België wil méér dan alleen het podium

Belgische hockeyploeg

Nederland en België zijn volop in voorbereiding op het WK hockey in India. De Belgische ‘Red Lions’ zijn allang geen underdog meer.

De Belg Loïck Luypaert in de aanval tegen Nederland zondag in Brussel. Foto Philippe de Putter/ANP

Op loopafstand van het knusse clubhuis van Royal Evere White Star HC is een ‘supportersdorp’ opgetrokken. Langs het hoofdveld op het sportcomplex in de Brusselse buitenwijk staat een tijdelijke tribune die plaatsbiedt aan het merendeel van de ruim tweeduizend toeschouwers die zondag in de stromende regen zijn afgekomen op de vriendschappelijke interland tegen Nederland. Net als zaterdag tegen Ierland, toen het weer voor zover mogelijk nog slechter was, en komende woensdag tegen Frankrijk.

De Belgische mannenhockeyers presenteren zich deze dagen drie keer aan het eigen publiek, voordat ze afreizen naar het WK in India. Daar speelt België, de nummer drie van de wereld, op 28 november het openingsduel tegen Canada. Ruim drie weken later wil het ook in de laatste wedstrijd van het WK in Bhubaneswar op het veld staan. „We zijn geen underdog meer”, zegt aanvoerder Thomas Briels (31). „We weten hoe moeilijk het is om een groot toernooi te winnen, maar hebben ook laten zien dat we van iedereen kunnen winnen. Ons vertrouwen is groot door onze nieuwe status.”

Alleen een hoofdprijs ontbreekt

Olympisch zilver in Rio (2016), tweede op het EK in 2013 en 2017; de Belgische hockeyers staan de laatste tijd vaker op dan naast het podium. Alleen een hoofdprijs ontbreekt nog. Volgens bondsvoorzitter Marc Coudron is dat een kwestie van tijd. In een interview met het Franstalige dagblad Le Soir voorspelde hij in april dat de ‘Red Lions’ tussen nu en 2024 olympisch, wereld én Europees kampioen zullen worden. Hij staat nog altijd achter zijn uitspraak. „Het is vast gek om dat uit de mond van een Belg te horen, maar we hebben er alles voor in handen.”

Coudron (49) weet waar hij over spreekt. In zeventien jaar kwam hij tot 358 interlands, speelde vijf EK’s en op de WK’s van 1994 en 2002 maakte hij in totaal negen doelpunten. Alleen deelname aan de Spelen ontbreekt op zijn sportieve curriculum. Tot zijn grote verdriet, zegt Coudron. „Daar zou ik zo tweehonderd caps voor hebben gegeven.”

Amper twee jaar nadat hij er op 34-jarige leeftijd als speler de brui aan had gegeven, trad hij in 2005 aan als voorzitter van de Belgische hockeybond (KBHB). Sindsdien is hij de drijvende kracht achter de explosieve groei die de sport in België heeft doorgemaakt. Van 55 naar 95 verenigingen, van 15.000 naar bijna 50.000 hockeyers, en van de negende plaats op de Spelen van Beijing in 2008 naar de olympische finale in 2016. „Van een Franstalige sport zonder media-aandacht en sponsors, zijn we een van de belangrijkste sporten in België geworden”, zegt Coudron, zelf een Brusselaar.

Weinig teamsuccessen

„Het Belgische publiek is heel enthousiast over hockey”, zegt Floris Geerts (31). Hij is sportcommentator bij de Vlaamse betaalzender Play Sports, waarop de WK-wedstrijden van de Red Lions live te zien zullen zijn. Dat enthousiasme is eenvoudig verklaarbaar volgens Geerts. „België heeft met teamsporten weinig successen geboekt. We zijn in 1967 een keer Europees kampioen honkbal geworden. Omdat Italië en Nederland toen niet meededen. En in 1913 wonnen de ijshockeyers het EK. Nu hebben we, net als bij het voetbal, ook bij het hockey een gouden generatie.”

Die gouden generatie stelde wel danig teleur op de twee laatste grote toernooien. Bij de finale van de Hockey World League, eind vorig jaar in Bhubaneswar, zat er niet meer in dan de vijfde plaats, nadat in de kwartfinale na shoot-outs was verloren van India. „We speelden voor tienduizend toeschouwers, en konden elkaar niet verstaan”, verklaart Thomas Briels die onverwachte nederlaag. Maar bij de laatste Champions Trophy, deze zomer in Breda, eindigden de Red Lions ook als vijfde. Dat niet alleen, ze kregen een pak slaag van Nederland (1-6). „Dat was een ontgoocheling”, zegt Briels. „Veel spelers waren niet gemotiveerd om een topprestatie te leveren.”

Een grondige evaluatie wees uit dat de maand vakantie die voor de Belgische selectie lonkte na de Champions Trophy, een rol speelde. „Daar kon ik me ook wel iets bij voorstellen. Het was lang geleden dat we zo lang vrij hebben gehad in de zomer.”

In voorbereiding op het WK is de voorbije maanden de trainingsintensiteit nog maar eens opgeschroefd. „Zes op zeven dagen” zijn de Belgische internationals bezig met hun sport, bij de nationale ploeg of hun clubs. Volgens aanvaller Briels, die bij Oranje-Rood in de Nederlandse hoofdklasse speelt, is tophockey na het succes van Rio nog professioneler en populairder geworden. Het was voor hem en zijn ploeggenoten een belangrijke reden om bij de nationale bond hun beklag te doen over de oefeninterlands op Belgische bodem. „Voor Rio speelden we geen een wedstrijd voor eigen publiek”, licht Briels toe. „Ja, op dinsdagmiddag.” De KBHB zag ook in dat het anders moest, en vond drie WK-deelnemers bereid als sparringpartner te dienen in Brussel. Het moet de Belgische hockeyers extra inspireren tot een nooit eerder vertoonde zegetocht in India. „Wereldkampioen worden klinkt als een droom”, mijmert Briels. „In de hoofden van de spelers leeft het ook echt. Het podium is niet meer genoeg voor ons.”

Laatste kans

Het zou weleens de laatste kans kunnen zijn voor de Red Lions in deze samenstelling. De nieuwe lichting staat alweer klaar, al baart het Briels wel zorgen dat het vooral verdedigers en middenvelders zijn. „De aanvoer stokt bij de spitsen.” Terwijl van de vijf aanvallers in de WK-selectie Florent van Aubel met zijn 27 jaar de jongste is. „Wij willen een team achterlaten voor de toekomst, het Belgisch hockey moet meer zijn dan een gouden generatie. Maar ik denk dat de bond inmiddels professioneel genoeg is om het niet zover te laten komen.”

Dat weet voorzitter Coudron wel zeker. „We zijn de laatste jaren vooral bezig geweest om een goede en gezonde infrastructuur neer te zetten, met onder meer goede trainers voor iedereen. Juist om te voorkomen dat we na deze goede generatie met een woestijn te maken krijgen.”

    • Rogier van 't Hek