Recensie

Opera Zuid fileert Amerikaanse droom in ‘A Quiet Place’

Opera

„Je hebt mannen die het maken en mannen die ingemaakt worden.” In ‘A Quiet Place’ schetst Bernstein hoe de welvaartsobsessie een gezin ontwricht.

Foto Joost Milde

Van de voorstellingen die op dit moment bij de drie nationale operagezelschappen te zien zijn overtuigt verrassend genoeg – want zij krijgen de minste subsidie – vooral Opera Zuid, in het zelden vertolkte A Quiet Place van Leonard Bernstein. Geen gekunsteld samenspel tussen videowand en toneel zoals in Puccini’s Tosca bij de Nederlandse Reisopera. Ook geen Franse revolutie die plots in Zuid-Spanje opduikt om Rossini’s Barbier van Sevillabij De Nationale Opera aan het slot een politieke draai te geven. Nee, de kracht van A Quiet Place was nu juist dat regisseur Orpha Phelan níet krampachtig verwees naar historische of actuele verhaallijnen, die zich buiten de context van de opera zelf bevinden.

En zo kwam de nadruk van dit gezinsdrama in de Amerikaanse buitenwijken te liggen waar die hoort: bij de karakters en hun binnenwereld, bij wat het publiek kan navoelen. Vooral de baritons blonken uit. Huub Claessens ontroerde als Old Sam, de gedesillusioneerde vader, Sebastià Peris i Marco belichaamde viriel zijn jongere ik en de plooibare stem van Michael Wilmering verklankte kleurrijk de verknipte wanhoop van zoon Junior.

Componist Bernstein en tekstdichter Stephen Wadsworth beschrijven in A Quiet Place de leegte van de Amerikaanse droom. Materieel gaat het goed in het witte huis, het type dat in elke stad de buitenwijken voor de middenklasse siert, „met wijn in de soep, een tweedeurs sedan, en een cabriolet op de stoep”. Maar het belang van deze groeiende welstand, en van Sams economische winnaarsobsessie, ontwricht het gezin. „Je hebt mannen die het maken en mannen die ingemaakt worden.”

Ironisch tegenwicht

In de oorspronkelijke versie schetste A Quiet Place de confrontatie tussen de vader en zijn twee volwassen kinderen na het verongelukken van moeder Dinah. Bernstein maakte daarmee in 1983 – drie decennia na dato – een vervolg op zijn eenakter Trouble in Tahiti, dat het huwelijk van Sam en Dinah portretteert aan het begin van de jaren vijftig. De première in Houston flopte, waarop Bernstein en Wadsworth het stuk herzagen. Ze verwerkten de scènes uit Trouble in Tahiti als flashbacks in A Quiet Place. De loodzware laatste opera kreeg zodoende een ironisch tegenwicht, onder meer met een speels jazztrio dat in reclamespots de materiële zegeningen van het Amerikaanse burgerleven bezingt.

Bernstein componeerde een partituur met een bonte mengeling van stijlen, van een citaat uit Mendelssohns Vioolconcert tot grillige jazz-ritmes. Menig orkest struikelt daar over, dan slibben de noten dicht door de symfonische benadering. Dirigent Karel Deseure en Philharmonie Zuidnederland daarentegen wisselden moeiteloos van muzikale gedaante. En zo ontstond tussen orkest, zangers en regie een chemie die het innerlijke wezen van deze opera blootlegde: het gaat niet om horen maar om luisteren.

    • Joost Galema