Opinie

    • Theo Boer

Aarzeling over koffie-euthanasie is terecht

Heel goed dat het OM de ‘koffie-euthanasie’ aan de rechter voorlegt, schrijft . Onbegrijpelijk dat de toetsingscommissie tegelijkertijd een vergelijkbaar geval goedkeurde.
Foto iStock

Het Openbaar Ministerie gaat, voor de eerste keer onder de euthanasiewet, een arts voor een onzorgvuldige euthanasie vervolgen. Het gaat om euthanasie bij een 74-jarige vrouw met gevorderde dementie die tijdens de euthanasie ging tegenstribbelen. De arts had vooraf een slaapmiddel in haar koffie gedaan (en daarom is dit geval de ‘koffie-euthanasie’ gaan heten), maar de patiënt werd bij het inbrengen van de naald wakker en moest tijdens de uitvoering door arts en familie in bedwang worden gehouden. De regionale toetsingscommissies euthanasie oordeelden dat de arts „een grens” had overschreden door haar het slaapmiddel heimelijk te geven en vond bovendien dat de arts had moeten stoppen toen de vrouw tegenstribbelde. Daarbij was de wilsverklaring van de patiënte allerminst helder geweest. Het is verstandig van het OM om de zaak langs deze weg aan een rechterlijke toetsing te onderwerpen, te meer daar een uitspraak grote gevolgen kan hebben voor duizenden Nederlanders met de diagnose dementie.

Lees ook: Vijf vragen: Eerste strafvervolging van een arts om euthanasie. Wat nu?

Menigeen heeft dan ook verbaasd opgekeken dat de regionale toetsingscommissies zeer onlangs bij een vergelijkbaar geval wél tot een goedkeuring kwam. Ook hier ging het om een zwaar demente patiënte en ook hier gaf de arts vooraf een kalmerend middel. Zeker: de wilsverklaring was in dit geval helderder dan bij de ‘koffie-euthanasie’ en de vrouw was tijdens haar heldere perioden consistenter geweest in haar euthanasiewens. Maar over het kalmerende middel, één van de springende punten in het vorige oordeel, maakten de toetsingscommissies inmiddels geen bezwaar meer. Verweet men de arts bij de ‘koffie-euthanasie’ nog het middel heimelijk toegediend te hebben, nu achtte voorzitter Jacob Kohnstamm het vooraf informeren van de patiënt „niet relevant” meer. Het slaapmiddel „was nodig omdat de vrouw zichzelf tijdens de injectie anders had kunnen verwonden”. Ook zij kreeg dus een slaapmiddel om te voorkomen dat zij zou tegenstribbelen. Nu kennelijk in een hogere dosering.

Het nieuwe oordeel is om twee redenen zorgwekkend. Eén: hier denderen de toetsingscommissies dwars door een juridische en ethische discussie heen. Die gaat over de vraag of het überhaupt wenselijk is om iemand te euthanaseren die niet meer weet wat euthanasie is. Zo’n dood om ‘vijf over twaalf’ mag voor veel burgers dan acceptabel zijn, medisch en maatschappelijk ligt dat ingewikkelder.

Hier denderen de toetsingscommissies door de discussie heen

Moet je een patiënt bij de uitvoering van de euthanasie niet in de ogen kunnen kijken in plaats van een euthanasie ‘stiekem’ te verrichten? Kan tegenstribbelen, behalve op ongemak over een naald die je huid binnendringt, er niet ook op duiden dat hier een levenswil opflakkert, in weerwil van alle ferme woorden uit een eerdere wilsverklaring? Kan het zijn dat een patiënt met haar laatste restje benul zegt: prima dat je me euthanaseert, maar nu even niet? En wie zijn wij om dan te zeggen: u hebt ooit uw zegje gedaan, dus nu ontnemen wij u die kans? Zegt het de toetsingscommissies niets dat, waar artsen ooit het voortouw namen tot legalisering van euthanasie, zij bij gevorderde dementie vooral aarzelen? Hadden de commissies het geduld niet om het besluit van het OM in de ‘koffie-euthanasie’ af te wachten? Of moeten we concluderen dat hier twee verschillende toetsingscommissies – er zijn er vijf, verspreid over het land – aan het werk zijn geweest, eerder één uit een ‘precieze’ regio en nu één uit een ‘rekkelijke regio’?

Zorgwekkend is de situatie ook in juridisch opzicht. Terwijl het OM bij de ‘koffie-euthanasie’ op basis van een oordeel van de toetsingscommissies vervolging instelt, spreken diezelfde commissies intussen in een vergelijkbaar geval een oordeel ‘zorgvuldig’ uit. Volgens de euthanasiewet heeft zo’n oordeel ‘zorgvuldig’, hoe grensverleggend en omstreden ook, een definitieve status. De situatie maakt indringend duidelijk hoeveel macht er destijds naar de regionale toetsingscommissies is gegaan, een mandaat dat psychiater Boudewijn Chabot ooit vergeleek met de almacht van een zestiende-eeuwse synode.

De tijd zal leren of het OM zich na het nieuwste oordeel van de toetsingscommissies nog vrij genoeg voelt om het verrichten van euthanasie bij gesedeerde patiënten kritisch te beoordelen.

    • Theo Boer