Dieren in het bos lijden onder wandelende mensen

Biologie Niet de paden werken verstorend op de natuur, maar de mensen die er overheen lopen, ontdekten Zwitserse biologen.

De allergevoeligste vogelsoorten, zoals de buizerd, komen zelfs in rustige bossen zelden in de buurt van wandelpaden Foto GP232

Een boswandeling is niet zo’n onschuldig tijdverdrijf als het lijkt, blijkt uit Zwitsers onderzoek. U bent immers een mogelijk roofdier – in ieder geval in de ogen van veel bosbewoners – en dus zorgt uw aanwezigheid voor stress. Wandelaars en andere recreanten zorgen dan ook voor een afname van de hoeveelheid vogels en van de soortenrijkdom, schrijven de zes Zwitserse biologen deze week in Frontiers in Ecology and Evolution.

Al vaker is de invloed van recreatie op de natuur onderzocht, maar het is vaak lastig te bepalen wat voor de meeste natuurverstoring zorgt: de mensen of de paden (die voor een verandering van de omgeving zorgen). De Zwitsers wilden dit onderscheid ontrafelen. Vorig jaar deden ze al een experimentele studie naar de verstorende invloed van wandelen buiten de paden. Nu bestudeerden ze voor hun onderzoek wandelpaden én wandelaars in vier bossen. Twee daarvan werden druk bezocht (tussen de 5 en 25 personen per uur op de onderzochte paden), twee daarvan niet (gemiddeld 1 persoon per dag). In omvang kwamen de bossen met elkaar overeen. In elk bos waren zomereik en beuk de dominante boomsoorten en waren auto’s verboden.

In de vier Zwitserse bossen bestudeerden de onderzoekers op verschillende plekken de hoeveelheid vogels dicht bij een pad (op 50 meter afstand) en verder weg van het pad (op gemiddeld 120 meter afstand). Op die locaties noteerden de onderzoekers meerdere malen gedurende 6 minuten alle vogels die ze zagen of hoorden.

Om te voorkomen dat hun eígen aanwezigheid de onderzoeksresultaten zou beïnvloeden, benaderden ze de locaties in willekeurige volgorde (dus soms eerst de dichtbijgelegen punten en soms eerst de punten verder weg). Alle waarnemingen werden in de vroege ochtend gedaan, kort na zonsopkomst. Er waren geen grote verschillen in vegetatiedichtheid en -samenstelling die invloed konden hebben op de aanwezige vogelsoorten.

Vogelterritoria

Zo ontdekten de biologen dat het percentage vogelterritoria in de drukbezochte bossen dicht bij de wandelpaden 12,6 procent lager lag dan verder weg van de paden. In de rustige bossen bestond dit verschil niet. Ook telden ze in de drukbezochte bossen gemiddeld iets minder verschillende vogelsoorten dicht bij de wandelpaden (16,8 in plaats van 17,5). Of de soorten op de grond of in bomen broedden en waar ze eten zochten maakte voor het verstoringseffect niet uit. De onderzochte paden waren al decennia oud, er lijkt dus geen gewenning op te treden bij vogels.

Ze concluderen dat menselijke aanwezigheid op wandelpaden de belangrijkste invloed heeft op de vogeldichtheid en soortenrijkdom. De allergevoeligste vogelsoorten (zoals de buizerd, de sperwer en diverse spechten) komen zelfs in de rustige bossen zelden voor in de buurt van wandelpaden, schrijven de Zwitsers. Ze raden aan om in elk bos gebieden geheel af te sluiten voor wandelend publiek, en er beter op toe te zien dat mensen niet stiekem van de paden afgaan. Dat zal niet alleen de vogels ten goede komen, maar ook zoogdieren.

    • Gemma Venhuizen