Krijgt minister Ollongren de woningmarkt in beweging?

Woonbeleid Hoe doet Kajsa Ollongren, die maandag in de Tweede Kamer praat over haar woonbeleid, het als minister van Wonen? Een antwoord in drie kenmerken.

Minister Kajsa Ollongren en koning Willem-Alexander in oktober bij een werkbezoek aan de Utrechtse wijk Veemarkt. Het bezoek stond in het teken van de woningmarkt en energietransitie. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Kajsa Ollongren (D66) is ruim een jaar minister van Binnenlandse Zaken. En voor geen onderwerp uit haar portefeuille ging ze afgelopen jaar zo vaak naar de Tweede Kamer als de woningmarkt. Zo’n twintig van de vijftig debatten die ze als minister voerde, gingen over zaken als de inkomensafhankelijke huurverhoging, de invloed van particuliere beleggers of de almaar stijgende huizenprijzen.

Dat is eigenlijk al sinds haar aantreden zo. Maar Ollongren haalde het afgelopen jaar vooral de publiciteit met het afschaffen van het referendum en haar strijd tegen Russisch nepnieuws. Nu het stof rond die onderwerpen wat lijkt te zijn neergedaald, wordt duidelijk wat het belangrijkste dossier van Ollongrens ambtsperiode wordt: de problemen op de woningmarkt.

Deze maandag spreekt Ollongren met de Tweede Kamer over haar woonbeleid. De minister staat voor een grote opgave: het huidige tekort aan woningen in Nederland wordt op 200.000 geschat en tot 2030 zullen er naar schatting 1 miljoen huizen bijgebouwd moeten worden. Sterk stijgende huizenprijzen, met name in de Randstad, zorgen voor onbetaalbare koopwoningen, er zijn lange wachtlijsten voor de sociale huursector en er is een groot tekort aan vrije (midden)huurwoningen.

Nu Ollongren grofweg een jaar als minister achter de rug heeft en nog drie jaar te gaan, maakte NRC een rondgang langs Tweede Kamerleden, gemeenten, provincies, marktpartijen en maatschappelijke organisaties met de vraag: hoe doet ze het als woonminister? Een antwoord in drie kenmerken.

Haar stijl

Een minister van Wonen beweegt zich in een permanent overlegcircuit en moet alle betrokkenen zo goed mogelijk te vriend houden. Hoe doet Ollongren dat?

Het verschil in stijl tussen Ollongren en Stef Blok (VVD), minister van Wonen in Rutte-II, is groot, zegt een aantal van haar gesprekspartners. Marnix Norder, voorzitter van corporatiekoepel Aedes, noemt haar „een revelatie ten opzichte van haar voorganger”. Hij ziet een trendbreuk. „Van een Amerikaanse aanpak waarbij het kabinet het woonbeleid aan de markt overliet naar een meer Nederlandse polderbenadering waarbij ook het maatschappelijk middenveld wordt betrokken.”

Polderen is iets waar Ollongren om wordt geprezen. „Ze heeft op dag één alle partijen bij elkaar geroepen en gezegd: we gaan samen kijken hoe we dit oplossen”, zegt directeur Rob Mulder van Vereniging Eigen Huis. Dat doet de minister op een manier die wordt omschreven als hoffelijk, constructief en inhoudelijk sterk. NVM-voorzitter Ger Jaarsma noemt haar „een goede luisteraar”. „Ze heeft een open houding, veel meer dan Blok”, zegt Paulus Jansen, directeur van huurdersvereniging de Woonbond. „Bij Blok was het een kwestie van het uitwisselen van standpunten. Ollongren gaat de discussie aan.”

Lees ook: Starters zijn de dupe op de woningmarkt

In de Tweede Kamer klinkt meer kritiek op het vele gepolder. PvdA’er Henk Nijboer vindt dat er alleen maar overlegd wordt. Hij ziet in haar „een omgekeerde Jan Schaefer”, de oud-PvdA-staatssecretaris van Volkshuisvesting die bekend werd om zijn uitspraak: „In gelul kun je niet wonen.” Nijboer zegt daar nu over: „Niemand kan wonen en Ollongren ouwehoert alleen maar.” Oppositiepartijen krijgen in debatten wel de indruk dat de minister ze serieus neemt, zegt Paul Smeulders (GroenLinks). Zo gaat ze vrijwel altijd akkoord met onderzoeken. „Dat is mooi, maar die komen op de grote stapel. Het is ook een manier om tijd te kopen.”

Hoog tijd om echt wat te gaan doen, vindt ook Boudewijn Revis, voorzitter van de commissie Wonen van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). „We hebben nu een jaar de tijd gehad om aan elkaar te wennen. Laten we nu actie ondernemen.”

Haar visie

Ollongren presenteerde na een paar maanden gesprekken voeren in mei de Nationale Woonagenda, een document van zestien pagina’s dat vooral als een probleemanalyse leest en weinig nieuwe maatregelen bevatte. Daarin komt de neiging van de minister terug om verschillende standpunten samen te brengen, ziet Marnix Norder van Aedes. „Ze wilde de Woonagenda alleen doen met de instemming van maatschappelijke partners, zelfs al is de inhoud daardoor zwakker geworden.”

Het meest concrete aan de Woonagenda was het geformuleerde doel van een jaarlijkse nieuwbouwproductie van 75.000 woningen tot 2025. Maar harde afspraken over wie die woningen moet bouwen ontbraken, zo was een klacht uit het veld. Bouwend Nederland voorspelde al dat deze ambitie dit jaar en volgend jaar niet gehaald gaat worden. „Inhoudelijk klopt die ambitie wel, maar je moet het wel nog realiseren”, zegt voorzitter Maxime Verhagen.

Ook stemden niet alle betrokken partijen in. De gemeenten en de provincies, onmisbare partners voor het woonbeleid, ondertekenden het document niet. Terwijl ze per abuis wel werden genoemd in een concept-persbericht van het ministerie. Boudewijn Revis (VNG) noemt de verwarring daarover „betreurenswaardig”. De VNG kon zo vlak na de gemeenteraadsverkiezingen nog niet tekenen, omdat in veel gemeenten nog onderhandeld werd over het nieuwe woonbeleid. Maar ook inhoudelijk vond de VNG de Woonagenda onvoldoende. De gemeenten willen onder andere meer geld krijgen voor binnenstedelijk bouwen, wat erg prijzig is.

De Kamer is ook kritisch over de Woonagenda. CDA’er Erik Ronnes vindt de Woonagenda „zo breed dat hij focus mist” en vraagt zich af wat nu Ollongrens prioriteiten zijn. Qua visie ziet GroenLinks-Kamerlid Smeulders bij de minister huiver om in te grijpen in de sterk geliberaliseerde woningmarkt. Zo wilde ze eerder dit jaar geen wettelijke maatregelen nemen om extreme huurstijgingen tegen te gaan. Smeulders: „Ik weet niet of ze het zelf echt niet wil, of dat het binnen coalitie een no go is, omdat de VVD zegt: vastgoedbezitters zijn onze achterban.” SP-Kamerlid Sandra Beckerman denkt dat Ollongren echt niet wil. „Ik zie heel erg een houding van: ik ga niet in de markt ingrijpen.”

Haar beleid

Kamerleden benadrukken dat de minister onder moeilijke omstandigheden aan haar klus begon. „We zitten nu tien jaar na de crisis. Pas het afgelopen jaar is de markt echt overspannen geraakt”, zegt partijgenoot en D66-Kamerlid Jessica van Eijs.

Ollongren nam het afgelopen jaar een aantal maatregelen, zoals het iets verlagen van de verhuurderheffing voor woningcorporaties, het vrijmaken van 38 miljoen voor binnenstedelijk bouwen en onlangs nog het verlagen van de premie voor de Nationale Hypotheek Garantie van 1,0 naar 0,9 procent.

Maar dit zijn maar hele kleine stapjes, zeggen veel partijen. De ‘regierol’ die de minister vorig jaar na de presentatie van het regeerakkoord zei te willen nemen, mag zij nog veel meer pakken. „Ze mag weleens haar tanden laten zien”, zegt CDA’er Ronnes. Rob Mulder van Vereniging Eigen Huis vindt dat ook en noemt haar „de eindbaas” van de woningmarkt. „Zij moet de knopen doorhakken als de betrokken partijen er niet uitkomen, want wonen is een grondrecht en daar is zij eindverantwoordelijk voor.”

Mulder doelt op bindende afspraken tussen Rijk en de regionale overheden over hoe en waar te bouwen. Veel marktpartijen juichen dit toe: zij vinden dat gemeenten en provincies soms dwarsliggen bij bouwplannen. „Niemand kijkt nu naar het grote plaatje”, zegt Ger Jaarsma van de NVM. „Dat kan alleen de minister doen.”

Heel makkelijk zijn dat soort dwingende afspraken niet, want de woningmarkt is al lange tijd gedecentraliseerd en gemeenten en provincies gaan zelf over het ruimtelijk beleid. „De minister is afhankelijk van partijen waar ze beperkt invloed op heeft”, zegt Verhagen van Bouwend Nederland.

In de Tweede Kamer, waar juist decentralisatie lang het toverwoord was, zijn met name de coalitiepartijen huiverig voor te veel sturing vanuit Den Haag. „Dat klinkt heel mooi”, zegt D66-Kamerlid Van Eijs, „maar we hebben juist besloten dat we lokale oplossingen willen. Dan is regie door Den Haag een behoorlijke stap terug”. VVD’er Daniel Koerhuis gelooft er ook niet in. „Dat maakt het probleem eerder groter. Dan krijg je nog een laag, en meer vertraging.”

Haar eigen kabinet zou Ollongren ook kunnen helpen bij het nemen van regie, denken veel gesprekspartners van de minister. In de vorm van meer geld of meer bevoegdheden. „Eigenlijk heb je een probleem dat ministeries overstijgt”, zegt NVM-voorzitter Ger Jaarsma. „Want voor de opleiding van meer bouwvakkers moet je bij Onderwijs zijn, voor de aanleg van wegen en openbaar vervoer bij Infrastructuur, voor meer geld bij Financiën en voor het woonbeleid bij Binnenlandse Zaken.”

Correctie 12-11-2018: In een eerdere versie van dit artikel stond Rob Mulder een keer aangeduid als directeur van de Woonbond. Hij is directeur van Vereniging Eigen Huis.

    • Sam de Voogt
    • Pim van den Dool