Recensie

Kunst die kirt en kusjes uitdeelt

Tentoonstelling Lily van der Stokker veroverde de kunstwereld met lieve woordjes in viltstiftkleurtjes waarmee ze toch steken uitdeelde. Maar op haar overzicht in het Stedelijk ontbreken die kritische werken.

Lily van der Stokker, Tidy Kitchen, 2015/–2018 acrylverf op muur, mixed media Foto Gert Jan van Rooij

De armen zijn bij wijze van spreken op hun wijdst gespreid. Lieve, kirrende woordjes worden je tegemoet geblazen vanaf een muur. ‘Kom schattebolletje, wees welkom’, prevelt die muur. Alles op de muur is licht en kleurig. Alles straalt warmte en tederheid uit, als appeltaart die net uit de oven komt of een poes die spinnend op je buik ligt. Het werk waarmee de van oorsprong Brabantse, maar inmiddels vooral in New York en Amsterdam opererende kunstenaar Lily van der Stokker (1954) eind jaren tachtig, begin jaren negentig de Nederlandse kunstwereld binnenwandelde, was reusachtig lief en reusachtig anders dan wat we met z’n allen gewend waren hoe ‘goede’ kunst eruitzag.

Die als ‘goed’ geoormerkte kunst reflecteerde op het modernisme, bediende zich van een abstract-(expressionistisch), postmodernistisch maar bovenal conceptueel idioom. En plotseling verschenen daar Van der Stokkers meisjesachtige, met viltstift, potlood en acrylverf ingekleurde wolken, pijlen, cirkels, bloemen met strikjes eraan die werden omkranst door teksten (‘Kusje, kusje’, ‘schatje’) en dit alles vergezeld van priegelige ornamentjes. Het was seventies-decoratief, met een typische horror voor het vacuüm. Van der Stokker schilderde een heleboel Barbapapa’s verdwaald in een winkel vol toverballen. Ze beeldde een schoolagenda van een pubermeisje uit op de muur. Namen van geliefden, familieleden, vrienden en vriendinnen mengden zich met geroddel, geklaag, eindeloze beschrijvingen van voorwerpen (uit verveling), maar ook aandachttrekkers: Hoi! Onderstrepingen.

Over die eerste jaren zegt Van der Stokker, terugkijkend, op een solotentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam: „Ik kreeg een fascinatie voor het woord GOOD want ik vond dat ik een goede kunstenaar moest zijn, en dus een goed mens en goede dingen moest doen. Ik maakte een abstract-decoratief schilderij en zette alvast op de plek van de signatuur het woord ‘goed’. Een goed kunstwerk, dan hadden we dat alvast.” In die ferme flamboyantie lag Van der Stokkers kracht. Daarom ook ging ik zo van haar werk houden.

Lily van der Stokker, Experimental Art by Older Women, 1999/2018, acrylverf op muur. Foto Gert Jan van Rooij

Want ondanks alle poezelige lieflijkheid deelde Van der Stokker steken uit. Ze lardeerde haar ornamentele wolken- en bloemenmuren niet alleen met teksten die de kunstwereld onbeschaamd bekritiseerden (‘Grote solo in een groot museum – maanden werk – geen cent krijg je ervoor – geen aankoop – Buh Buh Buh’). Ze voegde er ook persoonlijke observaties aan toe, van die schijnbaar niksige gedachtenkronkels die uiteindelijk wel over wezenlijke dingen gaan: kies je wel of niet voor kinderen? Ben je blij dat je een man hebt om van te houden? En een bank om samen op te zitten?

Met die persoonlijke onderwerpen verzachtte Van der Stokker het stoere jargon van feministische kunstenaars als Barbara Kruger en Jenny Holzer. En door de combinatie van het schattig visuele jargon kreeg Van der Stokkers werk iets wat recht uit het hart kwam.

De tentoonstelling Friendly Good in het Stedelijk beoogt een overzicht te geven van Van der Stokkers werk. En het klopt dat de verzamelde werken – schilderijen, tekeningen, muurschilderingen en driedimensionale, in een soort geruite pyjamabroek gestoken objecten – grofweg afkomstig zijn uit de afgelopen drie decennia. Het klopt ook dat veel belangrijke muurschilderingen van Van der Stokker gewoon werden overgeschilderd na afloop van een tentoonstelling, als gevolg waarvan een groot aantal niet in het Stedelijk te zien is. Maar of ze daarmee ook niet bewaard zijn of gearchiveerd, is iets anders.

Lily van der Stokker, Boterhammen met hagelslag, 2007, 315 x 600 cm, acrylverf op muur en mixed media, Stedelijk Museum Amsterdam, Nederland Foto Gert Jan van Rooij

Nu ontbreken de belangrijkste kritische werken van Van der Stokker: de ‘Klaagberg’ uit 2008, de ‘Argumentwerken’ en die uit de roemruchte ‘Zeurclub’ (2005). Wat er wel is, is vrijwel uitsluitend lief, fruitig vrolijk, af en toe oppervlakkig en mist de pun die nodig is om de werken naar een hoger niveau te vertalen. Nieuwe thematische onderzoekjes zijn er ook – het huishouden, gezondheidszorg. Maar de resultaten zijn ronduit teleurstellend. De namen van twee fysiotherapeuten, de naam van een dokter, en deze namen weer vervat in een bekende blurb-wolk. Het persoonlijke en het kunst-politieke, waarmee Van der Stokker in de jaren negentig onze harten veroverde, ontbreken in dit nieuwe werk. En juist dat persoonlijke – hoe zacht uitgesproken ook – hebben we zo hard nodig in een tijd als deze. Je zou de ouder geworden kunstenaar willen toefluisteren, zoals de jonge werken ons als toeschouwer vroeger toefluisterden: ‘Kom op. Doe. Zeg. Durf. Duik. Dan komt het allemaal goed.’

    • Lucette ter Borg