‘Duitse regeringen drukten zich bij klimaatmaatregelen’

Tina Löffelsend, expert Duitse milieuorganisatie BUND

In Duitsland wordt ruim een derde van de elektriciteit opgewekt met vervuilende (bruin)kolen. Toch maar weer meer kernenergie dus?

Activisten in het Duitse Hambacher demonstreren tegen bruinkoolwinning in het gebied. Vroeger waren in Duitsland grote protesten tegen kernenergie, nu richten demonstranten zich tegen het winnen van kolen.

Nee, in Duitsland staat het besluit om met kernenergie te stoppen niet ter discussie. En nee, het grote aandeel van bruinkool en steenkool in de Duitse elektriciteitsopwekking is géén gevolg van de sluiting van kerncentrales. Dat zegt Tina Löffelsend, energiedeskundige van de milieuorganisatie BUND (bijna 600.000 leden en donateurs).

„Je hebt altijd nog wel dromers, maar bondskanselier Merkel heeft na de ramp bij het Japanse Fukushima in 2011 vastgelegd dat de Duitse kerncentrales uiterlijk in 2022 dicht moeten. In Duitsland bestaat een sterke anti-atoombeweging en nu toch weer met kernenergie beginnen zou niet uit te leggen zijn. Geen van de politieke partijen die er toe doen gelooft er nog in. Alleen de AfD denkt er anders over” (en wil de levensduur van bestaande kerncentrales verlengen; red.).

Het debat over kernenergie is in Duitsland niet alleen decennialang heftig gevoerd, het heeft ook geleid tot een opmerkelijk zigzagbeleid. Nadat de coalitie van sociaaldemocraten en Groenen onder bondskanselier Gerhard Schröder in 2000 had besloten tot een geleidelijke afbouw van alle kerncentrales, de zogeheten Atomausstieg, kwam Merkel daar in 2010 met haar tweede kabinet (van christendemocraten en liberalen) op terug: der Ausstieg vom Ausstieg. De kerncentrales werd nu een aanzienlijk langere levensduur toegestaan.

Maar een jaar later, na Fukushima, ging het roer opnieuw om en werd 2022 de einddatum voor alle kerncentrales. Zelfs de lobby van exploitanten van kerncentrales heeft zich daar nu bij neergelegd. Het aandeel van kernenergie in de Duitse stroomvoorziening is de afgelopen jaren al sterk teruggelopen – van 32 procent in 2004 tot 11,6 procent in 2017.

Maakte de afname van kernenergie het noodzakelijk om nog altijd zo veel elektriciteit op te wekken met bruinkool en steenkool, ruim 36 procent?

„Nee, nee, nee. Voor de weggevallen kernenergie is duurzame energie in de plaats gekomen. De kolen- en bruinkolenstook is op ongeveer hetzelfde niveau gebleven. Er is nu zo veel capaciteit dat Duitsland stroom exporteert. Als de kerncentrales in 2022 dicht zijn, zal het afgelopen zijn met de overcapaciteit. De volgende stap is dan overschakeling van kolen op gas, duurzame energie én een doelmatiger stroomverbruik.”

Kan Duitsland helemaal zonder kernenergie toe, als ook nog de kolen- en bruinkoolcentrales dicht gaan en de stroom vooral uit wind en zon moet komen?

„Centraal staat nu dat het aandeel duurzaam opgewekte energie in 2030 op minstens zestig procent komt, zoals afgesproken in het regeerakkoord. Er zullen voorlopig nog gascentrales nodig blijven om een rol te spelen als achtervanger (in periodes die windstil en bewolkt zijn, red.). „Maar je kan ook zonder. En sterke uitbouw van ‘duurzaam’ heeft veel voordelen, ondermeer bij het drukken van de prijs, en helpt voorkomen dat we een grote stroomimporteur worden.

„Je kan natuurlijk zeggen: het zal me worst zijn of we importeren. Maar ons is het géén worst als we op grote schaal kolen- en atoomstroom uit andere landen gaan halen. Belangrijk is verder dat het stroomgebruik efficiënter wordt, bijvoorbeeld doordat de industrie en andere grootverbruikers zo flexibel worden dat ze stroom kunnen afnemen wanneer die goedkoop is omdat het aanbod groot is.”

Vroeger waren er massale protesten tegen kernenergie, nu richten demonstranten zich tegen het winnen en verstoken van kolen. Is men vergeten dat voor opslag van kernafval nog geen oplossing is gevonden?

„Dat blijft een enorm groot probleem. Het proces om in Duitsland een definitieve opslagplaats voor hoog radioactief afval te vinden gaat nog jaren duren – dus dat veroorzaakt geen permanente opwinding. Maar op het moment dat er een ongeluk gebeurt, of gekozen wordt voor een definitieve locatie voor de opslag, dan kan het debat daarover zo weer oplaaien.”

Merkel liet zich er jaren geleden op voorstaan „klimaatkanselier” te zijn. Heeft ze dat waargemaakt?

„Ik heb de afgelopen jaren niets gezien dat die titel rechtvaardigt. Maar nu ze bezig is aan haar laatste ambtstermijn moet ze gaan werken aan haar politieke erfenis. Misschien heeft ze nu de vrijheid om iets toe te voegen aan haar nalatenschap, zoals een wet voor bescherming van het klimaat en een akkoord voor het stoppen met kolenstroom.

„De Duitse regeringen, vooral de laatste twee, hebben zich gedrukt als er maatregelen voor het klimaat genomen moesten worden. Toen ik me tien jaar geleden met energiepolitiek ging bezighouden, was al duidelijk dat klimaatbescherming niet verenigbaar is met grootschalige opwekking van stroom uit kolen. En nu praten we er nog over.”

De regering heeft een zogeheten ‘kolencommissie’ ingesteld, met vertegenwoordigers van de industrie, milieuorganisaties, vakbonden en politiek, om te adviseren hoe, wanneer en met welke financiële regelingen het kolentijdperk afgesloten kan worden. De commissie, die ook rekening moet houden met de gevolgen voor de werkgelegenheid, streeft ernaar begin volgende maand met haar advies te komen, tegelijk met de internationale klimaatconferentie in Polen.

    • Juurd Eijsvoogel