Recensie

Mozarts ‘Requiem’ is voorgoed onaf maar vol overtuigingskracht

Het Nederlands Kamerkoor en B’Rock schitteren in Mozarts Requiem. Het meesterwerk klinkt niettemin anders dan anders, dankzij een Nederlandse musicoloog.

Het Belgische barokensemble B’Rock. Foto Mirjam Devriendt

Vanaf het Sanctus, op ongeveer tweederde, wordt het Requiem van Mozart „gewoon een kwestie van uitzitten”, zei musicoloog Clemens Kemme in 2006 in deze krant. Dat ligt niet aan Mozart, uiteraard. Het Requiem, onvoltooid bij diens dood, klinkt meestal in de versie die Süssmayr c.s. afmaakten. Volgens Kemme kon dat een stuk beter, dus deed hij het twaalf jaar geleden zelf, op verzoek van de Nederlandse Bachvereniging. Het Nederlands Kamerkoor en B’Rock zijn deze week op tournee met Kemmes versie van het Requiem.

Hun concert begon met een mooi geprogrammeerde reis terug in de tijd, door NKK-chef Peter Dijkstra knap onder één spanningsboog gebracht. In het recente Libera me van Nana Forte etaleerde het Kamerkoor meteen een verrukkelijke klank, warm en glashelder. Via het opzwepende Trisagion (orkest) en wat statische Triodion (koor) van Arvo Pärt belandden we bij het bondige Stabat mater in g klein van de achttienjarige Schubert; geen meesterwerk, maar wel een boeiende vingeroefening. Zo werden stap voor stap de oren geschoond voor het pièce de résistance.

Mozarts Requiem zit in het collectieve geheugen in Süssmayrs instrumentatie, dus de aanpassingen door Kemme (hoofdzakelijk in de ingetogenere orkestbegeleiding) waren soms wel even wennen. Maar over het geheel genomen deed het werk transparanter en lichtvoetiger aan – Mozart-achtiger, zou je kunnen zeggen. De grootste ingrepen betroffen de laatste delen, waaraan Mozart überhaupt niet meer is toegekomen. Het sterk bekorte Benedictus klonk fris en de druistig modulerende Hosanna-fuga zorgde voor verrassing.

Het Requiem is voorgoed onaf, stelt Kemme, en hoelang je er ook aan sleutelt, helemaal Mozart wordt het nooit. Maar waarom zou je je neerleggen bij de gebrekkige benaderingen van anderen? Een sympathiek uitgangspunt, dat dankzij de uitvoerders nog aan overtuigingskracht won. De begeleiding door B’Rock was goed gedoseerd. Het Kamerkoor zong geweldig en haast woordelijk verstaanbaar, evenals de uitstekende solisten, met bas Andreas Wolf als uitschieter.

    • Joep Stapel