Prijsafspraken

Kabinet wil lagere vergoeding voor ongecontracteerde zorg

Het kabinet wil een lagere vergoeding voor zorg die wordt verleend zonder contract tussen zorgverzekeraar en zorgverlener. Dat schrijft minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) vrijdag in een brief aan de Tweede Kamer. Hij wil zo zorgaanbieders en zorgverzekeraars onder druk zetten om meer contracten af te sluiten. Nu nog wordt zorg van artsen, verpleegkundigen en instellingen die zonder prijsafspraken werken met minimaal driekwart vergoed.

Op plekken waar contracten ontbreken worden vaak hogere kosten gemaakt. De Jonge denkt met het voorstel geld te kunnen besparen, met name in wijkverpleging en de psychische gezondheidszorg, waar het aandeel zorg zonder contract jaarlijks met 6 procent stijgt. Het plan hoeft slechts te worden uitgevoerd als het aandeel niet-gecontracteerde zorg na deze waarschuwing nog steeds niet daalt, stelt de minister. Zijn voorganger Edith Schippers (VVD) wilde in 2014 de vergoeding voor ongecontracteerde zorg helemaal schrappen, maar kreeg hiervoor geen steun in de senaat.

Intussen lijkt de stijging van de premies van basisverzekeringen in 2019 bij de grote zorgverzekeraars mee te vallen. Van de vier grootste verzekeraars – Achmea, VGZ, CZ en Menzis – maakten de laatste drie de voorbije dagen de verhoging bekend. Bij VGZ, CZ en Menzis gaat het om respectievelijk 4,75, 8,55 en 3 euro per maand. Dat is lager dan de 10 euro die het ministerie van Volksgezondheid voorspelde. Achmea volgt nog.