Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Als de voortekenen van een liberale terugtocht niet meer te missen zijn

Deze week: kleine liberale zeges in Den Haag, groot liberaal verlies in de wereld.

Ofwel: hoogste tijd voor liberaal zelfonderzoek.

Als je niet te scherp oplette, kon je deze week denken: prima tijden voor de liberalen. In de VVD was dinsdag de opluchting van de gezichten te lezen, toen het voorstel van fractievoorzitter Dijkhoff voor nieuw debat over kernenergie steun uit andere partijen kreeg.

Vorige week kwamen nog twee liberale bewindslieden in de problemen – Bruins (Zorg) met failliete ziekenhuizen, Van Nieuwenhuizen (IenW) met de Stint.

Het werd er niet beter op toen Dijkhoff, eerder onhandig dan ongevoelig, zijn ongemak uitte (‘ja, dus?’) in een documentaire van Tim Hofman met uitgeprocedeerde asielkinderen.

Dus na het kinderpardon kwam die kernenergie als geroepen: een rechts-liberale oplossing voor de klimaatkwestie. En hoewel het aannemelijk is dat dit te kostbaar zal blijken te zijn, kon het de pret even niet drukken. Wat een opluchting.

Bij D66 verwachten ze volgende week ook een opsteker, als de nieuwe partijleider, Rob Jetten, in de Eerste Kamer de initiatiefwet verdedigt die de benoeming van burgemeesters uit de Grondwet haalt.

Een oud D66-verlangen lijkt eindelijk verwezenlijkt te worden. Het is een opstap naar de gekozen burgemeester, en voor Jetten, die ondanks een ongemakkelijke start goed ligt in zijn fractie, een manier om zichzelf beter op de kaart te zetten.

Er kwam vrijdag voor beide partijen het goede nieuws bij dat En Marche van de Franse president Macron zich aansluit bij ALDE, de Europese liberalen, waaraan VVD en D66 beiden verbonden zijn. Ook de EU wordt liberaler.

Maar tegelijk hebben dit soort liberale meevallers in deze tijd iets onwerkelijks.

Twee jaar terug begon Trumps aanval op onze liberale orde – de vrijhandel, de globalisering, de EU, de NAVO – en het grote nieuws van deze week was natuurlijk: door de uitbreiding (!) van de Republikeinse meerderheid in de Senaat blijft zijn buitenlandpolitieke agenda onbedreigd.

Hetgeen zijn aanval op de liberale orde voor Nederland en de EU alleen maar bedreigender maakt.

Er komt bij dat ook in het welvarende Nederland de weerstand tegen de liberale triomf groeit.

Het zat in de discussie over de dividendmaatregel, in het ongemak over failliete ziekenhuizen, in het verlies van vaste banen, in verslechterende achterstandswijken.

Het verruimt, in combinatie met de immigratie- en asieldiscussie, kansen voor cultureel conservatieven en nieuwe nationalisten.

Dus die liberale overwinningen vielen deze week in een weinig opbeurende context – kermis in de hel.

En de vraag is of politici een betere uitweg weten dan het verder opvoeren van angst voor De Anderen.

In de weken voor de verkiezingen speelde Trump die kaart. In minder heftige vorm zien we dat hier al sinds Fortuyn.

Het alternatief is dat oude zekerheden worden hersteld. De vaste baan, de betaalbare koopwoning, zorg die niet wordt bedreigd door marktlogica.

Kabinetten hebben dit echt wel door, ze proberen het ook – deze week kwam Koolmees (Sociale Zaken) nog met plannen die meer zekerheid op de arbeidsmarkt willen bieden. Maar de kritiek is: erg ver reikt het niet.

Dat is steeds het punt: een cultureel conservatieve agenda samenstellen is niet zo moeilijk. Haar uitvoeren vele malen lastiger.

Je ziet het aan Buma. De CDA-leider, wiens zwakke peilingen ook een gevaar voor zijn eigen politieke toekomst zijn, ging in de nazomer op de rem staan in de klimaatdiscussie. Pas op voor een nieuwe Fortuyn-revolte. Vorige week voer hij uit tegen het faillissement van die ziekenhuizen.

Erg dubbel allemaal. Je hebt een vaak drukbezochte onderraad van de ministerraad, de Ministeriële Commissie voor Klimaat en Energie (MCKE), en een van de verhalen die je daarover hoort is dat Buma’s vicepremier, Hugo de Jonge, zeer opbouwend meedenkt over uitvoering van het groenste regeerakkoord uit de geschiedenis.

En Buma kan zich nu keren tegen failliete ziekenhuizen – maar hij stemde, met het hele CDA, destijds voor de wet die het lot van ziekenhuizen in handen van de markt stelt.

Het diepere probleem is hier dat bijna alle ‘oude’ partijen, ook de PvdA en zelfs GroenLinks, decennia hebben meegewerkt aan liberale beleidskeuzes.

Vandaar dat je in VVD en CDA soms het verlangen tegenkomt de ingewikkelde oplossingen te ontlopen, en ook een politiek van alleen angst en anti-globalisering te gaan voeren.

Het maakt pessimisme in plaats van vooruitgang de basis van veel politiek, en het valt samen met de grootste liberalisering van onze tijd: internet als de infrastructuur van ons privéleven.

Eerst had je de euforie, nu kennen we de nadelen. Publiceren op sociale media vergroot inzicht in andermans manipulaties en voedt zo het wantrouwen. De overvloed aan informatie maakt elke selectie verdacht. Irritaties over ongewenste informatie creëren gevoelens van onmacht omdat algoritmen blijkbaar niet zijn te beïnvloeden.

Wat begon als platform van openheid en vrijheid, blijkt een leugen om ons leven in een mal te gieten en daarna als dataset te vermarkten.

Deze factoren, informatieoverdaad en manipulatievrees, maken het misschien ook logisch dat mensen het belang van vrijheid en openheid gaan relativeren. Ook in de democratie.

Dus: de VS zijn het land van de vrije meningsuiting, maar Trumps aanhangers vonden het prima dat een CNN-reporter niet meer welkom was in het Witte Huis.

Het is het land van checks and balances, maar toen Trump een politieke vriend promoveerde tot toezichthouder op het onderzoek naar de banden van zijn campagne met de Russen, was de respons tam.

Zo vervagen fundamentele principes en vrijheden, en worden flirts met autoritaire leiders logisch.

Je kunt volhouden dat dit vooral wordt veroorzaakt door het overdonderende succes van het liberalisme: woede over de wereldwijde ontsluiting van kennis, handelsstromen en migranten.

Want met de open grenzen kwamen ook arbeidsconcurrentie, confrontatie tussen religies, tussen wereldbeelden, tussen staten – en daar stokt het liberale ideaal: kiezers die vinden dat hun wereld te groot is geworden, vormen een zodanige electorale kracht dat een liberale terugtocht, al is het tijdelijk, onvermijdelijk is.

En je vraagt je af: wanneer komt liberalen dit verval onder ogen? Wanneer staan zij zich openlijk zelfonderzoek toe, ter voorkoming van erosie van de democratie hier en als basis voor een noodzakelijk tegenoffensief?

De maatschappij zal niet wachten. De Los Angeles Review of Books had laatst een prachtig essay over de gevolgen van online leven.

In een wereld waarin iedereen alles over zichzelf prijsgeeft, noteert de Canadese schrijver Stephen Marche, zijn mensen alleen nog interessant om wat ze niet delen.

Wat we niet publiceren definieert ons. Wat we niet delen wordt onze essentie.

Anders gezegd: juist gezien het hoge tempo waarmee we ons leven aan het internet hebben prijsgegeven, zijn we hard op weg naar nieuwe beslotenheid. Nieuwe geheimzinnigheid. Nieuwe mystiek.

Het is, kun je zeggen, de bevestiging van de vrees dat online openheid inderdaad een leugen is.

En het is wel ingewikkeld hier nog een liberaal ideaal in terug te vinden.

Wat dat betreft mogen liberalen inderdaad wel wat tijd voor dat zelfonderzoek uittrekken.

    • Tom-Jan Meeus