Opinie

Haast is geboden voor rechtvaardiger digitale belastingen

Big tech

Big Tech zal nog een tijd wegkomen met het betalen van extreem weinig belasting. In Brussel bleek afgelopen week dat de meeste Europese ministers van Financiën een nieuwe belasting op digitale omzet van technologiereuzen (digitaks) in principe wel zien zitten, maar dat de meesten Europa eigenlijk te klein vinden om dit te regelen. Zij willen liever een akkoord op het niveau van de rijkelandenclub OESO. Maar of het nou in de EU of de OESO wordt geregeld: hoe sneller hoe beter.

Het idee achter een Europese digitaks is om bedrijven als Facebook, Apple, Amazon en Google in de hele Europese Unie een omzetbelasting van 3 procent te laten betalen. Het belasten van lokale omzetten in plaats van makkelijker tussen landen te verplaatsen winsten, kan een oplossing zijn voor het probleem dat de allerrijkste bedrijven van de wereld hun eerlijke deel al jaren niet betalen. Maar de Europese Unie hakt telkens geen knopen door. Er blijft onenigheid over de details. Zorgvuldigheid is vanzelfsprekend belangrijk. Maar bovenal is haast geboden.

Europa moet voorkomen dat techgiganten nog langer vrijwel belastingvrij kunnen verdienen aan de data van Europese burgers, en dat deze bedrijven een oneigenlijk voordeel hebben ten opzichte van kleinere Europese concurrenten. Amazon betaalde de afgelopen jaren volgens denktank Brookings Institution in het Verenigd Koninkrijk elf keer minder belasting dan traditionele boekhandels. Apple betaalde in de EU in 2014 dankzij een (illegale) deal met Ierland 50 euro belasting per miljoen euro winst, dat is 0,005 procent. Ook de belastingdruk op Google en Facebook is veel lager dan die op de meeste andere bedrijven. De Commissie schatte eerder dit jaar dat bedrijven met een digitaal verdienmodel gemiddeld een effectief belastingtarief betalen van 9,5 procent, tegen 23,2 procent voor traditionelere ondernemingen. Dat is minder dan de helft.

De ergste excessen worden inmiddels land voor land aangepakt en ook de Europese Commissie is assertiever dan voorheen. Maar bedrijven kunnen door de verschillen tussen lidstaten nog steeds veel constructies optuigen om belasting te ontwijken. Dit is een onhoudbare situatie en overduidelijk onrechtvaardig omdat de allersterkste schouders nu de lichtste lasten dragen. Dat ze hun geld veelal verdienen met ontastbare diensten mag ze niet onaantastbaar maken voor de fiscus.

Dit voedt groeiende ongelijkheid en populistische woede tegen het economische systeem. Bovendien is een belangrijke vraag wat deze situatie doet met de belastingmoraal van burgers. Als Airbnb zelf amper belasting betaalt, zullen burgers dan nog wel netjes hun eigen Airbnb-inkomsten opgeven bij de jaarlijkse aangifte? Stap voor stap holt deze misstand niets minder uit dan het systeem waarmee landen hun publieke voorzieningen financieren.

Het specifiek belasten van de grote, voornamelijk Amerikaanse, techbedrijven vergt wel verfijnd juridisch en diplomatiek schaakspel. De regering-Trump noemde de Europese houding ten opzichte van Big Tech eerder „oneerlijk”. Ook onder Obama trok de Amerikaanse regering het aanpakken van techbedrijven altijd snel in de geopolitieke en „anti-Amerikaanse” sfeer. Het is en blijft een gevoelig onderwerp in de transatlantische verhoudingen.

Het is aan de Europese Commissie om elke schijn van een anti-Amerikaanse belasting te vermijden. Deze zaak mag geen onderdeel worden van de protectionistische golf die over de wereld spoelt. Dit draait niet om Europe First maar om rechtvaardigheid. In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie. In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.