer zo hoog liggen als in Taiwan, ze krijgen ook subsidie voor hun huisvesting en gratis vliegtickets om hun familie in Taiwan regelmatig te bezoeken.

Ook besloot China in september Taiwanezen die minimaal een half jaar in China wonen het recht te geven op een soort Chinees identiteitsbewijs. Daarmee krijgen ze toegang tot dezelfde sociale voorzieningen en arbeidsrechten als Chinezen. Dat viel slecht bij president Tsai, die vindt dat Beijing zo de schijn wil wekken dat China en Taiwan al herenigd zijn.

Veel minder Chinese toeristen

Economisch wordt Taiwan ook getroffen doordat Beijing het toerisme inperkt. Toen president Tsai in 2016 aan de macht kwam, nam de Chinese toeristenstroom met een derde af.

Dat is te merken bij het Sun Moon Lake, een van de grootste toeristische attracties van Taiwan. Je kunt er een fiets, tandem, e-bike of een step huren.

Rond 1 oktober, wanneer de Chinezen in eigen land vakantie hebben, zou het zwart moeten zien van de Chinese toeristen. Maar de grote aantallen ontbreken op deze najaarsdag. Een bezoek aan Taiwan wordt in praktische zin moeilijker gemaakt door Beijing.

Lastig, zegt de Taiwanese vrouw die natuursponzen, thee en zelfgemaakt ijs verkoopt in een klein winkeltje langs het meer. Bij haar kwamen toch al nooit veel reisgroepen, maar ze hoort van collega’s die pensions langs het meer hebben dat die lang niet vol zitten. Terwijl het hoogseizoen zou moeten zijn, ook omdat het weer in oktober heerlijk mild en niet te warm meer is.

‘Waarom niet aansluiten?’

De methode die China toepast, lijkt te werken. Toen Tsai in 2016 president werd, was de steun voor het uitroepen van de formele onafhankelijkheid van Taiwan groter dan ooit. Veel mensen waren boos om het intimiderende gedrag van Beijing voorafgaand aan de verkiezingen. Juist daarom stemden zij op Tsai.

Intussen lijkt Beijings beleid van verleiden én straffen met economische middelen effect te sorteren. Ruim de helft van de Taiwanezen was in 2016 vóór formele onafhankelijkheid, nu is dat aantal geslonken tot ruim een derde.

Buschauffeur Kuo Heng Chih in het stadje Miaoli vindt dat alleen maar goed. „We delen de taal, we delen de cultuur. Het gaat veel beter op het vasteland van China dan in Taiwan. Waarom zouden we ons dan niet gewoon aansluiten?”

    • Garrie van Pinxteren