Eerste strafvervolging van een arts om euthanasie. Wat nu?

Voor het eerst vervolgt het OM een arts om euthanasie. Ze euthanaseerde een demente vrouw. Vijf vragen.

Een oude dame tekent de wilsverklaring. Foto Roos Koole/ANP Xtra

Voor het eerst sinds de euthanasiewet werd ingevoerd (2002) gaat het Openbaar Ministerie een arts vervolgen om een ‘onzorgvuldig’ uitgevoerde euthanasie. Justitie wil nadrukkelijk een rol spelen in het maatschappelijk debat over euthanasie bij dementie.

1. Waarom wordt de arts vervolgd?

Het gaat om een inmiddels gepensioneerde verpleeghuisarts die in 2016 euthanasie heeft verleend aan een diep demente oud-kleuterleidster. De vrouw is diep ongelukkig in het verpleeghuis, waar ze nooit heeft willen belanden. In de nacht schreeuwt ze vaak om haar echtgenoot, bonkt tegen ramen, schopt tegen muren en is soms agressief tegen het personeel. Ze wilde euthanasie, heeft ook een wilsverklaring waarin ze schrijft absoluut niet in een verpleeghuis te willen komen en „menswaardig” afscheid te willen nemen van haar naasten. Maar in de verklaring staat ook dat ze euthanasie wil als ze daar zelf „de tijd rijp voor acht”. De verpleeghuisarts ziet hoe ongelukkig de vrouw is en komt tot de overtuiging dat de vrouw in een situatie is gekomen waarin ze niet meer wil leven, al kan de vrouw dat zelf niet meer bevestigen. Op de dag van de euthanasie roert de arts een slaapmiddel door de koffie van de vrouw, die dat niet in de gaten heeft. Als de euthanasie daarna wordt voltrokken, lijkt het er even op dat de oud-kleuterleidster zich verzet. Nadat familie haar zachtjes teruglegt op bed, wordt het euthanaticum ingebracht.

Lees hier de reconstructie van deze zaak die NRC eerder publiceerde.

2. Hoe was er tot dusver op deze euthanasie gereageerd?

De regionale toetsingscommissies euthanasie, die voltrokken euthanasiegevallen beoordelen, vonden dat de arts ‘onzorgvuldig’ had gehandeld. Het medisch tuchtcollege berispte de arts onlangs om dezelfde reden – al stelde het college ook dat de arts naar „eer en geweten” handelde. Inmiddels heeft de zaak zich ontwikkeld tot het middelpunt van de discussie over euthanasie bij vergevorderde dementie. Eén van de belangrijkste medisch-ethische vragen die beantwoord moet worden: mag een arts een vergevorderd dementerende persoon euthanasie verlenen zonder dat diegene nog in de gaten heeft wat er gaat gebeuren?

Het OM vervolgt de arts mede om die reden. „In deze zaak spelen belangrijke rechtsvragen over de levens- beëindiging van dementerenden. Om deze vragen beantwoord te krijgen, legt het OM deze specifieke kwestie nu aan de rechter voor”, schrijft justitie in een verklaring. Wanneer de zaak voorkomt is nog onbekend.

3. Kunnen dementerenden nog wel euthanasie krijgen?

Ja. De regels voor euthanasie blijven ongewijzigd. Artsen mogen meewerken aan euthanasie als een patiënt „ondraaglijk” en „uitzichtloos” lijdt. De patiënt moet bovendien vrijwillig tot het besluit komen. Een tweede arts moet meekijken bij de beoordeling.

In 2017 kregen 166 mensen met beginnende dementie euthanasie. Zij konden meestal nog zelf bevestigen dat ze het euthanasieverzoek vrijwillig deden. Soms is het lastig een eerder geformuleerde doodswens te beoordelen. Het komt bijvoorbeeld zelden voor dat een diep demente persoon die niet meer wilsbekwaam is, alsnog euthanasie krijgt op basis van een eerder opgestelde euthanasieverklaring. In 2017 gebeurde dat drie keer. Dat mag, maar de arts moet kunnen bewijzen ervan overtuigd te zijn dat de betrokkene écht nog steeds dood wilde.

4. Moeten artsen nu bang zijn voor vervolging als ze euthanasie verlenen?

Zeker niet altijd, al is het OM duidelijk strenger mee gaan kijken bij euthanasie waar in de samenleving discussie over is, zoals wanneer die wordt uitgevoerd bij ernstig demente mensen. Sinds eind vorig jaar startte het OM vijf onderzoeken naar mogelijk strafbare euthanasiegevallen. Dat was bijzonder, want sinds de invoering van de euthanasiewet in 2002 was dat nog nooit voorgekomen ook al hadden toetsingscommissies ruim negentig keer geoordeeld dat een euthanasie ‘onzorgvuldig’ was voltrokken. Desondanks vond het OM het tot eind vorig jaar onnodig om onderzoek te doen naar zulke zaken.

Dat is nu veranderd. Maar dat betekent niet dat artsen na elke euthanasie vervolging moeten vrezen. Alleen zaken die de toetsingscommissies als ‘onzorgvuldig’ beoordelen worden doorgestuurd naar het OM. In 2017, het laatste jaar waarover volledige cijfers beschikbaar zijn, gebeurde dat twaalf keer.

Euthanasie wordt veruit het vaakst verleend aan terminaal zieke patiënten, om ernstig lijden aan het einde van hun leven te voorkomen. Over dat soort situaties is helemaal geen maatschappelijke discussie, ze worden eigenlijk nooit als ‘onzorgvuldig’ beoordeeld en de kans is dus nihil dat ze bij het OM terechtkomen.

Zelfs áls het OM een zaak nader bekijkt is vervolging niet zeker: twee van de vijf vooronderzoeken die liepen bij het OM zijn reeds geseponeerd. Over de overige zaken verwacht het OM binnenkort uitsluitsel te geven.

5. Hoe is op het besluit van het OM gereageerd?

De verpleeghuisarts is „teleurgesteld”, zei een woordvoerder namens haar tegen vakblad Medisch Contact. „Alhoewel ze zich er van bewust is dat de reden voor de rechtsvervolging het geven van rechtszekerheid aan artsen en patiënten is, wordt ze nu persoonlijk vervolgd. Het OM constateert dat er onduidelijkheid bestaat over beantwoording van de wilsvraag bij euthanasie bij wilsonbekwame patiënten. Het verkrijgen van duidelijkheid juicht de arts toe.”

Coördinerend voorzitter Jacob Kohnstamm van de regionale toetsingscommissies euthanasie hoopt dat de rechter niet tot een ander oordeel komt dan zijn commissies. Dat zou de euthanasiepraktijk ondermijnen, schrijft Kohnstamm in een verklaring: „Indien de normstelling die uit beide procedures voortvloeit immers verschillend zou zijn, weten artsen straks niet waaraan zij zich in vergelijkbare gevallen dienen te houden.” Agnes Wolbert, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE), noemt de vervolging in een verklaring een „tragedie voor de arts”.

    • Enzo van Steenbergen