Zingen, klussen, rondscharrelen in de ‘City of Death’

IDFA IDFA opent met ‘Kabul, City of Wind’; een portret van het dagelijks leven in de Afghaanse hoofdstad. Regisseur Aboozar Amini: „Wat ik uit de media wist over de stad, wilde ik vergeten.”

Oude Sovjet-tank is nu een kinderspeelplaats in ‘Kabul, City in the Wind’.

Na enkele minuten zien we in documentaire Kabul, City in the Wind de vierjarige Benjamin vrolijk rondhobbelen en de cijfers oefenen die hij heeft geleerd. Het verschil met kleuters in andere steden die juist hebben leren tellen: Benjamin gebruikt grafstenen tijdens zijn spelletjes. Hij wandelt met zijn broertje en vader over een winderige heuvel waar 86 mensen worden herdacht die stierven door een zelfmoordaanslag op het Deh Mazang-plein in de Afghaanse hoofdstad.

Regisseur Aboozar Amini (1985) had ook opnames van de aanslag zelf. Zijn team was ook in juli 2016 aan het filmen in Kabul. Maar die beelden heeft hij bewust niet gebruikt. Hij wil in zijn werk juist „het leven vangen”, vertelt de jonge regisseur; het tegenovergestelde van dood en verderf. Ook het leven in Kabul, een stad die Amini de bijnaam ‘City of Death’ geeft. Horrorbeelden van Kabul de wereld insturen is precies wat extremisten willen, voegt hij eraan toe.

Amini werd geboren in Afghanistan, maar kwam als veertienjarige met zijn broer naar Nederland. Na een studie aan de Rietveld Academie – „Een plek om mijzelf weer te vinden” – ging hij naar de prestigieuze London Film School. Zijn eerste lange documentaire opent nu IDFA. In de afgelopen drie jaar bezocht Amini voor de film zo’n vijftien keer Kabul.

Hij is een groot bewonderaar van ‘stadssymfonieën’, zoals het beroemde De man met de camera (1929), waarin regisseur Dziga Vertov schijnbaar willekeurige stadse taferelen vastlegde. Amini: „Wat mij in Vertovs films opvalt zijn de kleine, intieme momenten tussen alle beelden van alle technologische vooruitgang door, zoals een vrouw die een broodje neemt of even wat drinkt.”

Zulke alledaagse, menselijke handelingen wilde Amini filmen in Kabul.

Hij brengt dagelijkse routine in de stoffige, gehavende stad in beeld met twee verhalen. De altijd wat verwaaid uitziende buschauffeur Abas vult zijn dagen met het herstellen van zijn aftandse bus en rookt veel hasj om zijn uitzichtloze situatie te vergeten. Daarnaast volgt Amini Benjamin en zijn oudere broertje Afshin die klusjes uitvoeren voor hun moeder, die zelf niet gefilmd wilde worden.

Hun vader, die uit veiligheidsoverwegingen anoniem blijft, vertelt aan het begin van de film dat hij de stad moet verlaten omdat hij wordt bedreigd, hij staat op een zwarte lijst van de Talibaan en IS. De man was aanwezig op het Deh Mazang-plein tijdens de aanslag, als beveiliger van een politicus. De demonstranten kwamen in geweer tegen discriminatie van de Hazara’s, de op twee na grootste bevolkingsgroep in Afghanistan. Na de aanslag kon hij geen werk meer vinden en moest hij zijn heil in het buitenland zoeken, onder meer door aan de slag te gaan in Iran.

We zien de hoofdpersonen van Amini geregeld lachen of zingen, maar ondertussen wordt zeer duidelijk hoe constant de dreiging van aanslagen en geweld is. Dat maakt het bijna onmogelijk om in Kabul een bestaan op te bouwen, waardoor de schrijnende armoede uitzichtloos lijkt. Ook lijkt het geweld van extremistische groepen bijna normaal en alledaags te zijn geworden. Abas’ collega’s praten haast laconiek over hoe ze van de ene op de andere dag kunnen worden opgeblazen.

Regisseur Aboozar Amini brengt in ‘Kabul, City in the Wind’ de dagelijkse routine in beeld in de stoffige, gehavende stad.

Amini: „Toen ik voor de eerste keer naar Kabul ging, was ik beïnvloed door de verhalen die je leest in de media. Ik dacht dat ik misschien een film zou kunnen maken over een bebaarde man met vijf vrouwen in boerka’s. Maar zulke mannen kon ik helemaal niet vinden.”

Wat Amini wel aantrof: een zestigjarige man die achttien uur per dag werkte om zijn dochters te kunnen laten studeren. „Toen heb ik alles wat ik dacht te weten over Afghanistan en Kabul in de prullenbak gegooid.”

Met een jonge, lokale crew filmde Amini vooral in West-Kabul waar veel Hazara’s wonen. Dat is de bevolkingsgroep waartoe hij zelf ook behoort. „Ik dacht dat dat veiliger zou zijn. Maar juist dat gedeelte van Kabul is de afgelopen drie jaar veranderd in het meest onveilige deel van de stad. Het merendeel van de zelfmoordaanslagen vindt daar plaats.”

Amini groeide zelf op in Bamyan, dat in de frontlinie lag tijdens de oorlog tussen de Sovjet-Unie en Afghanistan. Hij herinnert zich vooral de voortdurende herrie en de onrust. „We waren omgeven door beschietingen en explosies. Als dat even stopte gingen wij snel eten. Misschien is dat de reden dat ik in mijn films juist de kleine momenten wil tonen: hoe het leven zich blijft voltrekken, temidden van de dood.”

    • Sabeth Snijders