Mix van Pina Bausch en Marina Abramovic; Tilda Swinton in ‘Suspiria’.

‘Ik bewonder de grootmeesters van de wreedheid’

Luca Guadagnino De Italiaanse regisseur kon eindelijk zijn gedroomde remake maken van de geliefde Italiaanse horrorklassieker ‘Suspiria’. „Wat is het grotere kwaad? Hekserij of politiek?”

‘Ik hou van Dario Argento”, zegt regisseur Luca Guadagnino (47) in hotel Excelsior in Venetië. „Echt heel veel. Niet alleen als een fan, maar als een vriend.”

De avond ervoor ging Guadagnino’s horrorfilm Suspiria in première op het filmfestival, een remake van Argento’s gelijknamige klassieker uit 1977. De 78-jarige Dario Argento is de grootmeester van de giallo: fetisjistische Italiaanse horror uit de jaren zeventig waarin gemaskerde heren in krakend leer jongedames met messen lastigvallen. Suspiria week van dat stramien af: dat was paranormale horror over een Duitse balletschool, bestierd door heksen. Zij dienen het verborgen matriarchaat van de drie oermoeders: die van de Zuchten, de Tranen en de Duisternis. Mannen zijn irrelevant.

Horror lijkt een onverwachte zijstap voor de estheet Guadagnino. Is hij niet bang de fans van zijn fijnzinnige Io sono l’amore of zijn tedere homoseksuele romance Call Me By Your Name van zich te vervreemden? Dan hebben wij het niet begrepen, zegt Guadagnino. Suspiria is geen zijstap, maar al jaren zijn passieproject. Hij beseft dat de pers er verdeeld over is. „Het blijft me een raadsel hoe een film valt. Ik dacht dat Call Me By Your Name controversieel zou worden, nu is dat Suspiria.”

Guadagnino zag het origineel als vijftienjarige en was direct gevloerd. „Sindsdien adoreer ik Argento, ik heb hem zelfs gestalkt. Toen ik hoorde dat hij in Palermo was, stond ik een hele avond met mijn neus tegen het raam van een restaurant te kijken hoe hij daar alleen zat te eten. Ik denk dat hij knap paranoïde van me werd: ‘Wat wil dat enge joch toch?’”

In 2010 wist hij Argento de rechten op een remake te ontfutselen na een jaar „stevig onderhandelen”. Aanvankelijk zou Guadagnino’s Amerikaanse vriend David Gordon Green (Joe, Stronger) de regie doen. „Uit strikt pragmatische overwegingen, financiers zetten gewoon geen geld in op Suspiria met mij als regisseur.” Tot daar verandering in kwam. Green ging aan de slag met een andere horrorklassieker, Halloween. Die draait nu ook in de bioscoop.

Guadagnino wilde geen echte remake of modernisering, zegt hij. Eerder een hommage, ‘geïnspireerd door’. Anders dan Argento’s theatrale belichting en monochroom rode, blauwe of groene palet koos hij voor aardse, rauwe tinten – zwart, grijs, bruin, rood – geïnspireerd door naoorlogse Duitse kunst: Joseph Beuys, Anselm Kiefer. Al is de bloedrode heksensabbat in de finale wel een knipoog naar Argento.

Guadagnino: „Ik wilde bepaalde elementen van Suspiria uitdiepen. De film kwam uit in 1977, een erg heftig jaar. In de ‘Duitse Herfst’ bereikte de terreur van de Rote Armee Fraktion zijn piek. Het was een clash van generaties. Ouders die nooit hadden gerouwd over de oorlog tegenover kinderen die de neurose van die ontkenning in zich droegen en eisten dat hun ouders hun schuld onder ogen zagen.

„Een tweede element was het feminisme, dat in 1977 niet emancipatie, maar scheiding der seksen uitdroeg: in vrouwenhuizen, lesbische liefde. Ik las ooit een filmkritiek op Suspiria die refereerde aan een toen actuele slogan: ‘De heksen zijn terug’. Het gekke is dat Argento’s film, die in Freiburg speelt, juist zo tijdloos is. Er sijpelt niks door van de nervositeit die in de lucht hing.”

Guadagnino plaatst zijn versie juist nadrukkelijk in 1977. „Hoe gaat zo’n kleine, oeroude, in zichzelf gekeerde vrouwengemeenschap om met de buitenwereld? Welke interactie is er tussen de twee kwaden: van hekserij en de grote politiek?” Hij bevrouwde de staf van de heksenschool bewust met actrices uit de stal van de in 1982 overleden Duitse regisseur Rainer Werner Fassbinder. Guadagnino, eerder tijdens een persconferentie: „Fassbinder was een grootmeester van de wreedheid. Hij martelde zijn actrices, zweepte ze op, maar hij brak ze niet. Ze werden juist sterker.”

Balletheks madame Blanc is een soort Fassbinder: net als hij wijst ze schoonheid radicaal af. Actrice Tilda Swinton, die haar vertolkt: „Er is een quote van Goebbels: ‘Dans moet altijd vrolijk en mooi zijn, en nooit filosofisch.’ Madame Blanc ziet dat anders: dans kan juist niet meer vrolijk en mooi zijn, moet mooie dingen de neus breken.”

Lees hier wat recensenten André Waardenburg en Coen van Zwol van ‘Suspiria’ vonden: Superieur griezelen of pretentieuze draak?

Moderne dans is zwarte magie; componist Thom Yorke, ook in Venetië, voorziet de film van lopende muziek die wel wat heeft van een litanie. „Zichzelf keer op keer herhalend, tot je zegt: hou op”, aldus Yorke.

Tilda Swinton is alomtegenwoordig in Suspiria. Ze speelt – verborgen onder latex – de bejaarde psychoanalyticus Josef Klemperer en kietelt de pers met de mystificatie dat een verlegen Beierse amateur hem speelt, Lutz Ebersdorf. Swinton speelt ook – onder nog meer latex – de monsterlijke opperheks Helena Markos. Maar meestal is ze dus in beeld als madame Blanc, een mix van Pina Bausch en Marina Abramovic – al blijkt balletmeester Lermontov van klassieker The Red Shoes haar ware inspiratie.

Suspiria suggereert van alles, intellectuele hints zijn als pepernoten door de film gestrooid. Tilda Swinton maakt het extra ingewikkeld met orakelspreuken: „Vrouwen overleven in deze film door letterlijk ondergronds te gaan en sacrosanct te worden in separatistische ruimtes die specifiek zijn voor hun tijd.”

Dan is haar ‘soulmate’ Guadagnino verstandiger: hij zwijgt als een sfinx als we hem om betekenis vragen. Carl Jung? Ja, van hem staat ergens een boek op een plank. Lacans spiegelfase? „Ik ga daar niet op in.” De naam Klemperer? „Hij is vernoemd naar Viktor Klemperer, schrijver van LTI. De taal van het Derde Rijk.” We knikken verwachtingsvol, Guadagnino valt stil en kijkt ironisch. „Dus.” Er moet iets te raden overblijven.

    • Coen van Zwol