Opinie

    • Ellen Deckwitz

Weggeblazen

Zaterdag ging ik bij mijn zus en oudste neefje (bijna 13) op ziekenbezoek: nu het steeds vroeger donker is zijn ze zo somber dat ik af en toe hun boodschappen doe en zo stond ik met twee tassen vol supplementen en powerfoods op de stoep. Mijn zus flikkerde alles in de blender en zette iedere aanwezige een halve liter smurrie voor.

„Opdrinken”, zei ze tegen haar zoon, die na een slok nog ellendiger uit zijn ogen keek dan hij al deed (misschien was de combinatie van gember en avocado en sint-janskruid en magnesiumtabletten en macadamianoten en zoethout en valeriaancapsules en zalmolie wat overdonderend).

„Je krijgt zo een heel alfabet aan vitaminen en omegavetzuren binnen”, zei ze tegen hem, „even doorbijten, je hersens maken straks een lekkere doorstart.” En inderdaad, een half uur later leek hij alweer iets energieker, wat best kon komen doordat hij zijn glas had weten te legen.

Hij staarde uit het raam, de lucht was grauw als kiezels, het licht hard als van een tl-buis.

„Ik vind het zo stom dat er bewolking bestaat”, zei hij. „Kan daar niet iets aan worden gedaan?”

„Uitstekend idee”, zei mijn zus. „Weg met wolken! Wat heb je ook aan regen, iedereen bezit tegenwoordig een tuinslang.”

„Haha. Het moet toch mogelijk zijn om íéts aan dat grauwe weer te doen.”

‘Misschien moet je werktuigbouwkunde gaan studeren. Dan kan je grote ventilatoren bouwen die de bewolking wegblazen.” Hij merkte haar sarcasme dit keer niet op en belde meteen zijn opa, die natuurkundige en wijsneus is. Mijn neefje vroeg hem enthousiast welke master hij nodig had om reuzenventilatoren te maken. Sip hing hij op.

„Opa zei dat de gemiddelde wolk een omtrek van vijftien vierkante kilometer heeft en dan moet je een ventilator maken met wieken van minstens anderhalve kilometer lang om ze weg te blazen en zo veel energie is er niet en al was dat er wel dan is er ook nog iets met luchtdrukverschillen wat ik niet snapte. En toen stelde ik een wolkenafzuigkap voor maar dat gaat ook weer niet.”

„Het ziet ernaar uit dat je de wolken moet uitzitten ventje”, zei mijn zus.

„Ik vind het belachelijk”, zei hij teleurgesteld. „Mensen kunnen naar de maan en wij kunnen niets aan het weer doen?”

„Er zijn dingen die buiten onze macht liggen”, zei mijn zus.

„Waarom maak je dan van die vieze smoothies die mijn hersenen moeten genezen?”

„Omdat daarna alles weer meevalt”, zei ze spinnend, en nam nog een slok drab, haar eigen wolken uitzittend.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

    • Ellen Deckwitz