Recensie

Le Guess Who? trakteert op exotische namen

Recensie

Het Utrechtse popfestival biedt veel bijzondere jazz-optredens en specialistische vaardigheden. Zoals Maria Chavez die optreedt met een pick-up en een stapeltje gebroken platen.

Devendra Banhart tijdens Le Guess Who? in de Grote Zaal van TivoliVredenburg. Foto Jelmer de Haas
Eén van de mooiste ervaringen tijdens het Utrechtse muziek-festival Le Guess Who is het optreden van de Belgische choreografe/danseres Judith Clijsters. Ze danst in haar eentje in een kring van zittend publiek, introvert en mechanisch, maar steeds soepeler. Gepijnigde contracties maken plaats voor uitnodigende gebaren, met als gevolg dat het stijf zittende publiek plotseling opstaat en assisteert bij haar acrobatische acts. Hier wordt spontaan een band gesmeed.

Het is tekenend voor het vierdaagse Le Guess Who, dat ook dans, performances en beeldende kunst inmiddels tot het programma behoren: het festival laat zich niet beperken. Dat blijkt vooral uit de muziek op deze twaalfde editie: geen uitspatting is te moeilijk, of exotisch. Waar enkele jaren geleden nog optredens van bands als Wilco of St.Vincent te zien waren, heeft het festival zich inmiddels afgekeerd van de bekendere popartiesten.

Lees ook het interview met Neneh Cherry die een nieuw album uit heeft en speelde op Le Guess Who: ‘Rebellie is mijn tweede natuur’

Wat niet wil zeggen dat er geen ‘grote’ namen zijn. Maar dit zijn de idolen van de gespecialiseerde muziekliefhebber, die hier zeldzame concerten kan zien van artiesten die buiten de popmuziek vallen. Zo’n 4.500 bezoekers per avond laven zich aan deze buitenkansjes. Zo stroomde de grote zaal vol voor het optreden van het legendarische achtkoppige jazzgroep Art Ensemble of Chicago, opgericht in 1969, waar driftig gepriegel op cello-snaren overging in lyrische uitweidingen van de tengere 78-jarige saxofonist Roscoe Mitchell, die op hun beurt uitmondden in razendsnelle en speelse percussie-solo’s van ritmetovenaar Dudu Kouaté.

Het voor LGW-begrippen bekende The Breeders trekt inderdaad een volle zaal met hun lome herfst-rock. Maar nog langere rijen staan voor de deur bij jazzgroep Sons of Kemet XL. Twee mannen met mega-hoorns - sax en tuba - dreunen soepele deuntjes die vervolgens onderuit worden geschopt door maar liefst vier drummers tegelijk.

Specialisten

Zo snelt het publiek langs uiteenlopende acts. Langs Serpent With Feet, bijvoorbeeld, een Afrikaanse-Amerikaan die zijn gospelachtige zangpartijen laat ondersteunen door elektronisch gepruttel, en dat met grote charme brengt. Of langs de klaterende schoonheid van sitarspeelster Anoushka Shankar, dochter van beroemdheid Ravi, dat tegenspel krijgt van 27 leden van het Metropole Orkest, en voor zoetsappigheid wordt behoed door woelige drumpartijen.

Er zijn optredens waar het publiek even snel weer wegloopt, zoals bij de ongerichte rauwheid van dramaqueen Lydia Lunch, populair in de jaren tachtig. Ook de synthetische klanken van filmmuziekcomponist Gigi Masin blijven ongericht, als dance zonder beats.

Lees ook het interview met Kembra Pfahler die vrijdag op het festival speelde: ‘Ik zoek de confrontatie met de onderbuik van Amerika’

Maar specialistische vaardigheden krijgen hier grote bijval. Zo zit de Peruaanse Maria Chavez geconcentreerd achter een pick-up en laat de naald draaien over halve stukken vinyl, en andere ‘geprepareerde’ platen, wat een merkwaardige gekraak, getik en golvende geluiden opwekt. Het levert haar een staande ovatie op.

Op zaterdagavond maakt Amerikaanse Devendra Banhart, lieveling van de alternatieve muziek van tien jaar geleden, zijn comeback met een frisse band die laveert tussen kinderlijk naïeve liedjes en dynamische rock, terwijl Banhart zelf zowel irritant als charismatisch ronddoolt - expres vals zingend, of stoer. Hij kan nog altijd niet kiezen.

De aan jazz ontleende, ritmische stuwing is niet alleen bij de ‘officiële’ jazzgroepen te horen. Je hoort hem ook in de spoken word-stijl van de Amerikaan Saul Williams, in eigentijdse gedichten over tofu en timelines. Helaas laat Williams zich begeleiden door duistere elektronica die nauwelijks aansluit op zijn vocalen. Dat lukte twee dagen eerder juist wel bij de excentrieke kunstenaar/muzikant Lonnie Holley. Hier werden de onvast maar sardonisch uitgesproken gedichten mooi voortgedreven door een drummer en trombonist. De blaaspartijen werden ook nog eens vermenigvuldigd door een slim apparaat, zodat hier alles samenkwam: Holleys doorleefde stijl met de jongste, technische ontwikkelingen. Holley (68), naar eigen zeggen opa van 49 kleinkinderen, is een held op Le Guess Who.

    • Hester Carvalho