Joop Hueting sprak als eerste over ‘afschuwelijk vertoon van geweld’ in Indië

Joop Hueting (1927-2018)

Joop Hueting, die als 19-jarige in Nederlands-Indië diende, deed in 1969 een bijzondere bekentenis. Daardoor kantelde het beeld op het Nederlands optreden tijdens de politionele acties.

Indië-veteraan Joop Hueting in 1969 in Achter het Nieuws Foto Jacques Klok/ANP

Op vrijdagavond 17 januari 1969 verscheen Indië-veteraan Joop Hueting op de televisie, in het programma Achter het Nieuws van de VARA. Hueting koos zijn woorden zorgvuldig, hij formuleerde precies. Zijn bekentenis over de excessieve oorlogsmisdaden, begaan door Nederlandse militairen in Indonesië tijdens de politionele acties 1945-1949, veroorzaakte een schokgolf. De zogenaamde „vreedzame missie” van Nederland in de kolonie bleek een „afschuwelijk vertoon van geweld, wraak, marteling”. Hueting sprak zelfs over „structureel geweld”.

Afgelopen zondag 11 november is Johan Engelbert Hueting (Joop) in Amsterdam overleden op 91-jarige leeftijd. Hueting werd op 25 september 1927 in ’s-Gravenhage geboren en studeerde psychologie aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij in 1968 promoveerde op psychofysiologie. Hij bekleedde het hoogleraarschap experimentele psychologie aan de Vrije Universiteit van Brussel.

In 1947 diende hij als 19-jarige dienstplichtige soldaat bij het 5de bataljon Stoottroepen, gelegerd op Oost-Java. In een recent interview met NRC liet Hueting weten dat hij al in 1956 contact zocht met de media om gehoor te vinden voor zijn bekentenis. Aanvankelijk vergeefs, totdat een interview in de Volkskrant (19 december 1968) de aandacht trok van tv-redacteur Herman Wigbold. Tijdens de feestdagen wilde men geen uitzending om de kijker niet te belasten, dus werd het januari 1969.

Lees het interview met Joop Hueting uit 2016: Na zijn bekentenis kantelde het beeld over Indië.

Sindsdien is het beeld van het koloniale verleden diepgaand en ingrijpend veranderd. Het was voor Hueting al een tijdlang een grief dat de Nederlandse regering en het leger volhielden dat de misstanden tijdens de politionele acties slechts uitzonderingen waren in een operatie die bedoeld was om „rust en orde te herstellen”. Dat was het „gewenste beeld”.

In de vuurlinie

Joop Hueting plaatste daar een „ongewenst beeld” tegenover. Als dienstplichtige nam hij deel aan vuurgevechten en stond hij in de frontlinie: „Wat ik meemaakte aan oorlogsacties waren beslist geen uitzonderingen, maar van hogerhand officieel verordonneerd.”

Hij noemde de geweldsdaden „structureel” en deze zienswijze maakt een wereld van verschil. Nederland verzweeg aanvankelijk het gewelddadige verleden tijdens de dekolonisatieoorlog, maar moest schoorvoetend toegeven dat er sprake was van wandaden. Voor Hueting was het „ een teleurstelling dat het onderwerp geleidelijk dreigde te verdwijnen van de politieke agenda; de Kamer nam zijn visie en de nota voor ‘kennisgeving’ aan, en dat was dat.”

Huetings bekentenis veroorzaakte heftige reacties, niet in de laatste plaats van de Indië-veteranen zelf die zijn vrouw belden en lieten weten „met machinegeweren aan de overzijde van de straat” te gaan liggen. Het gezin Hueting vluchtte uit hun woonplaats Amsterdam naar een pension op de Veluwe. Hueting heeft altijd begrip gehad voor de positie van de veteranen: ze werden uitgestuurd om het land te bevrijden, maar van wie, zo vroeg hij zich af? Van zijn eigen bewoners? Volgens Hueting nam al tijdens de oorlog het besef van „zinloosheid” toe.

Met Huetings bekentenis kantelde voorgoed het beeld van een „goede oorlog” in Indië, die een gewelddadige en zelfs „vuile” oorlog werd. Het is aan zijn optreden te danken dat de Excessennota van Cees Fasseur, destijds ambtenaar op het ministerie van Justitie, al na drie maanden gepubliceerd kon worden met een lijst van 110 gevallen van exceptioneel geweld. Hueting beschouwde zijn bekentenis van destijds als een „kleine triomf” waarop hij „tevreden en gerustgesteld terugkijkt”, zoals hij in 2016 liet weten.

Correctie 13 november 2018: In een eerdere versie van dit artikel stond vermeld dat het gezin Hueting uit Castricum vluchtte. Dat had Amsterdam moeten zijn. Hierboven is dit aangepast.

    • Kester Freriks