Brieven

Brieven

In het artikel Open access? Hoog tijd dat de wetenschap de rijen sluit (7/11) doet NWO-directeur Stan Gielen het voorkomen alsof er door het model van open access voor wetenschappelijke tijdschriften geld vrijkomt voor onderzoek. Dat is niet zo. Open access is een ander financieringsmodel: de kosten worden niet meer bij de bibliotheken maar bij de onderzoekers gelegd die moeten betalen om te mogen publiceren. Daardoor groeit de afhankelijkheid van organisaties voor onderzoeksfinanciering, zoals NWO.

Binnen de universiteiten waar altijd geld te kort is, zullen afwegingen moeten worden gemaakt tussen wie wel en niet kan publiceren. In dat proces zijn de verhoudingen erg ongelijk, omdat een promovendus bijv. afhankelijk is van de promotor. De machtsverhoudingen gaan dus schuiven. Onder het systeem van academische vrijheid kan iedereen iets naar een wetenschappelijk tijdschrift sturen, zonder daar toestemming voor te vragen. Het wordt dan door vakgenoten op zijn merites beoordeeld en niet op zijn financierbaarheid.

De eerder door Martijn Katan genoemde nadelen (27/10) wuift Gielen weg. Volgens hem is de overstap naar een systeem van open access „noodzakelijk” en niet een politieke keuze. Dit nieuwe systeem wordt ons echter opgedrongen door financieringsinstellingen met het argument dat er dan vrije toegankelijkheid zal zijn voor het publiek. Iedereen kan nu al naar een bibliotheek gaan en een tijdschrift inkijken; veel literatuur is online beschikbaar in preprint vorm. Men kan anders de auteur om een pdf vragen.

De mogelijkheid om ongehinderd te kunnen publiceren is cruciaal voor vernieuwing en voor een vrije samenleving. Het was niet toevallig Louis Elzevir die Galilei’s manuscript uit Italië smokkelde om het in Leiden te drukken.


Wetenschapsdynamica (UvA)
    • Loet Leydesdorff