Recensie

Toneel over failliet ziekenhuis ‘Slaughtervaart’ mist impact

Recensie

The Tragedy of Slaughtervaart was bedoeld als fictie. Totdat de werkelijkheid toesloeg. Het toneelstuk is soms rauw, poëtisch en persoonlijk, maar heeft nét niet genoeg impact.

The Tragedy of Slaughtervaart met Jorn Heijdenrijk en Manja Topper. Foto Sanne Peper

Ze dragen nepkronen en nepbontjassen, alsof ze koning Macbeth en Lady Macbeth zijn van het Amsterdamse Slotervaartziekenhuis. Acteurs Jorn Heijdenrijk en Manja Topper spelen de hoofdrollen in het nieuwe toneelstuk The Tragedy of Slaughtervaart van Rob de Graaf over de neergang van het hospitaal. In werkelijkheid zijn zij ondernemer Jan Schram en ex-topvrouw Aysel Erbudak. Het is moedig van gezelschap Dood Paard aan de personages bestaande namen te geven. Toneelfictie en realiteit raken elkaar op onthutsende wijze: toen De Graaf het stuk schreef was het faillissement van 25 oktober jl. nog ver weg. Ineens was het zover.

Lees een reportage met de makers van het toneelstuk: Zieke mensen? Lekker geld verdienen

De locatie is de aula van het voormalige Calvijn College in Nieuw-West waar lege ziekenhuisbedden, twee opgezette dode paarden en een rolstoel een sinistere sfeer oproepen. Verpleegster Dwien (Ellen Goemans) verzet zich tegen de kwalijke plannen van Erbudak en Schram om het ziekenhuis over de hoofden van patiënten en personeel tot bron van geldgewin te maken. Kapitalisme wint het van zorg en idealisme.

De tekst van De Graaf is eerder bezwerende poëzie van een egoïstisch echtpaar dat zélf ook op de ondergang afstevent, dan een concreet drama. Manja Topper is een schitterende Aysel die slinks fluisterend haar man zo ver krijgt te investeren. Heijdenrijks verzet is kansloos. Het motto van de twee ondernemers, geschreven op een reusachtige wimpel, luidt: „We don’t care.”

Mede door de slechte akoestiek van de aula komt lang niet alle tekst duidelijk over, dat is jammer. Het slot, als Topper en Heijdenrijk in kaal licht in die eenzame ziekenzaal staan, is gelukkig van grote intensiteit. Hier wordt toneelfictie plots rauw, poëtisch en persoonlijk. Maar het is nét niet voldoende de impact van Slaughtervaart te redden.

    • Kester Freriks