Recensie

Kroongetuige van een verschrikkelijke eeuw

IDFA Marceline Loridan-Ivens, de weduwe van Joris Ivens, was een gevierd schrijfster en filmmaakster. In een intieme portretfilm blikt ze terug op een geëngageerd leven.

Marceline Loridan-Ivens in 2015. Foto Thomas Padilla

‘Ik mis hem nog steeds”, zegt Marceline Loridan-Ivens (1928-2018) over haar echtgenoot Joris Ivens in Marceline. A Woman A Century. Ivens overleed in 1989. Zij ontmoette de fameuze regisseur in 1963, maakte documentaires met hem en werd zijn echtgenote. Zelf overleed Loridan-Ivens op 18 september jl. in Parijs. Net als Ivens werd zij negentig.

Vlak voor haar dood werkte ze mee aan een documentaire over haar bewogen leven. De film van Cornelia Dvorák begint met een signeersessie van L’amour après, een openhartig, autobiografisch boek over haar liefdesleven. Ze is trots dat er 42.200 exemplaren van zijn verkocht, zegt ze later in de film. Ze begon met schrijven toen het haar door haar hoge leeftijd niet meer lukte om documentaires te maken.

De veerkrachtige en rebelse Marceline woonde nog steeds zelfstandig. In Dvoráks pakkende portret zien we haar door haar Parijse appartement schuifelen, met een grote loep de krant lezen en herinneringen ophalen met vrienden. Ook gaat ze naar de kapper om haar karakteristieke haardos weer felrood te verven.

Een van de bezoekers is haar biografe Judith Perrignon, met wie Marceline samen het boek En je kwam niet terug (2015) schreef. Het is een brief aan haar vader, die stierf in Auschwitz. Zelf kwam Marceline in 1944 als jong meisje in Birkenau terecht. „Het kamp zit altijd in mijn hoofd”, zegt ze hierover. In een aan zichzelf gericht briefje schreef zij begin jaren vijftig „Je moet doorgaan”. En dat deed ze. Met haar biografe neemt ze allerlei knipsels, brieven en artikelen door die zij bewaart in een grote hutkoffer, de ‘valise d’amour’.

Dvorák volgt een vergelijkbaar procedé, maar zij heeft het voordeel dat zij filmfragmenten kan laten zien. Zo komen scènes voorbij uit de klassieke cinéma verité-documentaire Chronique d’un été (1961), waarin Marceline te zien is als opstandige jonge vrouw („Kijk hoe schattig ik was”). Dat is het begin van haar filmcarrière. Voordat zij Ivens leerde kennen en met hem ging samenwerken, draaide ze met een andere geliefde, Jean-Pierre Sergent, Algérie, année zéro (1962), over het eerste jaar waarin Algerije onafhankelijk was. Net als Ivens was Loridan politiek geëngageerd. Met hem draaide zij documentaires in Vietnam tijdens de oorlog, en in China tijdens de Culturele Revolutie (Comment Yukong déplaça les montagnes, 1976).

Terugblikkend op die politieke periode zegt zij: „We droomden maar zaten ernaast.” Het duo corrigeerde de kritiekloze wijze waarop ze het communisme in China omarmden met Ivens’ laatste film, Een verhaal van de wind (1988). Hierin gaat Ivens in China op zoek naar de wind (lees: revolutie) die maar niet wil komen.

Na het overlijden van Ivens duurde het lang voordat zij weer een film maakte, maar in 2003 komt Loridan-Ivens met de autobiografische speelfilm La petite prairie aux bouleaux. Hierin keerde een vrouw, gespeeld door Anouk Aimée, terug naar Birkenau en wordt overspoeld door oorlogsherinneringen.

Marceline Loridan-Ivens, beeld uit de documentaire ‘Marceline. A Woman A Century’.

Aan het eind van Marceline. A Century. A Woman blikt Loridan-Ivens terug op haar leven in de twintigste eeuw – „Een verschrikkelijke eeuw” – en vraagt zich af „waarom de Joden, waarom nog steeds?” Het antisemitisme steekt immers weer de kop op. Dat stemt haar intens verdrietig: „C’est l’horreur.

    • André Waardenburg