Opinie

Als mestfraude niet te bestrijden is, dan moet de sector maar kleiner

milieu  

Soms zegt een officier van justitie wel eens iets dat de lezer meteen doet stilstaan. En wel omdat een taboe wordt doorbroken. „De veestapel in Nederland zal moeten krimpen”, adviseerde landelijk coördinerend milieuofficier Rob de Rijcke gisteren het kabinet in NRC. Met als uitleg dat zelfs als de capaciteit van het Openbaar Ministerie en de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit zou worden verdubbeld dat niet meer dan twee druppels op een gloeiende plaat oplevert.

Het probleem van de mestfraude blijkt te hardnekkig en te omvangrijk voor het gezag om ooit te kunnen beheersen, eerst met controle dan met sancties. De sector zelf volhardt namelijk in z’n frauduleuze gedrag – die blijkt niet of nauwelijks vatbaar voor zelfregulering, onvoldoende onder de indruk van toekomstige sancties, noch gevoelig voor publieke aandacht voor normschendingen. Vooral omdat men de schouders ophaalt voor de natuur- en milieubelangen die wettelijk worden beschermd.

De branche blijkt verder te groot om daar nog met een ‘150 tot 200 strafzaken’ per jaar indruk op te kunnen maken. Het recht heeft hier dus geen gezag, de calculerende varkensboer heeft de overhand. De veeteelt is onbestuurbaar – de overheid wordt hier niet geaccepteerd. Of de ‘war on drugs’ in Brabant en omstreken is verloren, wil het OM in het zuiden nog wel ontkennen, hoewel met afnemende overtuigingskracht. Maar de strijd tegen mestfraude is dus opgegeven, althans de hoop dat die ooit vruchten afwerpt. Alleen als de veeteeltsector wordt teruggebracht naar een omvang die het controle-apparaat aan kan, is er nog enige hoop. Dat is een niet mis te verstaan politiek signaal – de wal keert hier het schip, dat dus onbestuurbaar is. Repressie werkt hier niet meer; alleen met radicale preventie zijn nog resultaten te boeken, zegt het OM. Stel dat zoiets zou worden gezegd over de omvang van het autopark, gezien het onbeheersbare weggedrag van de burger die immuun zou zijn voor bekeuringen. Met de exploitatie van varkens, koeien en kippen zijn we daar dus aanbeland.

Een jaar geleden onderzocht NRC de veeteelt op de Peel en constateerde toen dat 64 procent van alle veebedrijven daar fraudeerde of ervan werd verdacht. Uit een recente ronde langs alle betrokkenen bleek dat bestuurlijk en politiek er nog altijd goede bedoelingen zijn, maar het resultaat praktisch te mager is. De controle is nauwelijks uitgebreid, subsidies moeten blijven worden verstrekt, de samenwerking lijkt verbeterd, maar vaker dan één keer aan dezelfde tafel hebben handhavers elkaar niet ontmoet. Minister Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, CU) ziet mestfraude als een ‘veelkoppig monster’ en hoopt op een cultuuromslag in de sector. Daarvoor zijn wel wat aanwijzingen, maar die overtuigen nog niet. De sector neemt nog steeds vooral een calculerende houding aan. Aan de ‘klimaattafel’ is over de inperking van de veestapel niet gesproken, met dank aan het CDA. Nu weten we dankzij het OM dat de veeteelt in hetzelfde gelid staat als de softwaresjoemelaars van de auto-industrie en de witwashelpers bij ING – structurele fraude. Dat vraagt dus wel degelijk om fors ingrijpen, zeker nu Duitsland op slot lijkt te gaan voor mestafvoer. De gevolgen van de omvangrijke commerciële veestapel zijn niet langer acceptabel. Ook de branche moet aan die ongemakkelijke waarheid leren wennen. En zich conform te gedragen.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.