Zelfs stilzittende vogels vermijden staartwind

Alledaagse Wetenschap Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen. Deze week de brievenrubriek: zomertijd, zonnebloem en zuurstofbinder.

Foto iStock

Drie jaar hebben de Europese ambtenaren nodig om ons weer van het geschuif met de tijd af te helpen. Drie jaar! Wat zou je graag zien hoe dat er in die 3 x 230 dagen aan toeging. Megavergaderingen, koortsachtig overleg, oplopende spanningen, misschien wel overwerk, en steeds die wurgende vraag: halen we de deadline wel? Je wordt al moe als je eraan denkt.

Stel dat de ene Europese staat voorgoed op wintertijd overgaat en de andere op zomertijd, hoe los je dat op zonder de Europese gedachte op het spel te zetten? Het kan een chaos worden.

In de AW-aflevering van 22 september werd een simpele uitweg aangewezen: twee tijdsystemen naast elkaar, een lokale tijd voor lokaal gebruik en een standaardtijd (zoals UTC of GMT) voor internationale toepassing. In de negentiende eeuw werkte dat bevredigend. Elk dorpje had zijn eigen tijd (het was 12 uur als de zon in het zuiden stond: zonnetijd) maar voor het treinverkeer en de telegrafie werd de beter gedefinieerde ‘Amsterdamsche tijd’ gebruikt. Ook daarvoor gold de zuid=12 regel, maar er werden correcties voor onregelmatigheden in de zonnebeweging aan toegevoegd. Amsterdam bracht middelbare zonnetijd, schrijft lezer Frans Maes van de Zonnewijzerkring.

Er is nóg een uitweg uit de Europese tijdtrubbels, een oplossing waarbij het systeem van zomer- en wintertijd in stand blijft, maar zonder de aanhangende jetlag. Je kunt de klok van midwinter tot midzomer wekelijks 2 à 3 minuten vooruit zetten (en na midzomer achteruit). Of je kunt digitale uurwerken ontwerpen die van midwinter tot midzomer nét iets sneller lopen dan de huidige, en na midzomer net iets langzamer: 0,23 promille is genoeg. Dit is in essentie het idee van prof.mr.dr. George van den Bergh, die het in 1945 de Euroklok noemde. Lezer Piet Verbeek bracht het nog eens onder de aandacht.

Staartwind

De AW-rubriek springt vandaag van heg naar steg, want het is een brievenaflevering. Op 13 oktober werd hier gemopperd over de waarneming dat Luchtverkeersleiding Nederland (NVNL) de vliegtuigen op Schiphol steevast in noordelijke richting de startbanen afstuurt (en daarmee boven Amsterdam brengt) zodra er een ietsjepietsje noord in de wind zit. Accepteer toch wat staartwind, bepleitte de rubriek, dan bezorg je Amsterdammers minder overlast. „Uitgesloten”, zei een geraadpleegde Delftse technicus, „staartwind accepteren is het laatste wat je doet als het niet per se hoeft”. Maar zo uitgesproken ligt het in de praktijk niet, hebben diverse vliegers laten weten. Er zijn vliegvelden, zoals dat van Florence, waar het simpelweg niet altijd mogelijk is met kopwind te starten omdat er in de uitvliegrichting bergen liggen. En op Schiphol staat LVNL met het oog op efficiënt baangebruik wel degelijk geregeld (zwakke) tailwind toe. Dat werd op 23 oktober bevestigd door LVNL zelf, destijds niet in staat stante pede te reageren. Staartwinden tot 7 knopen (13 km/u) worden eventueel toegestaan. De windlimiet werd in 2000 door de Commissie Rinnooy Kan vastgelegd.

Nog meer dan voor vliegtuigen geldt het verbod op staartwind voor vogels. Vliegtuigbouwer/meteoroloog Henk Tennekes behandelde het in zijn boek De wetten van de vliegkunst (1992). Zelfs stilzittende vogels vermijden staartwind, want die blaast de veren uit elkaar en dat is koud. Vogels zitten met de neus in de wind.

Van AW-wege was altijd aangenomen dat de stand die volgroeide zonnebloemen aannemen ook door de wind werd bepaald, want dat ze niet naar het zuiden wezen was wel duidelijk.

Zonnebloemen

Op 8 september is hier na veldwaarnemingen in Frankrijk en geïnspireerd door een artikel in Science (5 augustus 2016) beschreven hoe de zonnebloem uiteindelijk naar het oosten gaat wijzen. Het mechanisme erachter is opgehelderd, maar over het nut van de oostwijzing is nog geen volstrekte zekerheid. Misschien heeft de zonnebloem voordeel van vroege bestuiving en dan helpt het als de morgenzon de bloem snel opwarmt en de dauw laat verdampen. De oostwijzing zou ook een neveneffect van een andere fysiologische actie in de plant kunnen zijn. Casper van der Kooi uit Groningen noemt dit in Current Biology (7 november 2016) Er zijn genoeg ‘heliotrope’ planten met bladeren en/of bloemen die dagelijks met de zon mee bewegen, maar er zijn er niet veel die een vaste eindstand bereiken. De AW-rubriek noemde er een paar, één ervan, kompassla (Lactuca serrola) komt in Nederland voor. Van der Kooi voegt er de poolkompasplant (Silene acaulis) aan toe.

Op 29 september is hier beweerd dat de firma Adventure Food niet waarschuwt voor de zakjes zuurstofbinder die ze in haar instantmaaltijden stopt. Het AW-outdoorteam heeft al heel wat zakjes tussen de kiezen vandaan moeten trekken, want de prakjes worden vaak in het donker toebereid en verorberd. Kritiek leek op zijn plaats. Maar diverse lezers, en ook Adventure Food zelf, lieten weten dat er tussen de kleine lettertjes op de AF-verpakking wel degelijk een waarschuwing staat: „Verwijder de ‘zuurstofvanger’.” Wie léést dat? Gevaarlijk is de zuurstofvanger niet, hij bestaat uit ijzerpoeder, keukenzout en actief kool. Hetzelfde mengsel, aangelengd met cellulose, zaagsel en/of vermiculiet, wordt ook gebruikt voor goedkope handenwarmers. Bij de reactie tussen ijzerpoeder en zuurstof komt warmte vrij.

    • Karel Knip