Volgens het OM is er maar één oplossing: minder mest en dus minder vee

Mestoverschot Een jaar geleden onthulde NRC fraude met mest. Minister en sector zouden die aanpakken. Die belofte is niet volledig ingelost. En het mestprobleem groeit.

Stal in ‘risicogebied’ De Peel. Sinds grootschalige mestfraude aan het licht kwam, wordt daar gerichter gecontroleerd. Foto Merlin Daleman

Toen de storm opstak, trad de minister naar voren. Ze beloofde meer controleurs op het land, een simpeler wet, een landelijke groep van wijzen en een einde aan subsidies voor fraudeurs. De veeboeren en de mesthandelaren, zij beloofden beterschap. Vanaf nu hielden ze elkaar goed in de gaten. De aanklager nam alle mestzaken nog eens goed door.

Dat was in november vorig jaar. De georganiseerde mestfraude in Noord-Brabant en Limburg, beschreven in NRC, had direct de aandacht van de net aangetreden minister Carola Schouten (Landbouw, ChristenUnie) en van de Europese Commissie. Nederland mocht meer mest uitrijden dan andere landen, zolang de overheid dit maar goed controleerde. Daar ontstond twijfel over.

Nu, een jaar later, zeggen betrokkenen hard gewerkt te hebben om de fraude beter aan te pakken; sommigen zijn er bijna dagelijks mee bezig. Maar niet alle beloften werden ingelost. De landelijke taskforce die de minister aankondigde, kwam er niet. Er zijn nauwelijks extra inspecteurs van toezichthouder NVWA. Fraudeurs kunnen nog altijd subsidies krijgen. Eenvoudiger regels laten op zich wachten. Mestbedrijven zijn nog niet gecertificeerd. Slechts 76 van de 40.000 bedrijven tekenden tot nu toe een gedragscode.

Het kan zijn dat het nog wat vroeg is om een balans op te maken. Maar misschien is de praktijk weerbarstig.

De zuidelijke mesthandelaren met wie NRC sprak, zien de laatste maanden opvallend weinig controles. En dat terwijl de druk op de markt toeneemt. Cijfers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) tonen dat de mestexport naar Duitsland met bijna 30 procent afnam sinds ook daar het beleid strenger werd. Er kan dus minder mest naar het buitenland, terwijl voor een kwart van alle mest in Nederland geen plek is.

Lees hier het hele onderzoek: Het Mestcomplot

Hoe meer druk op de markt, hoe duurder het is om mest af te voeren en hoe groter de kans op fraude.

Het mestprobleem nam het afgelopen jaar niet af, het groeide.

‘Niet veel veranderd’

„Bij de voorbereiding van dit gesprek besefte ik dat, wat handhaving betreft, er niet veel veranderd is”, zegt Rob de Rijck, de landelijk coördinerend milieuofficier-van-justitie. „We zijn actief op het gebied van mestfraude, maar dat waren we al.”

Hij zou namens het Openbaar Ministerie plaatsnemen in een landelijke taskforce. Eén keer had hij bestuurlijk overleg, met al die mensen die mestfraude helpen bestrijden: politieagenten, dijkgraven, gedeputeerden, inspecteurs, controleurs van de NVWA. Dat was vlak voor de zomer. Met 35 mensen zaten ze aan tafel. Een tweede overleg kwam er niet: agendaproblemen. De Rijck: „Lokaal is er wel wat meer samenwerking ontstaan.”

Het plan dat de minister eind september naar Brussel stuurde, stelt het OM niet gerust. Eén: het OM is er volgens De Rijck te weinig bij betrokken. Dat verbaast hem, omdat het over handhaving gaat en het OM een deel van het plan zal moeten uitvoeren. Twee: „De nadruk ligt te veel op repressie en te weinig op preventie. Zelfs als je onze capaciteit en die van de NVWA verdubbelt, heb je niet meer dan twee druppels op een gloeiende plaat.”

150 tot 200 mestzaken

Volgens het OM is er maar één oplossing: minder mest en dus minder vee. De Rijck: „Er is meer mestproductie dan het land aankan. Ik ben niet politiek verantwoordelijk en ik ben niet deskundig op het gebied van voedselvoorziening, maar gedacht vanuit het strafrecht is de enige manier om mestfraude werkelijk tegen te gaan een verminderde productie van mest. De veestapel zal kleiner moeten worden.”

Hij vertelt over de Dance Parade toen hij eind jaren negentig in Rotterdam officier van justitie was. „Massa’s mensen kwamen erop af.” Om overlast tegen te gaan, werd het bezoekers verboden bier bij zich te dragen. Maar de winkels mochten blikjes bier blijven verkopen „en dus liepen honderdduizend man met bier op straat. Daar kun je niet op handhaven. Later is men terecht de verkoop van alcohol tijdens het evenement aan banden gaan leggen. Daar doet dit me aan denken.”

Het strafrecht lost dit niet op, zegt De Rijck. Rond de 150 tot 200 mestzaken behandelt het OM nu, van simpelweg meer dieren houden dan is toegestaan tot verhulling, fraude en zware criminaliteit. „Zelfs als we in elke zaak binnen een half jaar een uitspraak hebben, lossen we het probleem niet op.”

Kritiek op ongelegen moment

Minister Schouten lijkt een paar dagen later in haar werkkamer verrast door de uitspraken van het OM in zo’n politiek gevoelig dossier. Ze kent de kritiek. „De officier heeft mij hier op het ministerie wel eens hetzelfde gezegd.” Maar dat het OM zo kritisch is over haar handhavingsplan verbaast haar. De kritiek komt bovendien op een ongelegen moment.

De uitzonderingspositie (‘derogatie’) om meer mest te mogen uitrijden dan andere landen loopt over een jaar af. Brussel moet nog beslissen of Nederland dat na 2019 mag blijven doen. De aanpak van mestfraude is daarbij van belang. Dat uitgerekend het OM, de organisatie die moet handhaven, nu openlijk kritiek heeft, kan die derogatie in gevaar brengen. Zonder derogatie moet de veestapel fors inkrimpen, omdat Nederland dan minder mest mag produceren.

Lees meer over de Nederlandse uitzonderingspositie: Koeienfraude bezorgt Nederland imagoschade in Brussel

Schouten zegt dat er wel degelijk overleg is geweest met justitie. Ze benadrukt de goede banden met haar collega ‘Ferd’ Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA). „We zijn nog samen op werkbezoek geweest.” Ze sprak officier De Rijck een keer in een overleg. En over haar plan is „overleg geweest op ambtelijk niveau”.

Schouten werkt aan de omvang van de veestapel, zegt ze. In gebieden met het grootste mestoverschot komt een „warme sanering” van varkensbedrijven. Ze trok 120 miljoen euro uit voor het opkopen en uit de markt halen van zogenoemde ‘varkensrechten’.

Heeft de minister het afgelopen jaar wel eens net als het OM gedacht dat Nederland beter af zou zijn met nog minder vee en mest? Schouten: „Dit is een heel politieke discussie. Ik kijk welke stappen ik kan zetten. Als ik nu begin met ‘we gaan de veestapel verkleinen’, dan schieten dit soort discussies weg. Ik krijg dan niet de partijen mee die ik mee moet krijgen. Niet zozeer alleen politiek, maar ook in de sector.”

„De plannen van minister Schouten zullen landelijk bezien een beetje helpen”, denkt Hans van Grinsven van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). „Maar het fundamentele probleem blijft bestaan: er is te veel mest en de kosten voor vooral varkenshouders om hun mest kwijt te raken zijn hoog en drukken zwaar op het gezinsinkomen.”

Effectiever en slimmer

Schouten wijst ook op andere maatregelen. De aanpak van mestfraude is volgens haar „effectiever en slimmer” geworden. De controles richten zich op risicogebieden als De Peel en daarbinnen op bijvoorbeeld de vervoerders van mest. Data worden beter gedeeld.

Ze erkent dat er geen landelijke taskforce is, ook al kondigde ze die aan als belangrijke maatregel. Ze zat dat ene bestuurlijk overleg voor, met 35 mensen aan tafel. „Ik heb niet per se op een taskforce gestuurd, het ging er mij om de samenwerking tussen al die controlerende partijen te verbeteren. Dat gebeurt nu vooral regionaal. Het waterschap van Gelderland hoeft niet per se mee te denken over wat Brabant aan het doen is.”

Een vereenvoudigd meststelsel laat nog zeker „twee of drie jaar op zich wachten.” En helaas is het schrappen van subsidies aan mestfraudeurs moeilijker dan gedacht. Subsidies kunnen alleen worden stopgezet als een bedrijf is veroordeeld voor fraude op exact het gebied waarvoor de subsidie is verstrekt.

Wel is RVO, die de subsidies verstrekt, „bezig een lijst te maken van namen van fraudeurs. Het kan de aanvraag van subsidies beïnvloeden.”

De NVWA kreeg niet per se meer controleurs, nee. Er is intern geschoven, waardoor er een enkele controleur bij kwam voor de opsporing van mestfraude, „maar of dat ook echt in De Peel neerslaat, moet nog blijken”. Het digitale systeem waarmee de toezichthouders nu al alle ladingen mest in het land real time kunnen volgen, wordt uitgebreid. De NVWA wil, net als een jaar geleden, NRC niet te woord staan over mestfraude.

Verweven onder- en bovenwereld

Mestfraude is „een veelkoppig monster”, zegt Schouten. Het gaat volgens haar ook om de cultuur. „Een loonwerker in de mest kreeg een verzoek van iemand om iets te doen wat tegen de regels was. Hij zei: ‘Dat doe ik niet’ en die persoon werd gewoon door bijna een hele gemeenschap geboycot. Het is niet alleen een sector, het zit dieper. Dit gaat ook over de verwevenheid van onder- en bovenwereld. Ik heb niet de illusie door op een knop te drukken een heel probleem op te lossen.”

Ook secretaris Hans Verkerk van de vereniging voor mestvervoerders Cumela ziet dat de cultuur onder zijn leden moet veranderen. Hij was dit jaar al zijn tijd kwijt aan het terugdringen van de mestfraude. Hij zegt keihard gewerkt te hebben aan een gedragscode en een keurmerk (‘KeurMest’). Dat is een voorloper van de certificering, die op zijn vroegst volgend jaar zomer van start gaat, schat hij. „Vooralsnog is het allemaal alleen bedoeld om leden aan het denken te zetten. Laten we niet de illusie hebben dat we dit met een paar korte klappen voor elkaar hebben. Het is een lange weg.”

Hoe de georganiseerde criminaliteit in de mestsector doorwoekert, bleek afgelopen jaar. Een doortastende opsporingsambtenaar van de NVWA werd met de dood bedreigd. „Verbale intimidatie van een ambtenaar, van een stevige soort”, zegt officier De Rijck, die meldt dat het OM de zaak in onderzoek heeft.

Minister Schouten wil er niet veel over kwijt: „Het gaat om criminelen”.

    • Esther Rosenberg
    • Joep Dohmen