Opinie

    • Sjoerd de Jong

NRC en #MeToo: hoeveel details zijn nodig om wangedrag aan te tonen?

Twee hoogleraren binnen een week weg wegens „grensoverschrijdend gedrag” – #MeToo heeft de Academie bereikt. NRC meldde donderdag, in een kortje, het vertrek van een nog naamloze hoogleraar in Amsterdam. Afgelopen zaterdag was, over twee pagina’s en en détail gemeld dat de Utrechtse kankeronderzoeker Jan Schellens het veld had moeten ruimen na aanhoudende, ongewenste avances aan het adres van een promovenda.

Op dat laatste stuk kwamen woedende reacties: waarom werd de man bij naam genoemd (hij was een bekend onderzoeker, aldus de krant) en waarom werden er zoveel details gegeven? Het verschil met die Amsterdamse hoogleraar: dat was een kortje op basis van een persbericht van de universiteit dat nog net mee kon in de krant; het artikel over Schellens was het resultaat van maanden onderzoek van de krant.

Ook op de redactie lopen de meningen over het artikel over Schellens uiteen. Sommige redacteuren vinden het een privé-affaire, gespeend van publiek belang; anderen vinden het terecht dat wangedrag van een leidinggevende aan de kaak is gesteld.

Verreweg de meeste lezers die bij mij klaagden – ik kreeg er achttien, de auteurs ruim veertig – verdedigden het gedrag van de hoogleraar allerminst. Waar ze tegen protesteren is de mate van detail in het stuk („laag bij de gronds”, „NRC onwaardig”), met name de weergave van heimelijk door de (anonieme) promovenda opgenomen gesprekken.

De auteurs, redacteur Enzo van Steenbergen en Rosanne Hertzberger, verdedigen het stuk met een beroep op het „grote maatschappelijk belang” van #MeToo. Het stuk is tevoren uitvoerig besproken met chefs en hoofdredactie, niets is opgeschreven zonder „bewijsstukken”. Dat is eerlijk gezegd ook wel te merken, het stuk leest als een proces-verbaal, ontdaan van elke adempauze of andere narratieve hulpstukken. Ook dat maakt het een hard stuk, dat je, wat je er verder ook van vindt, met gekromde tenen leest.

Nu heeft #MeToo de journalistieke normen, zeker in de VS, fors veranderd: wat ooit door kranten te intiem werd geacht voor publicatie, ligt nu op straat, mits het gaat om machtsmisbruik.

Was dat hier het geval?

Eerst dit: op basis van de onbetwiste feiten in het stuk is het zonneklaar dat de verliefde hoogleraar zich aanhoudend en ongewenst heeft opgedrongen aan een ondergeschikte. Dat is laakbaar, en het is goed te verdedigen dat de krant dit heeft uitgezocht.

Maar hoe groot of gedetailleerd je dat presenteert, blijft een kwestie van proportionaliteit. De bewijslast was zwaarder geweest als het Kankerinstituut of de universiteit de zaak had weggewuifd, of de promovenda had moeten vertrekken. In dit geval waren al stappen ondernomen en was de leidinggevende vertrokken – al zweeg men over de toedracht. Dan dienen details vooral om te laten zien: zo gaat dit dus.

Alleen, opvallend genoeg bleef het stuk nu net vaag over het seksuele „incident” dat tussen de twee plaatsvond. Omdat, zeggen de auteurs, ze niet eenzijdig wilden afgaan op de lezing van de promovenda die hun bekend is.

Ze kunnen, op basis van hun feiten, niets meer zeggen dan wat er nu in het stuk staat: wat er gebeurde was tegen haar zin. Van belang is ook dat er sprake was van eerdere klachten. Toch blijft dan de vraag hangen: was hier sprake van aandringen, aanranden of nog erger?

Er komt iets bij over de aanpak van dit verhaal dat me opvalt, en verbaast. De auteurs baseerden zich op „tientallen pagina’s” documenten en uitvoerige e-mailwisselingen. Maar geen van beiden heeft de promovenda ontmoet of zelfs maar aan de telefoon gehad; al het contact verliep via e-mail. Voor haar was de zaak „te emotioneel” voor een gesprek, aldus de auteurs. Voor publicatie werd het artikel haar toegestuurd (Schellens, die niet eerder reageerde op vragen of pogingen tot contact, kreeg ruim een week tevoren een uitgebreide samenvatting en een lijst met 35 vragen en antwoordde daar kort op via zijn advocaat).

Had dat niet gemoeten? Juist bij zo’n delicaat verhaal wil je mensen uiteraard ook ontmoeten. Maar de promovenda wilde dus niet, ook Schellens hield contact af. Overigens wil een van de auteurs, Hertzberger, ook alleen via e-mail reageren op mijn vragen, omdat in deze zaak „elk woord op een gouden weegschaaltje” moet worden gewogen.

Dat brengt me op een formeel punt. Sommige lezers maakten bezwaar tegen de betrokkenheid van microbiologe Hertzberger bij dit onderzoek. Want was zij geen columniste, met zeer uitgesproken meningen over #MeToo? Die beweging gaat „nog lang niet ver genoeg”, schreef ze onlangs. Een enkeling vermoedt een „vendetta” van de columniste.

Ook dat is tevoren besproken met de hoofdredactie. Afgesproken werd dat Hertzberger, die gelijktijdig met de redactie over de zaak was getipt, aan het stuk mocht werken met een ervaren verslaggever, maar dan niet ook in haar column over de zaak kon schrijven. Daarmee was de scheiding tussen feit en opinie afgedekt, was het idee.

Dat lijkt me een halve maatregel. Een spraakmakende columnist blijft, in de ogen van lezers, een spraakmakende columnist. Bovendien, Hertzberger heeft niet alleen over #MeToo stelling betrokken, óók over kankeronderzoek. In februari schreef ze een kritisch opiniestuk over het nieuwe kankerinstituut Oncode, waarvan de initiatiefnemers „allemaal man en boven de 60” waren. Dat waren „kankerpausen” aan wie ze deze vraag stelde: „Wanneer maakt u plaats?”

Aan Oncode verbonden was, inderdaad, Jan Schellens. Hertzberger laat me weten dat zij Schellens noch de promovenda kent, nooit met hem of haar te maken heeft gehad. Ze zou Schellens ook geen „kankerpaus” noemen, omdat hij veel contact met patiënten had en een link was tussen laboratorium en ziekenhuispraktijk, wat zij in haar stuk juist bepleitte. Van Steenbergen zegt dat zijn co-auteur bij het werken aan het stuk geen enkele bevooroordeeldheid aan de dag legde en dat elke zin is getoetst en afgewogen; de hoofdredactie staat er dan ook onverkort achter.

Ik geloof dat graag. Toch had ik het zuiverder gevonden als Hertzberger zich bij dit stuk had moeten verschonen op grond van die stevige opinies, al is het maar om de schijn van bias te vermijden. Dat is tenslotte iets waar ook de krant mensen op afrekent.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

    • Sjoerd de Jong