Meer huishoudens met minder geld in 2017

Volgens het CBS komt dit doordat veel Syrische vluchtelingen een verblijfsvergunning kregen, waarvan het merendeel is aangewezen op de bijstand.

Klanten in de Kringloopwinkel in Rijswijk. Foto Koen van Weel / ANP

Het aantal huishoudens onder de lage-inkomensgrens is vorig jaar met 4,5 procent gestegen tot 599.000. In 2016 vielen van de 7,3 miljoen huishoudens nog 572.000 onder deze grens. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag.

Doordat meer huishoudens onder de lage-inkomensgrens vallen, neemt ook het aantal huishoudens waarvoor armoede dreigt toe: van 7,9 naar 8,2 procent. Volgens het CBS komt die stijging met name op het conto van Syrische vluchtelingen, die in Nederland een verblijfsvergunning ontvingen en vaak afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. Zij mogen van de wet pas werken als ze een taaltoets hebben gehaald.

Het Centraal Planbureau (CPB) voorspelt in een raming dat dit jaar het aantal huishoudens onder de lage-inkomensgrens gelijk blijft, en in 2019 daalt met 7,5 procent.

De cijfers bevestigen het beeld dat niet alle Nederlanders profiteerden van de economische groei. In 2017 bedroeg die 3,2 procent. Naar verwachting is de economie het afgelopen jaar ook met 2,5 procent gegroeid.

Hogeropgeleiden en ouderen relatief minste armoederisico

Gepensioneerden hebben verhoudingsgewijs de kleinste kans om in de armoede terecht te komen. Hoewel relatief veel gepensioneerden voordat zij 65 werden onder de lage-inkomensgrens vielen, komen ze hier weer boven naarmate ze hun volledige pensioenbedrag krijgen uitbetaald.

Ook hogeropgeleiden hebben relatief weinig een laag inkomen. Vorig jaar had 3,6 procent van de huishoudens met een hoogopgeleide kostwinner een inkomen onder de lage-inkomensgrens. Onder middelbaar opgeleiden was dit 7 procent en bij lager opgeleiden 14,2 procent.

    • Sjoerd Klumpenaar