Opinie

    • Frits Abrahams

Boeddha is big business

Wat bezoekers van de tentoonstelling Het leven van Boeddha in de Nieuwe Kerk in Amsterdam zich niet mogen laten ontgaan, is de audiotour met Erica Terpstra.

Niemand kan prachtiger ‘Práchtig!’ uitroepen dan zij. Het is jubel van het hoogste niveau. Je kunt haar er niet bij zien, maar dat hoeft ook niet als een stem zó uitbundig kan juichen. Het klinkt alsof ze je opbelt met de gelukwens dat je meer dan een miljoen hebt gewonnen in de Postcode Loterij en dat zij die jou hoogst persoonlijk komt overhandigen.

Kippenvel. Het overkwam mij al bij het begin van de tentoonstelling toen ik aanvankelijk nog vrij onaangedaan naar een boom van Ai Weiwei stond te staren. Een flinke boom, zeker, maar in het Vondelpark zou ik er zonder opkijken langs zijn gefietst. Met Erica Terpstra in je oor laat je dat wel uit je hoofd. „Wat een práchtige boom van Weiwei! Ik word er helemaal stil van!”

Als Erica Terpstra ergens stil van wordt, kun je het tot ver voorbij Keulen horen donderen.

Gelukkig waren er op deze tentoonstelling ook momenten dat ik op eigen kracht kon stilvallen. Bijvoorbeeld bij die drie bergen grauw zand die Yoko Ono op kniehoogte naast elkaar had laten uitstallen. Three mounds heette het en het betrof aarde uit drie niet nader genoemde gebieden die veel leed hadden gekend. Louter vrouwelijk leed, begreep ik: vrouwen die onder huiselijk geweld hadden geleden, vrouwen die gedwongen opgenomen waren en vrouwen die slachtoffer waren van geweld tegen ouderen.

Ernstig genoeg, en het is waar dat mannen al genoeg klagen, maar toch betrapte ik me erop dat ik me afvroeg hoe Yoko Ono die zandbergjes destijds naar Europa had gekregen. Of zou ze tegen de musea hebben gezegd: „Pak maar wat uit jullie eigen tuin, aarde is aarde”?

Mijn gepieker werd abrupt onderbroken door een gebrilde vrouw van middelbare leeftijd die me vroeg: „Vindt u het leuk om mee te doen met begeleide meditatie?” Ik had haar al in het middenschip van de kerk gezien waar ze in kleermakerszit met een aantal mensen op een Japanse meditatiemat zat. Ze was een professionele trainer van het Centrum voor Mindfulness, zeer aanwezig op deze tentoonstelling. Zou de Boeddha zich nooit eens zorgen maken dat die lui van Mindfulness zijn hele toko overnemen?

Ik bedankte laf voor de uitnodiging met een gebaar naar mijn koptelefoon, waarin Erica Terpstra het zoveelste práchtige kunstwerk had ontdekt. Ze koppelde er ditmaal een moederlijk klinkende vermaning aan vast. „Jonge, jonge, we worden tegenwoordig langzamerhand wel erg respectloos tegen elkaar. Wees eens een beetje aardig voor elkaar!” Ze verwees plotseling naar een boeddhistisch kinderboekje dat ze had geschreven: Een knipoog van de Boeddha.

Ook bij een ander kunstwerk kon ze het niet laten om even de titel van haar boekje te laten vallen. Later, in de museumshop, zag ik het liggen. Het wemelde in die shop van de boeddhistische boekjes en beeldjes, want Boeddha is big business geworden. Mediteren is nog interessanter als het ook rendabel wordt.

Dat contrasteert grappig met al die boeddhistische teksten, ook op deze tentoonstelling, die iedereen proberen te genezen van zijn ‘zelfzuchtige verlangens’. De boeddhistische mens leeft niet bij Boeddha alleen.

    • Frits Abrahams