‘Indië-klokkenluider’ Joop Hueting overleden

Indië-veteraan Hueting veroorzaakte in 1969 opschudding door in een tv-programma de oorlogsmisdaden van het Nederlandse leger uit de doeken te doen.

Hueting tijdens de uitzending van het VARA-programma Achter de Schermen. Foto Jacques Klok/ANP

Joop Hueting, die eind jaren zestig publiekelijk Nederlandse oorlogsmisdaden in Nederlands-Indië aan de kaak stelde, is afgelopen zondag op 91-jarige leeftijd overleden. Dat heeft de familie van de Indiëveteraan dinsdag bekendgemaakt in een overlijdensbericht.

Hueting werd als 19-jarige dienstplichtige soldaat in 1947 tweeënhalf jaar uitgezonden naar Indië, als onderdeel van de ‘politionele acties’ die het Nederlandse gezag in de kolonie moesten herstellen. Na zijn uitzending kon Hueting niet zwijgen over zijn eigen optreden en die van het Nederlands leger. Hij sprak over structurele misdrijven tegen de lokale bevolking, waarvan de militaire noodzaak niet duidelijk was.

Lees ook dit interview met Hueting uit 2016: Na zijn bekentenis kantelde het beeld over Indië.

In een interview met NRC in 2016 zei Hueting:

“Ons land was beslist niet vrij van wandaden. Dat wilde ik aankaarten. Ik vond dat we ook naar onszelf moesten kijken.”

Hueting zond in de jaren vijftig meerdere brieven naar kranten, maar die werden niet geplaatst. Na een interview met de Volkskrant werd Hueting in 1969 uitgenodigd in het VARA-programma Achter het Nieuws. “Kampongs werden doorzeefd”, zei Hueting in de uitzending, “waarvan niemand destijds de noodzaak inzag.”

Zijn bekentenis leidde tot een maatschappelijke discussie over het handelen van het Nederlandse leger in de toenmalige kolonie. Huetings getuigenis botste met het destijds heersende beeld en leverde hem veel kritiek van strijdgenoten op, die zich verraden voelden. Hueting ontving doodsbedreigingen en moest onderduiken.

Excessennota

Na de uitzending in 1969 gelastte de Nederlandse regering een onderzoek. In een onderzoeksrapport, een onvolledige inventarisatie die bekend werd onder de naam Excessennota, werden 110 gevallen van uitzonderlijk geweld vermeld. Tot verder onderzoek kwam het niet: het kabinet concludeerde dat bij het handelen van de Nederlandse militairen “van systematische wreedheid geen sprake is geweest”.

Later, in 2015, werd meer duidelijk over het optreden van het Nederlandse leger tijdens de dekolonisatieoorlog. Dat geweld was wijdverbreid en in de militaire structuur verankerd, bleek uit promotieonderzoek van de historicus Rémy Limpach.

Mede door het onderzoek van Limpach concludeerde de Nederlandse overheid in 2017 dat er voldoende aanleiding bestond voor “een breed opgezet onafhankelijk onderzoek” naar het geweldsgebruik door het Nederlandse leger in de periode tussen 1945 en 1950. Het onderzoek, onder meer uitgevoerd door het NIOD, wordt in september 2021 afgerond.

Het kabinet wil een „heroverweging” van de rol die Nederland speelde in Indonesië in 1945-’50. Dat onderzoek begint nu.
    • Rik Wassens