Achter de feiten aan lopen in de voetbaljournalistiek

Voetbal Statistieken worden nog altijd maar mondjesmaat toegepast in de voetbaljournalistiek. De sport laat zich niet enkel vangen in cijfertjes, zeggen journalisten. „Het zegt me niks, tachtig procent goede passes.”

Illustratie Studio NRC

Als Taco van den Velde in 1996 in dienst treedt bij Voetbal International (VI), spreekt hij één diepgewortelde wens uit bij hoofdredacteur Johan Derksen. Moet het blad niet statistieken van wedstrijden en voetballers gaan bijhouden? De discussies of een speler een goede of slechte wedstrijd speelde is Van den Velde zat. Het zijn altijd meningen van voetbaljournalisten, spelers en trainers die de stukken in het blad domineren. Statistieken prikken juist door voetbalmythes. Het zijn immers feiten.

Derksen stemt in. Van den Velde gaat snel aan de slag: hij stelt formulieren samen voor de kleine tien verslaggevers van het grootste voetbaltijdschrift van Nederland, waarop ze in wedstrijden passes, duels en balcontacten kunnen turven. Bij interlands van het Nederlands elftal laat hij thuis de band lopen, om die na afloop beeldje voor beeldje terug te kijken. Van den Velde is er soms drie tot vier uur mee bezig. Hij maalt er niet om. De statistieken leiden tot een exclusieve databank met unieke informatie, wat VI een voorsprong geeft ten opzichte van andere media. Voetbaljournalisten doen echter denigrerend over het werk van Van den Velde. In de voetbalwereld kennen ze hem inmiddels als Willy Turf of Taco Turf.

Lees ook: Waar is de onafhankelijke voetbal­journalistiek? De onafhankelijkheid van de Nederlandse voetbaljournalistiek staat onder grote druk.

Het experiment van Van den Velde houdt niet lang stand. Op de redactie zien verslaggevers het niet langer zitten om op de perstribune streepjes te zetten op formulieren. Als Van den Velde na een vakantie terugkeert op de redactie, blijkt Derksen de formulieren en de databank te hebben weggegooid. Doodzonde, vindt Van den Velde dat. Hij ziet de concurrentie groeien.

Het is een tijd dat statistiekenbureaus voet aan de grond krijgen in Nederland. Het bekendste voorbeeld is Infostrada Sports, dat in 1995 wordt opgericht door Philip Hennemann. „Het idee van Hennemann achter Infostrada was om een digitaal archief op te bouwen in de sportwereld”, zegt hoofd analyse Simon Gleave namens het bedrijf, dat na een Amerikaanse overname sinds 2015 door het leven gaat als Gracenote Sports. „Dat was er toen nog helemaal niet. Alleen John Frederikstadt had in Nederland statistieken bijgehouden.” Frederikstadt was statisticus voor onder meer Studio Sport.

Infostrada slaat aan in de voetbaljournalistiek, stelt Gleave. Kranten als AD en De Telegraaf en de NOS nemen eind jaren negentig een abonnement op het bureau uit Nieuwegein en maken gebruik van de omvangrijke databases. Infostrada levert basale informatie van voetbalwedstrijden aan de kranten: van de opstellingen, tot de wissels en de doelpuntenmakers. Het werk van Infostrada bespaart de kranten tijd en moeite.

Revolutie

Duiden het werk van Van den Velde en de opkomst van statistiekbureaus op een naderende revolutie in de voetbaljournalistiek? Neemt de statistische analyse langzamerhand de plaats in van de mening van trainers en ‘recensies’ van wedstrijden?

Zover is het nog niet. Nader onderzoek naar statistische analyse in de voetbaljournalistiek leert dat het gebruik van statistieken bij traditionele media ruim twintig jaar na dato nog vrij beperkt is, erkennen ook zes bekende voetbaljournalisten.

Waarom? Wat is er mis met het gebruik van statistieken, met als doel een verhaal van feiten te voorzien? Feiten zijn toch het uitgangspunt van de journalistiek? Een voetbaljournalist ziet toch ook niet alles?

Voetbal, zegt een deel van de voetbalpers, is niet een sport die volledig in cijfers is te vangen, zoals honkbal en American football, waarin statistische analyse geïntegreerd is. Voetbal is complexer, dynamischer; oorzaak en gevolgen lopen continu in elkaar over. „Er gaat in het voetbal volgens de statistieken heel veel niet goed”, zegt Willem Vissers (de Volkskrant). Henk Hoijtink (Trouw): „In de statistieken die nu worden gepubliceerd, staat ook veel niet.”

Lees ook: Gescout door Johan Cruijff; interview met Pieter Zwart (11 augustus 2017)

Een voetballer die volgens de cijfers nauwkeurig is in zijn passing, hoeft niet per definitie waardevol te zijn voor een team. Maarten Wijffels (AD). „Bijvoorbeeld: Jorrit Hendrix van PSV geeft vier steekballen in een wedstrijd. De data-analisten zeggen: kijk Jorrit Hendrix, die geeft vier steekballen, meer dan alle andere spelers op het veld. Maar misschien gaf Hendrix er ook twee niet, die hij eigenlijk wel had moeten geven op een medespeler, zodat die kon scoren. Speelt Hendrix dan een goede of een slechte wedstrijd?”

Vissers van de Volkskrant hecht weinig waarde aan de cijfers. „Het zegt me niks, tachtig procent goede passes. Er zitten ook passes tussen die jij en ik ook kunnen geven.”

Lezers niet afschrikken

De leesbaarheid van een statistische analyse vormt een ander bezwaar. Het is een kunst om de lezer in een verhaal vol statistieken te trekken, is de overtuiging van voetbaljournalisten. De bij veel media slinkende graphicredacties helpen niet mee. Die zorgen voor een attractieve grafiek bij het verhaal. Valentijn Driessen (De Telegraaf): „Dan kan je zeggen: als medium heb je ook een opvoedkundige taak. Maar dan bestaat de kans dat je lezers weglopen. En die lopen al hard genoeg weg.”

Kranten sluiten hun ogen niet voor statistieken. De Volkskrant, AD, NRC en De Telegraaf hebben een abonnement bij Gracenote Sports. Het bureau, dat inmiddels cijfers van 250 sporten registreert, stuurt op verzoek statistieken naar kranten voor publicaties. Voetbal International is aangesloten bij Opta en het Russische InStat. Trouw heeft geen samenwerkingspartners.

Statistische analyse kan ondanks de kanttekeningen een meerwaarde hebben. Trainers, spelers en scheidsrechters kunnen met objectieve informatie worden beoordeeld. Wijffels (AD): „Een verhaal met statistieken is beter onderbouwd.” De Volkskrant had in het voetbalseizoenen 2015/2016 een rubriek in het sportkatern op maandag, waarin actuele voetbalonderwerpen werden belicht op basis van statistieken. De rubriek verdween na een jaar uit de krant, omdat die volgens Vissers als een sluitpost werd beschouwd. „De vraag was vooral: wie heeft er nu nog tijd om de rubriek te doen?”

Michiel de Hoog van De Correspondent – „Ik schrijf daar het soort stukken dat de andere kranten niet wilden” – behoort tot de stroming van zogenoemde voetbalnerds. Jongens die zweren bij statistieken en zelden voetbalstadions bezoeken. Het gebrek aan statistische analyse bij traditionele media heeft volgens hem een diepere betekenis: wíllen voetbaljournalisten wel begrijpen wat er op het veld gebeurt, of is de insteek vooral: een lekker verhaal over de wedstrijd schrijven?

De Hoog vindt dat veel voetbaljournalisten meer columnisten zijn dan journalisten die aan waarheidsvinding doen.

Een stadionbezoek is wat hem betreft overschat, als voetbaljournalisten de wedstrijd (beter) willen begrijpen. Het zicht vanaf de perstribune is slecht, het stressgehalte is hoog en de televisie biedt thuis meerdere herhalingen.

Naar het stadion

Wijffels (AD) kent de verhalen. „Maar zo zit het leven niet in elkaar. Journalistiek blijft eropuit gaan, mensen spreken en voelen hoe iets is.” Hoijtink (Trouw): „Voor de pure voetbalacties kan je inderdaad thuis blijven. Maar dat gaat niet op voor vele, andere interactieve gevallen tussen spelers, die je als journalist kan waarnemen.” En Vissers van de Volkskrant: „Je moet naar het stadion, je moet met mensen praten, want dan zie je hoe de wereld in elkaar zit.”

De benadering van Vissers („voetbalromanticus”) is de reden voor jonge schrijvers om via sociale media stevig uit te halen over de voetbalberichtgeving. De 25-jarige Pieter Zwart, sinds september lid van de hoofdredactie van Voetbal International, stelt dat het publiek de huidige voetbaljournalistiek is ontgroeid. Iedereen kan nu een wedstrijd zien; de Nederlandse zendgemachtigde FOX Sports heeft meer dan één miljoen abonnees. Het voetbalpubliek is in zijn ogen gebaat bij diepgang. Dat kan met statistische analyse.

Wijffels: „Ik vind dat je voor de combinatie moet gaan. Oké als je statistieken gebruikt, maar je moet tegelijkertijd ook weten wat het gevoel in de kleedkamer is.” Driessen (De Telegraaf) is het eens met Zwart. „Alleen moet je je lezers niet overvoeren met cijfers.”

Hoijtink stelt dat oudere journalisten de verleiding moeten ‘weerstaan’ om de ‘egelstekels’ op te zetten bij innovaties in het ambacht. Vissers: „Ik ben 54 jaar en zit ruim dertig jaar in de voetbaljournalistiek. Ik ga niet, omdat de data nu in opkomst zijn, mijn leven aanpassen om datajournalist te worden.”

Journalist als trainer?

Het analyseren van statistieken heeft veel raakvlakken met het ambacht van de trainer. Bondscoach Sarina Wiegman van het Nederlandse vrouwenvoetbalteam kreeg vorig jaar tijdens het gouden EK in Nederland een A4’tje met bevindingen van de wetenschapfaculteit van de Universiteit Leiden, gestoeld op statistieken. Ze beschouwde de studie als hulpmiddel voor de te voeren tactiek van het team. Daarover schrijven vergt specialistische kennis, die op krantenredacties niet altijd aanwezig is.

Is een journalist wel een journalist als hij in de statistieken duikt? Van den Velde (VI): „Als je een analyse maakt van BATE Borisov, FC Barcelona of AEK Athene, doe je hetzelfde als de trainer. Alleen moet je het zo verpakken, dat de lezer het leuk vindt.” Vissers: „Pieter Zwart kijkt heel erg vanuit de bril van een trainer naar voetbal. Ik niet, ik kijk vanuit het publiek.”

Het gebruik van statistieken lijkt ondanks de kanttekeningen aan terrein te winnen. Statistische analyse is een pijler onder de vernieuwde koers van Voetbal International. Op het digitale betaalplatform van het vakblad, VI Pro, worden analyses van alle genres het beste gelezen, door bijna 7.500 abonnees.

Statistische analyse wordt versleten als een niche, maar door ontwikkelingen in de voetbalsport ligt een stijging voor de hand. Voetballers zijn door de toenemende professionalisering en commercialisering van de sport steeds minder beschikbaar voor de traditionele media. Ze staan alleen voor de camera van zendgemachtigde FOX Sports, of kunnen via de eigen (club)kanalen hun achterban naar eigen wens bedienen. Het citaat van een speler in de krant verliest zijn waarde. Van den Velde (VI): „Statistische analyse biedt een uitkomst voor traditionele media om exclusieve inhoud aan te bieden.”

Dit is een bewerking van het afstudeeronderzoek van Jeroen van Barneveld, opleiding journalistiek Christelijke Hogeschool Ede.
    • Jeroen van Barneveld