‘Blues is niet blank of zwart’

Joe Louis Walker

Het trio Walker, Katz en Robson vertolkt oude bluessongs op een akoestisch album met klassiekers die tot tachtig jaar teruggaan. „Eeuwen van repressie hebben onze muziek een hart en een ziel gegeven.”

Joe Louis Walker Foto Gabriel Olsen/FilmMagic

Kunnen witte mannen de blues spelen? Mondharmonicavirtuoos Giles Robson kijkt peizend het raam uit. Pianist Bruce Katz (hippieman met lang grijs haar, woont in Woodstock) neemt me apart, in een hoekje van de met gitaren behangen Gibson Room in de Amsterdamtoren. „Stel die vraag niet te lichtvaardig aan Mr. Walker. Als Afro-Amerikaans bluesmuzikant van de tweede generatie is hij al te vaak met die kwestie geconfronteerd, wanneer hij met een blanke band optrad. Het is een beledigende vraag. Je vraagt toch ook niet aan een Oostenrijker of Chinezen een riedeltje van Mozart kunnen pingelen?”

Joe Louis Walker wenkt. „Ik hoor jullie wel, mannen. Kom hier en luister. Voor mij is het helemaal geen lastig onderwerp. Mijn leermeester Muddy Waters zei er dit over. Er zijn witte jongens als Eric Clapton en Jeff Beck die zo monsterlijk goed zijn dat ze met hun vingers op de snaren pirouettes kunnen draaien rondom mijn gitaarspel. Eén ding kunnen ze nooit beter dan ik. En dat is zingen als een bluesman. Pas na twee eeuwen van slavernij en repressie kun je zingen als Muddy Waters.”

Met dat heikele onderwerp van tafel kan er gepraat worden over Journeys to the Heart of the Blues, het akoestische album dat de in San Francisco geboren bluestitaan Joe Louis Walker (68) maakte met landgenoot Bruce Katz en Engelsman Giles Robson. Ze troffen elkaar op het Amstelveen City Blues Festival in 2016. Robson, eerbiedig: „Mr. Walker was zo grootmoedig om mij op het podium te roepen voor een bluesjam in B-mineur. Daarna hebben we urenlang gepraat, over de roots van de blues en de nieuwe ontwikkelingen die ons geliefde genre doormaakt. In de afgelopen twee jaar heb ik veel geluisterd naar de akoestische platen van Muddy Waters, Howlin’ Wolf en Junior Wells. Blueshelden van mij die normaal met volledig elektrische bands optraden, maar die in een simpele akoestische setting geweldig uit de verf kwamen. Mr. Walker en ik besloten een plaat te maken met pure blues, zonder franje. Het pianospel van Bruce Katz is de toevoeging die het afmaakt.”

In mijn tijd had je nog geen YouTube met instructiefilmpjes hoe je blues moest spelen

Op het in Woodstock opgenomen Journeys to the Heart of the Blues vertolkt het trio nummers van Big Bill Broonzy (‘Hell Ain’t Nothing but a Mile and a Quarter’, ca. 1940) tot Roosevelt Sykes (‘Feel Like Blowin’ My Horn’, 1973). Joe Lewis Walker speelt gitaar sinds hij acht was en werd beïnvloed door Muddy Waters, T. Bone Walker, B.B. King en pianist Meade Lux Lewis. Walker speelde in zijn meer dan vijftigjarige professionele carrière met John Lee Hooker, Thelonious Monk, Steve Miller en Jimi Hendrix. In 1968 deelde hij een huis met de blanke bluesvirtuoos Mike Bloomfield (1943-1981), bekend van The Electric Flag en gastmuzikant achter Bob Dylan.

„John Lee Hooker was een van de grote pioniers van de moderne blues”, zegt Walker. „In mijn tijd had je nog geen YouTube met instructiefilmpjes hoe je blues moest spelen. De enige manier om het te leren was kijken naar mijn helden: hoe bewogen ze hun vingers, welke akkoorden speelden ze? Ik had het geluk dat ik met sommige van de originals heb mogen spelen. Jimi Hendrix was een zachtmoedige, teruggetrokken jongen. Ik heb hem nooit gezien zonder gitaar. Hij nam het instrument zelfs mee naar bed, vermoed ik. Muzikaal, ideologisch en als mens vertegenwoordigde hij alles wat goed was aan mijn generatie, die van de hippies. Alleen zakelijk was hij niet opgewassen tegen al het succes dat hem toekwam met het meest briljante gitaarspel aller tijden. Het waren de bloedzuigers van die muziekindustrie die hem onderuit hebben gehaald.”

Blues is niet blank of zwart, zegt Walker met klem. „Muziek is van iedereen. Als je muziek in zijn meest pure vorm tot je krijgt, raakt het je in de ziel. Mensen communiceren van ziel tot ziel met muziek, of het nu Bach of B.B. King is. Als ik naar India ga en daar sitar leer spelen, hangt het succes van mijn muziek af van de mate waarin ik de connectie met de luisteraars kan maken.”

De groove is alles wat telt wanneer ze samen spelen, zegt Walker over zijn muziek met Katz en Robson. „Jonge mensen pakken de groove van pure blues net zo eenvoudig, of misschien nog wel makkelijker op dan oude bluespuristen. Het is vreugdvolle muziek waarop je kunt dansen, waarbij je kunt drinken of seks kunt hebben. Wat deze muziek waardevol maakt voor de toekomst, is dat er een diepere laag van Amerikaanse geschiedenis in besloten ligt. Eeuwen van repressie hebben onze muziek een hart en een ziel gegeven, anders dan een rockband die drie akkoorden achter elkaar zet en er ‘I love you’ bij zingt. Voor een bluesconcert heb je geen rookmachine of een rij dansende meisjes nodig. De blues is wat het is. Als je het goed speelt, is er altijd een publiek.”

Journeys to the Heart of the Blues is uit bij Munich/V2. Joe Louis Walker speelt 17 nov op Blues Festival De Tamboer, Hoogeveen
    • Jan Vollaard