Opinie

    • Piet van Reenen

In het lijf van de politieman sijpelt andermans ellende binnen

Een van de grote successen van de politie is het programma waarmee het persoonlijke weerbaarheid versterkt. De politie is te bescheiden om dat te etaleren, schrijft Piet van Reenen in de Veiligheidscolumn. Het opende zijn ogen.

2017, boerenprotest Brussel. Rustige optocht eindigt in een grimmige sfeer op het Schumanplein . Nederlandse politie stuurt team ter plaats voor hulp Foto: Pieterjan Luyten

‘Weerbaarheid’. Ik had die term altijd gelezen als jezelf kunnen verdedigen. Robuustheid, je mannetje staan en dat soort begrippen. Het onderwerp sprak mij ook aan omdat ik een hekel heb gekregen aan radioberichten over vechtpartijen waarin de politie ingrijpt en waarbij ‘slachtoffers’ aan politiezijde zijn te betreuren. Slachtoffers bij de politie.

In mijn denken kende de politie wel gewonden en dan moet het echt wel om iets gaan, maar geen slachtoffers. Dat is oud denken, heel oud denken. Ik werd me daarvan bewust toen de resultaten van onderzoeken naar bedreigingen aan het adres van politiemensen, naar geweld tegen de politie en daarnaast naar de omvang van PTSS bij de politie  werden gepubliceerd. De alarmbel die ook politiebonden krachtig geluidt had, kreeg feitelijke onderbouwing: politiemensen kunnen slachtoffer worden van hun werk.

En dan nog niet eens in de eerste plaats door de verwondingen bij vechtpartijen. Nee, het zijn de lang na-echoënde effecten van doodsangst of de ervaringen van een beroepsleven waarin andermans ellende en rampspoed langzaam binnensijpelt in je psyche en je lijf, om er niet meer uit te verdwijnen. Voor politiemensen is de stad of het gebied waarin zij werkten ook een verzameling van ‘plaatsen van herinnering’, van gebeurtenissen soms humoristisch, maar meestal gevaarlijk of aangrijpend. ’Het werkelijke politievak gaat over moed, angst en stress – maar niemand heeft het erover.’

Zingeving

Het ‘Programma versterking professionele weerbaarheid politie’ dat in 2011 van start ging binnen de politie, gaat over die nieuwe weerbaarheid en het opende mijn ogen. Het uitgangspunt van het programma is niet een probleem maar een ambitie; weerbaarheid is een deel van de vakbekwaamheid van politiemensen en moet zijn verankerd in de politieman of vrouw. De mens als uitgangspunt en vakbekwaamheid als ingang: ‘in fysieke balans (extra lastig tijdens de nachtdienst!), mentale grip (zoals controle van aandacht, energiemanagement) en zingeving van de actie (leven redden, orde handhaven)’. Mensen in balans functioneren beter; hoe evenwichtiger de politiemens, hoe groter de kans op een evenwichtig optreden.

De mentale krachttraining, het 24-7 Loket Politie, Fit@NP en het suïcideregistratiepunt zijn voorbeelden van producten van het programma, en het gaat nog door. De  mentale krachttraining is intussen aan alle politiemensen gegeven en is geïntegreerd in de opleidingen. Het lijkt erop dat politiemensen, doorgaans wantrouwend tegen zieleknijperij en twijfels aan hun stoerheid, gevallen zijn voor de overtuigingskracht van het programma. Neuropsychologisch onderzoek binnen de politie en op de Politieacademie liet zien wat het effect is van stress op het lichaam van politiemensen en wat het resultaat is van training ter hantering daarvan.

Ontspanning

Zien is geloven. Dat geldt voor individuele politiemensen, maar ook voor groepen. Bij de voorbereiding van operaties van arrestatieteams bijvoorbeeld vuurden sommige commandanten hun teamleden aan voordat ze een operatie startten, ongeveer zoals volleybalteams de wedstrijd ingaan. Bij meting bleek dat dat ritueel stress verhoogde en het vermogen om rationeel en gecoördineerd te handelen kan verminderen. Een ontspanningsoefening werkte beter. En als je dat gewoon kun laten zien, dan zijn ook AT-leden snel overtuigd.

Vakbonden, de grote aanjagers van het programma, de politietop, het ministerie van Justitie en Veiligheid en de Politieacademie hebben het programma voorbereid en ingezet. Eerst is de geüniformeerde dienst aan de beurt geweest, maar het is intussen uitgebreid naar andere diensten zoals de districtsrecherche  en kinderpornorechercheurs.

Defensief

Waarom ik dit allemaal vertel? Omdat de politie meestal gewoon aan het werk is en niet zo over haar successen praat. Omdat in dat werk het bijzondere gewoon is geworden. Omdat de meeste televisie- en krantenberichten over de politie kritisch van inhoud en toon zijn en politiemensen soms defensief gaan opereren. Omdat vaak de politie ook niet gelooft in haar eigen excellentie, maar dat dat onterecht is. Daarom. Dit is een excellent programma, dat praktisch nut heeft, systematisch is uitgerold binnen de politie, dat door wetenschappelijk onderzoek wordt ondersteund, dat leidt tot academische proefschriften en dat in binnen- en buitenland belangstelling heeft bij hoog-risico beroepen en binnen de academische wereld.

Ik heb mijn weerbaarheidsdenken moeten herzien. Het is oud denken. Weerbaarheid is breder dan ik dacht, het is ook dieper. Het is een hernieuwde poging om het menselijke van politiemensen en hun werk inhoud te geven.

De Veiligheidscolumn wordt geschreven door criminologen en politiedeskundigen. Piet van Reenen was politieman, onderzoeker, directeur van de Politieacademie en hoogleraar Politie en Mensenrechten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Piet van Reenen