Slayer vlamt nog één keertje

Reportage. De Amerikaanse band Slayer hoort tot ‘De Grote Vier’ van de thrashmetal. Maar na 37 jaar houden ze het voor gezien, donderdagavond spelen ze voor het laatst in Nederland. Het immense legioen fans rouwt. „Slayer is als een voetbalclub. Je blijft ze trouw.”

Reportage

Slayer vlamt nog één keer

Afscheid van Slayer. De Amerikaanse band Slayer hoort tot ‘De Grote Vier’ van de thrashmetal. Maar na 37 jaar houden ze het voor gezien, donderdagavond spelen ze voor het laatst in Nederland. Het immense legioen fans rouwt. „Slayer is als een voetbalclub. Je blijft ze trouw.”

„It’s fucking Slayer, man!”, zegt Chris Cleovoulou, 18 jaar, spijkerjas vol bandlogo’s, shirt van Slayer en een blik vol adrenaline, over zijn verwachtingen van deze avond. Slayer! Dan weet je toch genoeg? Slayer is een van de grootste metalbands ter wereld en hun naam is een universele metal-strijdkreet. Het maakt niet uit wat de vraag was, de interne caps lock gaat aan, de wijsvinger en pink gaan op puur spiergeheugen in duivelsstand en dan komt het er op volle kracht uit: SLAYEEERRRR! Zo gaat het bij Cleovoulou en zijn vrienden, en zo gaat het bij nagenoeg iedereen op het plein tussen Wembley Stadium en de zaal waar Slayer vanavond speelt, de Wembley Arena in Londen. Je hoort het bij de T-shirtverkoop, bij de bar, in de rij voor het toilet, soms vanuit het toilet, en meestal volgt er identiek antwoord van honderden meters verderop - als waakhonden op het platteland.

Vanavond klinkt het ge-Slayer diepgevoelder dan normaal, want veel Engelse fans komen afscheid nemen van de band. Slayer stopt ermee, dit is hun afscheidstour. Met z’n ruim 12.000-den zijn de fans hier, in hun beste rockpak: krakende leren jackies en rafelige spijkerjassen zonder mouwen, versierd met patches, buttons en uren aan huisvlijt. Na dit concert in Londen walst Slayer nog over enkele zalen in Groot-Brittannië, dan een concert in Dortmund en op 15 november nemen ze in de IJsselhallen in Zwolle afscheid van het Nederlandse publiek. In de zomer spelen ze wat Europese festivalshows (Graspop, Hellfest), waarna de tour in andere delen van de wereld nog tot ver in 2019 doorloopt.

Tijdens het concert van Slayer in de Wembley Arena (Londen) op 3 november 2018.
Foto Merlin Daleman
Tijdens het concert van Slayer in de Wembley Arena (Londen) op 3 november 2018.
Foto Merlin Daleman
Tijdens het concert van Slayer in de Wembley Arena (Londen) op 3 november 2018.
Foto Merlin Daleman

Als een voetbalclub

Slayer is een verzameling clichés. Dat geschreeuw van de fans, de bloedige shirts, dat kinderlijk eenvoudige logo en de teksten over nazi’s, Satan, seriemoordenaars en andere narigheden: alles om te choqueren. Maar Slayer is ook een sterk merk, een naam die zelfs bekend is bij mensen die helemaal niets met metal hebben – loop maar eens een H&M binnen.

Slayer speelt dan ook al 37 jaar op het hardste, snelste en hoogste niveau. De Amerikaanse band, in 1981 opgericht door gitaristen Kerry King en Jeff Hanneman, drummer Dave Lombardo en zanger/bassist Tom Araya, smeedden een opgefokte mix van punk en heavy metal met de agressie van Motörhead, de uitwassen van Judas Priest en de hevigheid van een neerstortend vliegtuig. Ze hadden niets met de glamrock van die tijd, en wilden échte metal maken die je gewoon in je spijkerbroek en T-shirt speelt.

Holt en King spelen eerst tegen elkaar in en laten dan de gitaren als tandwielen in elkaar klikken

De dreiging van geweld die ze in de roerige jaren tachtig in de VS op tv zagen, stopten ze in hun teksten, aangevuld met een felle afkeer van religie (niet gehinderd door het katholicisme van Araya). Dat leverde optredens en albums regelmatig een verbod en af en toe een rechtszaak op - goeie reclame. Slayer is niet de grootste van ‘De Grote Vier’ van de thrashmetal, dat is Metallica (en dan heb je nog Anthrax en Megadeth), maar Slayers derde album Reign In Blood uit 1986 wordt algemeen gezien als een van de beste metalalbums ooit gemaakt.

„Slayer is als een voetbalclub. Als je eenmaal van deze band houdt dan blijf je daarbij, ook als ze een keer een minder album maken”, zegt Mick Southall (55) voorafgaand aan het concert, „en dan ga je er gewoon elke keer heen als ze komen spelen.” De sfeer in Londen is inderdaad te vergelijken: het is als een avondje voetbal, maar dan waarbij echt iedereen voor dezelfde club is. Die loyaliteit is te danken aan hoe Slayer vanaf de eerste paar albums nauwelijks aan het geluid heeft gesleuteld. In het met leer beslagen Slayer-woordenboek staat het woord ‘experiment’ maar in heel kleine lettertjes, waardoor je een nummer van ze vanaf de eerste noten herkent.

Dat vindt ook Lucy-Anne Zion (25) zo goed aan ze, zegt ze nadat ze nog een slok van haar halve-literblik bier neemt: „Het is echt uniek dat een band zo lang hun talent weet te behouden en benutten, en live nog altijd zo strak speelt.” Belg Patrick Bloemen (48) volgt Slayer samen met zijn Duitse maat Thorsten Penningers (46) al jaren door Europa. Bloemen: „Het is voor mij de 26e keer Slayer en ik ga ze hierna nog in Dortmund en Zwolle zien, en dan de festivals ook. Waarom? Ze geven altijd constant alles, daar kan niets tegenop. Iron Maiden is leuk om te zien en ik vind Volbeat wel aardig, maar niet om elke keer heen te gaan. Metallica zie ik graag, maar is wel erg commercieel. Na Slayer houdt het eigenlijk een beetje op voor mij.”

Tijdens het concert van Slayer in de Wembley Arena (Londen) op 3 november 2018.
Foto Merlin Daleman
Tijdens het concert van Slayer in de Wembley Arena (Londen) op 3 november 2018.
Foto Merlin Daleman
Tijdens het concert van Slayer in de Wembley Arena (Londen) op 3 november 2018.
Foto Merlin Daleman

Metershoge vlammen

Zodra het concert begint gaan 12.500 kelen open en klinkt overal het oorverdovende SLAYER! De hel wacht, en vliegt al snel wijd open. Als de bandleden het podium opkomen, gaan daar in bovenmaatse grillbakken metershoge vlammen aan. De fans, eerder op de avond opgezweept door Obituary, Anthrax en Lamb of God, weten niet waar ze het zoeken moeten. De band gaat als één entiteit aan het werk: de gedrongen gitarist Kerry King met het zwiepende hang- en sluitwerk aan zijn riem, Gary Holt met zijn ‘Kill The Kardashians’-T-shirt, drummer Paul Bostaph tussen de brandende barbecues en de altijd grijnzende Araya, die op zijn 57ste weliswaar de tekst-snelheid vanuit z’n tenen moet halen, maar het charisma van een metallegende mee heeft. Als na opener ‘Repentless’ meteen het ouwetje ‘Blood Red’ volgt, is duidelijk dat het een nostalgisch avondje wordt, een dwarsdoorsnede van drie decennia aan Slayer-materiaal.

Bij het belachelijk snelle ‘Dittohead’ verandert de moshpit in een menselijke gehaktmolen.

Met songs als ‘Disciple’, ‘Mandatory Suicide’ en kraker ‘War Ensemble’ houdt Slayer geen moment in. Alleen halverwege het concert neemt de normaal tussentijds zwijgzame Araya de tijd om iets te zeggen, maar veel is het niet. Dat ze blij zijn dat iedereen er is, en dat ze ‘Payback’ gaan spelen. „Payback is a bitch, motherfuckers!” brult hij maniakaal en hup, snel springen ze dan weer op de brandende trein.

Met de wisselende, enorme doeken achter op het podium, die in het donker met slimme belichting ineens een heel ander, nog griezeliger beeld geven, laat Slayer zien ook visueel nog innovatief uit te kunnen pakken. Zo is het moeilijk de gedachte te onderdrukken dat ze op deze manier toch nog jaren meekunnen. Sommige fans geloven ook niet dat ze echt stoppen. Zo zei Krzysztof Siryk (39) vooraf nog: „Zoveel bands zeggen dat ze afscheid nemen en touren dan nog jaren rond. Ik heb het gevoel dat Slayer nog wel wat te zeggen heeft. Ik weiger in elk geval nu al afscheid van ze te nemen.” En ach, „de tijd is rijp,” zei fan Tim Hughes (36) met zijn zwarte lippenstift, „Ik vind het treurig, maar ik zie ze graag met waardigheid stoppen.”

Iedereen begrijpt dat lonkende pensioen, en gunt de vijftigers die rust. Grootvader Araya staat sinds 2010 gedwongen stil op het podium nadat de geboren Chileen aan zijn rug geopereerd moest worden, een kwaal dankzij jarenlang headbangen. Drummer Dave Lombardo, de godfather van de in metal onmisbare dubbele bassdrum, werd in 2013 uit de band geknikkerd na ruzie om geld waarna Paul Bostaph, die in de jaren negentig al eens de drumkruk van Lombardo warmhield, weer werd teruggevraagd. En datzelfde jaar overleed gitarist Jeff Hanneman, een mokerslag voor de hele metalwereld. Hanneman werd, na een giftige spinnenbeet, al twee jaar vervangen door Exodus-gitarist Gary Holt. Maar het leverfalen dat Hanneman uiteindelijk zijn leven kostte, had alles te maken met een ander soort gif: alcohol.

Tijdens het concert van Slayer in de Wembley Arena (Londen) op 3 november 2018.
Foto Merlin Daleman
Tijdens het concert van Slayer in de Wembley Arena (Londen) op 3 november 2018.
Foto Merlin Daleman
Tijdens het concert van Slayer in de Wembley Arena (Londen) op 3 november 2018.
Foto Merlin Daleman

Crowdsurfers

De tweede helft van het concert in Londen is nog sterker. Met bijvoorbeeld het ruim zes minuten durende ‘Seasons in the Abyss’ waarin Holt en King eerst tegen elkaar in spelen en dan de gitaren als tandwielen in elkaar laten klikken. Zonder adempauze gaat dat over in het belachelijk snelle ‘Dittohead’, waarbij de moshpit verandert in een menselijke gehaktmolen. Mooi te zien is hoe de beveiligers niet alleen alles doen om die crowdsurfers netjes op te vangen en op de grond te zetten, maar tegelijk ook glaasjes water uitdelen aan de opeengeperste voorste rijen.

Op de tribune blijven sommige fans met het hoofd in hun handen zitten, alsof hun club de finale heeft verloren.

Als het laatste blok start, met aan het einde twee van de beste metalsongs ooit geschreven - ‘Raining Blood’ en de machtige afsluiter ‘Angel of Death’ - richt de band zich nog één keer op. Kerry King trekt z’n hoofd nog verder z’n lichaam in, de wangen gebold. Uit werkelijk elk meegebracht podiumrekwisiet komen nu vlammen en tegelijk vliegen duizenden handen de lucht in die nog een laatste keer het teken van de duivel geven.

Er is geen toegift. Meteen floept het volle licht aan. Araya geeft zijn basgitaar aan een roadie en loopt statig naar de zijkant van het podium, waar hij roerloos blijft staan, de armen langs het lichaam. „One more!” proberen sommigen nog, maar dat zit er niet in. Het is op. De emotie staat op het gezicht van Araya, zijn lip trilt, zijn gebruikelijke pretoogjes worden steeds kleiner. Op de tribune blijven sommige fans met het hoofd in hun handen zitten, alsof hun voetbalclub de finale heeft verloren. Terwijl Holt en King plectrums het publiek in gooien, gaat Araya’s hand in een gebaar van zijn hart naar het publiek en terug naar zijn hart. Dan neemt hij nog een laatste keer het woord: „I’m gonna miss you guys!”, kraakt hij. Het publiek antwoordt: SLAYEEERRRR!

Tekst en playlist
Peter van der Ploeg.
Foto’s
Merlin Daleman.
Fotoredactie
Nicole Robbers.
Vorm
Koen Smeets.

    • Peter van der Ploeg