CBS

Meer huishoudens met minder geld in 2017

Het aantal huishoudens onder de lage-inkomensgrens is vorig jaar met 4,5 procent gestegen tot 599.000. In 2016 vielen van de 7,3 miljoen huishoudens nog 572.000 onder deze grens. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag.

Doordat meer huishoudens onder de lage-inkomensgrens vallen, neemt ook het aantal huishoudens waarvoor armoede dreigt toe: van 7,9 naar 8,2 procent. Volgens het CBS komt die stijging met name door Syrische vluchtelingen, die in Nederland een verblijfsvergunning ontvingen en vaak afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. Zij mogen van de wet pas werken als ze een taaltoets hebben gehaald.

Het Centraal Planbureau (CPB) voorspelt in een raming dat dit jaar het aantal huishoudens onder de lage-inkomensgrens gelijk blijft, en in 2019 daalt met 7,5 procent. De grens is vorig jaar bepaald op 1.040 euro per maand voor kinderloze alleenstaanden en 1.960 euro voor ouders met twee kinderen.

Gepensioneerden hebben verhoudingsgewijs de kleinste kans om in de armoede terecht te komen. Hoewel relatief veel gepensioneerden voordat zij 65 jaar werden onder de lage-inkomensgrens vielen, komen ze hier weer boven naarmate ze hun volledige pensioenbedrag krijgen uitbetaald.

Ook hogeropgeleiden hebben relatief weinig een laag inkomen. Vorig jaar had 3,6 procent van de huishoudens met een hoogopgeleide kostwinner een inkomen onder de lage-inkomensgrens. Onder middelbaar opgeleiden was dit 7 procent, bij lager opgeleiden 14,2 procent.