Alleen de Ridderzaal straalt grootsheid uit

Binnenhof Zelfs de vaste gebruikers van het Binnenhof kennen niet alle zalen. Een aantal van de middeleeuwse ruimtes was even open.

Maandag was de presentatie van een boek over het interieur van het Binnenhof. Foto’s David van Dam

Het oudste deel van het Binnenhof is een fietsenkeldertje. Er staan acht fietsen en er liggen twee opgerolde vlaggen. Een houten trap leidt naar een deur naar buiten, naar de zijkant van de Ridderzaal. In het keldertje ernaast: een verwarmingsketel.

Alleen de middeleeuwse kloostermoppen doen vermoeden dat dit het dertiende-eeuwse grafelijke paleis is waaraan Den Haag zijn bestaan te danken heeft, het hart van het Binnenhof. Het oudste nog functionerende regeringscentrum van de wereld doet niet aan pretenties. Alleen de Grote Zaal, in de volksmond de Ridderzaal genoemd, straalt grootsheid uit.

Maar neem de Weeskamer, achter die Ridderzaal. Daar staan oude stoelen opgeslagen en liggen zeventiende-eeuwse plafonddelen waarvan niemand weet waar ze vandaan komen. Of de Rolzaal, waar onder de zeventiende-eeuwse schouw een verwarming is gemonteerd. Of het rode lijntje op de muur van de garderobe, dat aangeeft welk deel voor 1230 werd gebouwd en welk deel in 1971 werd bijgetrokken.

De Ridderzaal. Foto: David van Dam

Maandag ging een aantal van deze ruimtes even open, ter gelegenheid van het boek Interieurs van het Binnenhof, verscholen erfgoed in beeld, dat werd gemaakt in opdracht van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de gemeente Den Haag. Het is geschreven door Paula van der Heiden.

Het boek werd aangeboden aan de vaste gebruikers van het Binnenhof: de voorzitter van de Eerste Kamer, de vicepresident van de Raad van State en de premier. De laatste grapte dat ijscoman Moes, die al ruim veertig jaar met zijn karretje voor de Ridderzaal staat, eigenlijk ook uitgenodigd had moeten worden.

Grootschalige renovatie

De publicatie van het boek, zo zegt de Rijksdienst, heeft niets te maken met de grootschalige renovatie van het Binnenhof. Die moet in 2020 beginnen en zal zeker 5,5 jaar duren. In de tussentijd wordt het Binnenhof afgesloten voor publiek. Maar het boek geeft wel een inkijkje in wát er allemaal dichtgaat, welke historische waarde de gebouwen en de interieurs hebben, en vooral hoe bijzonder het is dat zij er nog staan.

Lees ook over de renovatie van het Binnenhof: Tweede Kamer voor verbouwing in één keer

Want als het aan eerdere bewoners had gelegen, was het Binnenhof al lang gesloopt. Koning Lodewijk Napoleon wilde het complex afbreken, maar werd voor hij dit kon doorzetten door zijn broer, keizer Napoleon, afgezet. En in 1848 wilden de nieuwe Staten-Generaal laten zien dat de macht bij hen lag in plaats van de koning door het oude machtscentrum te slopen. Daar kwamen de Hagenaars tegen in verzet.

Het Binnenhof, zo zei burgemeester Pauline Krikke bij de boekpresentatie, is dan ook „onderdeel van de stad Den Haag”. Hoewel de meeste binnenruimtes niet toegankelijk zijn, is het binnenplein dat wel: „Je kunt er gewoon fietsen of lopen zonder je te hoeven legitimeren.” Ze pleitte daarom voor een verbouwing die „sneller zal zijn dan de planning nu doet vermoeden”. „Het is een enorme ingreep voor de stad Den Haag.”

De verwarming onder de schouw in de Rolzaal.
Foto: David van Dam
Foto: David van Dam
Een rode lijn in de garderobe.
Foto: David van Dam
De opslag van zeventiende-eeuwse plafonddelen in de Weeskamer.

De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed wil vooral dat er aandacht komt voor de kamers „achter de bekende gevels” die de „geest van historische personen en gebeurtenissen” ademen. Zo verwijst directeur Susan Lammers naar de wenteltrap achter de Ridderzaal, waarop Johan van Oldenbarnevelt moet hebben gelopen op weg naar zijn onthoofding in 1619.

Er zijn lessen te trekken uit eerdere verbouwingen. De De Lairessezaal , vernoemd naar de maker van de propagandistische wandschilderingen die verwijzen naar koning-stadhouder Willem III als redder van het land, dreigde bij een eerdere renovatie drastisch aangepakt te worden. Architect Pierre Cuypers wilde rond 1900 alle grafelijke zalen in middeleeuwse sfeer terugbrengen, zoals toen wel bij de Ridderzaal gebeurde. Tandenknarsend moest hij erkennen dat er té veel geschiedenis in de muren zat en hij liet de De Lairessezaal ongemoeid.

    • Titia Ketelaar