Opinie

    • Arjen Fortuin

Ontluisterende scènes in documentaire over zzp’er met schulden

Zap ‘Schone schijn’ is een portret van een zelfstandig ondernemer met enorme schulden. Hoofdpersoon Serge en zijn echtgenote Merel laten de camera bij al hun ellende toe.

Serge belt met de deurwaarder in Schone schijn (KRO-NCRV).

Een vlotte man, met een vleugje Frans Bauer in zijn gezicht, staat voor zijn kast en pakt een hagelwit overhemd (Oger). Even later staat hij in hotel Le Grand in Amsterdam tussen andere pakkenmannen. Witte wijn, klappen op schouders, net te hard belachte grappen – dit zijn de mensen die het hebben gemaakt.

Toch? De man excuseert zich en loopt naar buiten: hij moet dringend bellen. Met het incassobureau. Zijn zin „we hebben helaas wel vaker deurwaarders aan de deur”, komt er pijnlijk geroutineerd uit. Deze Serge is de hoofdpersoon van de documentaire Schone schijn (KRO-NCRV) van Fleur Amesz, aangekondigd als een film over armoede bij zzp’ers.

Bijzonder aan Schone schijn is dat Serge en zijn echtgenote Merel de camera bij al hun ellende toelaten. Ontluisterende scènes rijgen zich aaneen: bezoek van de deurwaarder, de appelsapfles die Serge vult bij een benzinepomp en betaalt met geleend geld, Merel die Serge sommeert een van hun talloze kleine schulden af te lossen, drie kinderen die al jaren niet naar de tandarts zijn geweest.

Beiden zijn zzp’er. Serge is na voortvarende jaren in het zakenleven diep gevallen. Hij werd persoonlijk failliet verklaard en heeft enorme schulden. Het huis en de oude BMW staan op naam van Merel, maar haar inkomen is duidelijk niet voldoende om de gezinsbegroting sluitend te maken.

Na een minuut of tien zet Amesz een omineuze zin in beeld: „Serge wil zijn torenhoge schulden aflossen met de winst uit twee start-ups.” Het is het moment waarop je denkt dat dit niet goed af kan lopen. Dan zie je ook dat Schone schijn niet zozeer gaat over de financiële problemen waar driehonderdduizend zzp’ers mee kampen, maar over verslaving.

Serge is verslaafd aan het ondernemerschap. Dat hangt samen met status en levensstijl, maar lijkt bij hem ook een losstaande afhankelijkheid te zijn. Terwijl alles wijst op de noodzaak van inkomenszekerheid in loondienst, zegt hij. „Ik ga door omdat het moet, omdat ik het kan.”

Christelijke investeerder

Hij volhardt in zijn zakelijke roulette. Resoluut vermengt Amesz de beelden van Merel die bij de supermarktkassa een fles wijn teruggeeft met die van de sommelier die uitlegt welke wijn (70 procent vermentino, 30 procent sauvignon blanc) Serge heeft laten aanrukken om een vermogende Canadees te paaien.

Even lijkt hij beet te hebben als een christelijke investeerder geld steekt in een van de startups. We zien Serge opbloeien, horen hem spreken in een kerk (onduidelijk is of zijn religiositeit van vóór of na de kapitaalinjectie dateert), er wordt een nieuwe keuken aangeschaft en Serge besluit een ‘representatieve’ auto te nemen.

Het duurt niet lang. Een handvol scènes verder heeft Serge 15 euro van zijn dochter geleend. Zijn zuster zegt hem bij een etentje dat als hij met haar getrouwd was, ze hem allang naar een reguliere baan had gejaagd. Dan blijkt dat ook christelijke investeerders zonder blikken of blozen de stekker uit een project kunnen trekken.

Goede documentaires hebben vaak een of twee scènes waarin het hele verhaal besloten ligt. Schone schijn heeft er wel twintig, dankzij de scherpe blik van Amesz én de openheid van Merel en Serge. Die laatste lijkt na het echec met de christen toe te geven aan Merels druk om betaald werk te zoeken.

Maar in de slotscène heeft hij slechts een ‘bijbaan in de horeca’ en wil hij weer ondernemen. Want salaris, daar zou toch maar beslag op worden gelegd, spiegelt hij zichzelf voor. Serge is nog lang niet afgekickt.

Correctie (13 november 2018): In een eerdere versie van dit stuk werd gesproken van de druivensoort Fermentino. Juist is: vermentino. Dat is hierboven aangepast.

    • Arjen Fortuin