Achtervolger Ajax

Ajax maakt korte metten met Excelsior en blijft in het spoor van de koploper

Ajax snakt naar de eerste landstitel sinds 2014 en kan zich geen misstappen veroorloven wanneer de ploeg het gat met koploper PSV niet groter wil laten worden. Tegen Excelsior voldeed het team van trainer Erik ten Hag zondag probleemloos aan die opdracht door met 7-1 te winnen.

Ajax greep het duel in Kralingen aan om het doelsaldo op te vijzelen. De hoofdrol was weggelegd voor Donny van de Beek, die een belangrijk aandeel had in de eerste vier doelpunten. Hij scoorde zelf tweemaal, was betrokken bij de 2-0 (vrije trap Lasse Schöne) en stelde Kasper Dolberg met een subtiele hakbal in staat de 4-1 te maken. Ajax kwam op 5-1 door een eigen doelpunt van Jerdy Schouten en liep vervolgens via Hakim Ziyech en David Neres nog verder uit.

Zo beleefde Ajax een eenvoudige middag in Rotterdam en dat riep opnieuw de vraag op of het krachtsverschil tussen PSV, Ajax en de rest van de clubs in de eredivisie niet schrikbarend groot is. De achterstand van Ajax op PSV (nog altijd zonder puntverlies) blijft vijf punten. Voorlopig kan Ajax weinig anders dan zelf blijven winnen en hopen dat er een eind komt aan de zegereeks van PSV.

Volgens Matthijs de Ligt had er tegen Excelsior nog meer ingezeten. „Om eerlijk te zijn speelden we niet op honderd procent”, zei de aanvoerder van Ajax tegen het ANP. „We liepen soms een beetje te kloten.” De Ligt beaamde dat het kwaliteitsverschil „soms wel heel groot” is. Hij doelde vooral op het feit dat Ajax in de eredivisie op veel minder weerstand stuit dan in de Champions League. „Na zo’n duel met Benfica [afgelopen woensdag] ben je helemaal kapot. Als jonge speler zou je eigenlijk elke wedstrijd de limiet moeten opzoeken. Dat gebeurt in dit soort duels [in de eredivisie] te weinig.”

Toch merkte De Ligt dat het ook tegen een club als Excelsior gevaarlijk is om niet voluit te gaan. „Dat doelpunt van Excelsior was mijn fout”, zei hij. „Vorig seizoen schoot ik hier ook al in eigen doel. Het is niet mijn stadion, denk ik.” (NRC)