Recensie

Mooi gezongen, maar een wat ouderwetse ‘Barbier van Sevilla’

Opera Voor het eerst in dertig jaar brengt De Nationale Opera weer een nieuwe productie van Rossini’s sprankelende ‘Barbier van Sevilla’. De regie van Lotte de Beer doet looiig aan, maar de cast is geweldig.

Hét krachtpunt van de voorstelling is de cast: een parade aan puike stemmen. Foto Marco Borggreve

Niet voor niets memoreerde De Nationale Operadirecteur Sophie de Lint het na de première van Rossini’s Il Barbiere di Siviglia: komische opera is het moeilijkste wat er is. Hoe komt het dat publiek soms schuddebuikt om een piepende deur met een minnaar erachter, terwijl het onberoerd blijft onder een inval die op papier geweldig werkt? Hoe ‘regisseer’ je een lach die hangt aan de zijden draad tussen orkest en zanger/acteur?

Voor De Nationale Opera is Rossini’s Barbier een beladen titel. De legendarische enscenering van Dario Fo (1987) was met vijf reprisereeksen en verscheidene televisievertoningen de meest succesvolle productie in de geschiedenis van het huis. Video’s van die enscenering doen nóg bulderen om wezenloos op de maat meewuivende parasolfranjes of een barbiersmes dat suggestief richting broekspijp afglijdt. Ga daar maar eens overheen. Dat vergt jeugdige moed. Bravoure. Frisse inzichten.

Lotte de Beer (1984) is bij DNO het jonge talent dat de afgelopen jaren de meeste kansen kreeg. Il Barbiere is al haar zesde DNO-productie, maar zeker niet de beste. De opera is gebaseerd op de gelijknamige komedie van Pierre Beaumarchais, waarin de ziel van de Franse revolutie heerlijk borrelt en suddert onder een lichte toon vol snedige speldenprikjes naar de gevestigde orde.

De vraag is hoe je daarmee omgaat. Dario Fo wist in zijn Barbier weg te blijven van een lachremmende zwaarte – niet door het politieke te mijden, wel door die te compenseren met komische kolder. De Beer maakt het sociaal-politieke element van Il Barbiere op een veel zwaardere manier tot hoofdpijler. Die dokter Bartolo, die met zijn pleegdochtertje Rosina wil trouwen, dat is toch gewoon een heerszuchtige smeerlap? En de graaf Almaviva van wie Rosina wél droomt lijkt nu leuk, maar uit Het huwelijk van Figaro, Beaumarchais’ vervolg, weten we dat ook hij geen greintje beter zal blijken. En dus vergroot De Beer de duistere zijde van Sevilla uit: Rosina wordt door Bartolo ruw verkracht in het luxe doktershuis, waarna het decor in de nogal bizar uit de lucht vallende slotscène omklapt naar de ongepleisterde zijde en zich een heruitvoering van Delacroix’ La Liberté guidant le peuple voltrekt – mogen er betere, sociaal minder scheve tijden volgen.

Komische elementen

De Beers uitgangspunt is valide, ware het niet dat Il Barbiere geen opera seria is en de ernst op het podium duchtig botst met Rossini’s zonovergoten noten. Ook De Beer probeert haar boodschap wel met komische elementen te verluchtigen, maar als geheel doet haar Barbiere in de achttiende-eeuwse setting nogal ouderwets en looiig aan.

De ouverture begint wél geweldig, met een lekker absurd ballet van dartelige kindercupcakes.

Sterk is ook de entree van de sleutelfiguur Figaro, hier geen bewonderd ‘factotum’ maar een genegeerd opscheppertje. Echt om te lachen is de wanordelijke finale van de eerste akte, waarbij een gigantische paardenkont reuzenkeutels poept en een theaterpaard met fluwelen ogen de show steelt. Maar net die twee ingrediënten zijn knipoogjes naar de Rossini’s van Dario Fo, waarin zowel paard als excrementen ook een glansrol speelden.

Muzikaal slaagt dirigent Maurizio Benini er bij het prachtig klinkend Nederlands Kamerorkest niet in de lijnen tussen podium en bak overal strak te trekken, hoewel zijn gevoel voor vertraging en versnelling zorgt voor aanstekelijke momenten.

Hét krachtpunt van de voorstelling is de cast: een parade aan puike stemmen. Naast de geweldige, piepjonge Misha Kiria (Bartolo) staat de volle, lenige bariton Davide Luciano als Figaro, bas-bariton Marko Mimica als prachtig volle Basilio en tenor René Barbera als heldere, kernachtige Almaviva. Nino Machaidze (Rosina) klinkt opvallend vol en aards in haar meisjesachtige rol, maar compenseert dat met lenige coloraturen.

    • Mischa Spel