In de schaduw van Lawrence of Arabia

De broer van

Journalist leerde de broer van T.E. Lawrence kennen en zag hem lijden.
V.l.n.r.: T.E., Frank, Arnold, Robert en Will Lawrence in 1910.

De dag na het einde van de Eerste Wereldoorlog liep Arnold Lawrence (18) in Oxford een boekwinkel binnen en kocht daar de gedichten van Propertius in het Latijn met een vertaling ernaast. Met potlood schreef hij klein op het schutblad A.W.L. 12.11.18.

Hij was al gerekruteerd en met de aankoop vierde hij dat hij niet naar het front hoefde. Het bruinrode boekje, dat naast mijn toetsenbord ligt terwijl ik dit schrijf, markeert het einde van de rol van de gebroeders Lawrence in de Eerste Wereldoorlog.

Arnolds broers Frank en Will waren in 1915 in Frankrijk gesneuveld, maar dat leed zou wegebben. De schaduw die bleef was de wereldfaam van zijn broer T.E. (1888-1935). In november 1918 begon in Engeland door te dringen dat T.E. Lawrence in het Midden-Oosten geschiedenis had geschreven als aanjager van de opstand van de Arabieren tegen hun Turkse bezetters. In het weekend van 26 oktober 1918 was hij voor het eerst in vier jaar terug in zijn ouderlijk huis, op Polstead Road 2 in Oxford.

Arnold moet onder de indruk zijn geweest van wat hij hoorde, niet beseffend dat hij de rest van zijn leven voor velen vooral de broer van iemand anders zou zijn. En al die tijd, zeventig jaar lang, had hij daar dubbele gevoelens over.

T.E. was in veel opzichten Arnolds grote voorbeeld. Na 1935 spande hij zich in als hoeder van T.E.’s reputatie. Als literair erfgenaam verbood hij dat David Leans film over T.E. Seven Pillars Of Wisdom zou heten, naar T.E.’s boek, vanwege een te karikaturale weergave van zijn broer. Hij bezorgde T.E.’s brieven en werkte mee met biografen.

Toen ik als journalist A.W. Lawrence in 1985 benaderde, was hij al met emeritaat als hoogleraar archeologie. Al snel na ons eerste contact werd duidelijk dat het trauma over zijn broers roem zo diep zat dat zwijgen over T.E. voorwaarde was om ons contact voort te zetten.

Na de dood van zijn vrouw verhuisde A.W. naar een vriendin in Devizes, de archeologe Peggy Guido (1912-1994). Op 7 juli 1988 schreef hij me dat hij daar een kamer had „met wandkasten voor een restant boeken”.

Daarvan werd na zijn overlijden in 1991 door de Bodleian Library gepakt wat zij wilden hebben, vooral de boeken met een T.E.-link, en daarna volgden A.W.’s kleinkinderen.

De resterende 120 boeken gingen naar mij, zijn contact in Nederland. Daarbij zat de Propertius-uitgave en War & Peace Vol II van Tolstoj, dat de Bodleian waarschijnlijk over het hoofd had gezien, hoewel er, klein en met potlood, TEL in staat. Over War & Peace schreef T.E. op 20 februari 1924 aan E.M. Forster „I’ve carried it whenever I had the transport”, dat wil zeggen: in een tas van zijn motorfiets. Het is te zien, de band is flink gerafeld. En er zitten nog broodkruimels tussen de pagina’s.

In Devizes mochten maar enkelen weten dat A.W. daar woonde. De angst om herkend te worden als de broer van bleef een rol spelen in zijn leven. Bijvoorbeeld toen hij eind 1989 naar een hospitaal moest voor een pacemaker. Hij zag er vreselijk tegenop, hij was zelfs in tranen. Niet vanwege de ingreep maar uit angst dat personeel of medepatiënten erachter zouden komen dat hij de broer was van Lawrence of Arabia.

    • Michiel Hegener